Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN




De directeur meldt begin maart 1822 het resultaat van de aanbesteding van het tweede en derde gesticht te Veenhuizen en vertelt wat er al aan hout en stenen gekocht is


Op 2 maart 1824, invnr 68, meldt de directeur der kolonin Wouter Visser de permanente commissie het resultaat ven de aanbesteding van Veenhuizen-2 en 3:


Ik heb de eer voorlopig der Permanente Kommissie bij dezen te informeren den afloop der aanbesteding der 2 etablissementen te Veenhuizen.
Per etablissement was

den eerste gemijnt(?) op 69490-
tweede 69900-

Daarna zijn de beide etablissementen te zaamgevoegd en aangenomen door H. Wind voor de somma van Een Honderd Drie en Dertig Duizend en Negen Honderd Guldens.

En zal de eer hebben op morgen contract ter approbatie aan de Permanente Kommissie te zenden.


Wat hij belooft doet hij, de volgende dag, dus 3 maart 1824, ook invnr 68, stuurt hij het contract van de aanbesteding. Maar naast een toelichting daarop meldt hij ook wat er zoal al aangekocht is aan stenen en houtwerk voor de nieuwe gebouwen. Uit het gedeelte over de stenen wordt geciteerd in De kinderkolonie pagina 58.


De somma van 133900- overschreid de begroting voor beide gebouwen met een som van 1474-.

Ik heb echter gemeend in geen nader onderhandeling met den aanneemer of een ander te moeten treden alvorens het tegenwoordig contrakt aan de goed of afkeuring der Permanente Kommissie te hebben onderworpen.

Voor eerst omdat het verschil mij niet aanmerkelijk voorkomt.

Ten tweede dat door deze wijze van onderhandeling, bij elke besteeding te herhalen, misschien op volgende aanbesteeding eene nadeelige invloed konde hebben en

ten derde dat door den aanneemer indien deze besteeding wordt geapprobeert, zeker eenige hondert gulden zal worden afgestaan, indien men hem vergund slegts eene werkloots voor beide de gebouwen te zetten, en eene der boere woningen, welke met primo maij door de tegenwoordige gebruikers worden verlaten tot zijn gebruik en vertrek voor de Directie der gebouwen wilde afstaan, waar omtrent ik bij deze de eer heb den intentie der Permanente Kommissie te vragen, terwijl het mij in 't algemeen aangenaam zijn zal hare decisie ten spoedigste te vernemen.

Voorts heb ik de eer hier bij te voegen een nota der aangekogte houtwaren bij de Heer van de Stad en zonen te Zaandam, bij vergelijking dezer prijzen tegen die van het voorledene jaar zal der Permanente Kommissie een verschilt ten nadele der Maatschappij ontwaren.

Het zij mij vergund hier omtrend aan te merken dat bij de begroting der kosten op hogere prijzen is gerekend, en dat de aankopen beneden de tarieven zijn geschied. Het verdere benodigde hout rekenen wij weeder beneden tariefprijzen te zullen bekomen. Mag ik der Permanente Kommissie verzoeken een dezer nota's geapprobeert aan de heeren van de Stad te zenden en de andere aan mij te zenden.

Ten aanzien der prijzen en voorhanden zijnde partijen steen voor de gebouwen benodigt, dient de Permanente Kommissie tot informatie vooreerst dat door mij zijn aangekogt van de Heer Dwars, de Geb. van Barneveldt en de Erven Daendels p.m. 630000 onder moppen en 30000 bleke moppen, 380000 mondstenden, en 60000 ratelaars.

Wat den eerste en tweede leveranciers betreft, de 1ste soort voor 6- en de 2de en 3de voor 5- en de 4de voor 4,25 te leveren aan de plaats der gebouwen, en van de Erven Daendels de 1 soort voor 4,15, de 2de en 3de soort a 3,15 en de 4de soort 3-, te ontvangen aan den oven; deze prijzen staan gelijk aan die van het voorgaande jaar en zijn verre beneden het tarief zijnde al de steenen op 6- per duizend gerekendt.

Verder is mij aangeboden door den Heer Mijnlicht te Nieuwerkerk aan den IJssel eene aanzienelijke partij steen, geschikt voor schoorstenen voor 1,90 de duizend, waar bij misschien voor vragt zal worden gevoegd 1,40, dus te zamen 3,30. Deze steenen zijn wel iets minder groot, doch voor schoorstenen voldoende en moeten door den aannemer even als Kamper IJssel vorm voor 6- worden aangenomen.

Ik geloof dan men van deze laatste op 45000 zal kunnen reekenen. Voegt men bij de hier bovengen. partijen den nog voorhanden zijnde steen door de Maatschappij gebakken, te calculeren op 30000, bekoomt men een totaal van p.m. 210000 over welke men in den tijd voor de voltooijing der gebouwen bij het bestek bepaald kan disponeren, terwijl er volgens de bereekening niet minder dan 340000 zullen benodigt zijn.

Tot voorziening in dit tekort neem ik de vrijheid de Permanente Kommissie voortestellen om een betr soort van steenen te kopen, welke zullen moeten kosten 5,30 aan de fabriek, of
6,75 aan de gebouwen, zijnde van deeze soort nog al aanmerkelijk partijen voorhanden, of wel om een der gebouwen een maand of zes weken later te doen opleveren, als wanneer de somers ovens gebakken en weder meerder voorraad steen voor mindere prijzen te bekomen zijn.

Omtrend de pannen en vloeren ben ik met onderscheidene fabrikeurs in correspondentie, en ik geloof die artikels voor de prijzen in het tarief bepaald of minder te zullen kopen.