Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





Ene Jacob Jans Vogelzang die een boerenplaats te Veenhuizen aan de Maatschappij heeft verkocht, wil eind 1825 eindelijk zijn geld hebben en daagt ze voor de rechter


Volgens een schriftje met alle grondaankopen, zie hier, heeft de Maatschappij al op 16 december 1822 de boerenplaats van Jacob Jans Vogelzang gekocht voor tienduizend gulden, wat in twee termijnen betaald moet worden, op 1 mei 1824 en 1 mei 1825. Maar op dinsdag 15 november 1825, invnr 76, schrijft de directeur der koloniŽn aan de permanente commissie:


Mij is door een geloofwaardig persoon verzekerd dat de voormalige eigenaar eener boerenplaats te Veenhuizen gen. Vogelzang, eene andere boeren≠plaats gekogt heeft onder voorwaarden eener spoedige - op bepaalde tijd - betaling, rekenende zijne kooppenningen voor dien tijd van de Maatschappij te ontvangen;

dat die man intusschen door de Maatschappij nog niet voldaan zijnde, buiten de mogelijkheid verkeerd, zijn mede kontrakt gestand te doen, en ten gevolge daarvan in regten word vervolgd:

het is mij onbekend in hoe verre het eerste al of niet der waarheid overeenkomstig is, doch heb ik gemeend hetzelve zoo als mij dit is verhaald de Permanente Kommissie te moeten mededeelen.


Daar zal de permanente commissie waarschijnlijk niet op gereageerd hebben, want dat is bij betalingsverplichtingen haar gebruikelijke werkwijze. Maar op woensdag 21 december 1825, ook invnr 76, schrijft de directeur:


Ik vind mij verpligt en haast mij hier nevens aan de Permanente Kommissie te doen toekomen afschrift van een op gisteren ontvangen dagvaardiging om op maandag den 9 januarij aanstaande te compareren voor den regtbank van eersten aanleg te Assen, ten fine als in de dagvaarding vermeld:

aangenaam zoude het mij wezen dat de bedoelde kooppenningen voor dien tijd konden worden voldaan, of anders de nodige instructiŽn te ontvangen, hoedanig mij in deze zoek te gedragen.

Bij mijn retour te Frederiksoord hoop ik de Permanente Kommissie nader te schrijven.

Bijgevoegd is de dagvaarding. Het betreft een schuld van É5000,- die nog voor de aankoop van de boerenhoeve betaald moet worden aan Jacob Jans Vogelzang. Uit het bovenaan de bladzijde genoemde schriftje blijkt dat op 27 januari 1826 is betaald 'de laatste termijn ad f 5,000.- alsmede de daarop verschenen intrest tezamen f 5202,87'.