Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





De keuring van het tweede gesticht: ontbrekende panneelluiken en een gang en twee kamers teveel, maar dat zijn kleinigheden, de rest is tiptop in orde


Op 10 oktober 1824, invnr 71, schrijft de directeur der koloniŽn:


Daar het 2e etablissement te Veenhuizen geheel, en het 3e zeer nakig voltooid en afgewerkt is, heeft den aanneemer Wind zijn verlangen te kennen gegeven dat die gebouwen immers het eerst gem. worden geinspecteerd en na goed bevinding te worden gedechargeert.

Daarop huurt de directeur de vaker gebruikte opzichter bij Waterstaat in om het gebouw te keuren. Dies verslag, gedateerd 3 november 1824, bevindt zich als bijlage bij een brief van Stephanus van Royen in invnr 71:


De ondergetekende R. Elzinga, opzigter bij de administratie van de Water≠staat in Vriesland, wonende aan de Blesse, als ten dezen gecommitteerd door den Heer directeur der kolonie te Frederiksoord.

Verklaart zit te hebben begeven naar Veenhuizen en aldaar te hebben geÔnspecteerd het afgebouwde twede etablissement waarvan het resultaat is geweest dat het bedoelde gestigt, wat deszelfs lengte hoofte en diepte betrof ruim aan de bepalingen van het bestek voldeet,

en dat overi≠gens het geheel en de bijzondere deelen van het zelve naar eijsch van zaken behoorlijk waren afgemaakt,

alleen met deze uitzonderingen dat in de woningen van den adjunct directeur zig geen panneel blinden maar de zodanige bevonden die met eiken zwaalvestierten waren ingelegt en terwijl de ramen aldaar geen ijzeren gewigten waren aangemaakt.

Den Heer Adjunkt directeur over de gebouwen hierop door mij opmerkzaam gemaakt zijnde heeft daar op aangemerkt dat deze verandering met zijne voorkennis waren daargesteld en zulks uit hoofde de bedoelde panneel blinden om derzelven breede opslag aan de Heer adjunct directeur Poelman bij het 1ste gestigt minder bevielen en de daargestelde verandering als wenselijk deed kennen.

Zijnde overigens door mij op aanwijzingen van de Heer van Lemel bij examinatie bevonden dat in het voorfront bij de woningen van de geemploy≠eerden twee kamers en een gang meer gemaakt dan de aannemer volgens de teekening en het bestek verpligt was, en zonder dat hij deswege eenige schade vergoeding zou ontvangen.

Deze omstandigheid is aanmerking genomen verklare ik dat de kosten hier toe vereijscht aanzienlijk kunnen genoemt worden in betrekking tot de weinige welke den aanneemer ter eerst bedoelde zake zijn bespaar geworden.

Aldus gedaan en gesloten te Veenhuizen de 3 november
R. Elzinga