Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





De voorbereidingen voor de Kolonievaart die vanuit de Norgervaart naar de nieuwe kolonie zal leiden, met het contract met de gerechtigden in Norgd, Zuidvelde en Westervelde


Op 8 april 1832, invnr 68, vraagt de directeur Wouter Visser toestemming om met het graven van de vaart te beginnen. Hij kondigt alvast aan dat Stephanus van Royen in onderhandeling is over een contract dat de vaart mogelijk moete maken. Visser vraagt toestemming:


... tot het maken van een begin met het gra­ven eener scheepsloot of verlen­ging van een kanaal genaamd de Norghervaart; welke Norghervaart onmidde­lijk correspondeert of liever een gedeelte uitmaakt van de Smilder Vaart;
en zulks tot transport van bouwmateri­alen voor het te maken etablissement op de gronden van Veenhuizen; de kosten van dit project kunnen niet juist worden opgegeven, doch calkulatie zoo als mij dit op de plaats zelve is voorgekomen, zal hier toe p.m. ƒ2500. worden vereischt.

De Heer van Rooi­jen is op het punt van onder nadere approba­tie der Perm. Kommissie een contrakt te sluiten met de eigenaren der gronden, welke deeze vaart zouden doorsnijden, de voorlopi­ge afspraken dienaangaande zijn zeer ten voordeele der Maatschappij, als komende hier op neder dat de eigenaren zelf, een stuk land aan de reeds gekogte gronden grenzen­de, zouden afstaan, tot schadeloosstelling;

gemerkt dat zij te Norgh, Zuid & Westerveld wonende, veele belang bij dat werk hebben, en er hun voordeel in bereke­nen.

Eene kleine ruwe schets van het terrein hier nevens ge­voegd, zal dit de P.K. eenigsints duidelijk maken.

De reden waarom ik de vrijheid neem deeze authorisatie te vragen, alvorens dat contrakt finaal is gesloten, bestaat in het spoed vereischende en belangrijke der zaak; wordt hier mede gewagt dan lopen wij gevaar dat de Smilder vaart, haar water verliest eer wij tot het transporteren te water gereed zijn, terwijl de kosten van transport per as van al het benodigde bijna onber­eekenbaar groot zijn.


Bijgevoegd is een schets van Veenhuizen en de loop van het kanaal. Het door Van Royen afgesloten contract is gedagtekend 12 april 1823 en bevindt zich in invnr 1173:


Overeenkomst tusschen de Maatschappij en Marktgenoten van Norch, Zuider en Westervelden blijkens onderhands kontrakt in dato den 12 april 1823,

waarbij bovengemelde Marktgenoten toestaan het graven van een kanaal of wijk uit de Norgervaart tot in of bij Florisland,

waartegen de Maatschappij zich verbindt,

1e Om de doorgraving van gemelde geheel op hare kosten te laten geschieden, daar ter plaatse alwaar dezelve met overleg van het Gemeentebestuur zal worden bevonden ten minste nadeelen der Marktgenoten te zijn, zullende het onderhoud daarvan ten allen tijde voor rekening der Maatschappij blijven.

2e Om voor hare rekening zoo vele klapbruggen en pompen te leggen, als het Gemeentebestuur redelijkerwijs tot herstel der passagie zal noodig oordeelen.

3e Om een weg ter breedte als de weg bij Norchervaart, aan een der zijde van de nieuw te graven vaart te maken.

4e Wordt aan gemelden marktgenoten de bevoegdheid toegekend, om, wanneer gemelde vaart ter eeniger tijd mogt verlengd worden, van die gehuchten naar het vaarwater van de Maatschappij in te wijken.

5e zullen dezelfden Marktgenoten hunne produkten, voor zooverre dezelve binnen de Gemeente Norch gevonden worden, vrij mogen op en afvoeren, alleen onder betaling van 20 cents voor het doorschutten van ieder schip.