Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





Johannes van den Bosch probeert 19 april 1823 van alles en nog wat rond Veenhuizen te regelen: 'Zo kan het niet. Wij tobben ons dood en nog komen wij dik­werf te laat.'


Op de omslag van deze brief, gedateerd 19 april 1823, is geschreven 'Cito Cito', wat betekent dat hij met de hoogst mogelijke spoed bezorgd moet worden. De inhoud is ook wat ademloos. De brief bevindt zich in invnr 65:


Frederiksoord den 19 april 1823

WelEdele Heeren!

Ik heb wel ontvangen het besluit der Perma­nente Kommissie wegens het aanleggen van het hoofdgebouw te Veenhuyzen. Ik zal zor­gen dat aan de inhoud daarvan voldaan word.

Dan ik wenschte tevens te ontvangen de tekeningen, er zijn hiervan geene copie voorhanden en dit nogthans is nodig voor de aanbesteding. Liefst ontvang ik die per post want per schip gaat het te langzaam en te onzeker.

Eene goede voorraad stenen is reeds gekogt voor minder dan op het tarif genoteerd is.

Pannen zijn mede iets minder genoteerd.

De Heer Poelman gaat heden op rijs om de houtwerk etc.

Dan het is thans dringend nodig dat de Heer Lemel word aan­gesteld, zo om de materialen in ontvangst te nemen, om te keuren en te zorgen dat de son­ten(?) niet vermengd worden als mede ter opmaking der bestekken voor de boeren woningen etc.

Het zal is mij nog de Direkteur niet mogelijk alles zelf te verrigten.

Weet de Kommissie iemand anders die de nodigheden en braafheid bezit zo geef ik gaarne mijne stem tot zijne benoeming.

Zo kan het niet.

Wij tobben ons dood en nog komen wij dik­werf te laat, terwijl het ongelukkige jaarsai­soen en de strenge winter de uitvoering moeijelijk maakt en de arbeid ook in deze kolonien als het ware tot op een tijdpens(?) heeft opgestapelt.

Veel winter koorn is bij de boeren door de zeer koude nagten met zware sterke vorst bedorven.

Ook bij ons heeft het veel geleden, dan wij worstelen nog met alle kragt om de schade te boven te komen. Een moeijelij­ker tijdvak hebben noch niet gehad.

Ook ten aanzien van de Heer Poelman die ik voorgedragen heb tot adjunct Directeur tweede klasse verwacht ik de decisie der Kommissie.

Al zeer spoedig zullen wij 5 a 600 man te Veenhuizen aan het werk heb­ben.

De gronden moeten tijdig gereed zijn om in sept. bebouwd te kunnen worden.

Zo in juny en july niet gebrand worden hebben wij aanstaande jaar weinig vruchten te wachten. Veel hangd er van dat alles ten strikte tijd geschied.

Vogelzang, wijkmeester in de vierde wijk, derde kolonie, die zich zeer ver­dienstelijk gemaakt heeft, proponeer ik tot onderdirekteur te Veenhuyzen onder Poel­man.

Ik weet werkelijk geen andere men­schen tot deze betrekking voortedragen.

Bei­de waren ons hier zeer nuttig, maar het ge­wigtig te moeten voorgaan.

Een zo uitgebrei­de onderneming laat zich niet door een man beheren dus de uitvoering der details surveil­leerd een ander die het geheel overziet en op de comptabiliteit let.

Namentlijk daar verlangd dat tot ieder soort van arbeid niet meer han­den en middelen gebezigd worden dan de reglementen bepalen.

Zonder dat werkt men in het blinde toe en heeft men bij slot van rekening deficits die zich niet laten redresse­ren.

De Kommissie gelieve gunstig stijl en schift te verschonen.

Ik zit tot de oren toe in het werk.

Met hoogachting heb ik de eer te zijn
UWelEd DWDienaar J. van den Bosch

Er zijn pagina's met meer informatie over de hier genoemden:

Jannes Poelman

Jan van Lemel

Leendert Vogelsang