Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





april 1823: Johannes van den Bosch over de nieuwe kolonie: 'Het is op dit ogenblik een tijd van handelen, om te delibereren schieten er weinig oogenblikken over'


Op 7 april 1823, invnr 68, wil Johannes van den Bosch het bestek en de tekening voor het nieuwe gebouw sturen, maar op het eind van zijn brief blijken die nog niet klaar. Er is sprake van twee gebouwen: eentje te Veenhuizen en eentje in Doldersum. Die laatste zal er echter nooit komen.


Frederiksoord den 7 april 1823

WelEdele Heeren!

Ik zend heden de tekeningen en het bestek voor een hoofdgebouw aan Doldersum en een dito voor Veenhuyzen, beneffens een begroting van kosten.

Het moeijelijkste in dit alles bestaat in het transporteren der materia­len. Dit dient onverwijld aantevangen want worden de landen droog, dat als zeer dikwijls in het laatst van meij plaats heeft, dan is het voltooijen der gebouwen onmogelijk en de vestiging zou niet kunnen geschieden voor in het najaar van 1824.

Dit kan derhalve vol­strekt niet.

Ik heb de Heer Poelman gezon­den naar de Zaan met last om aldaar de benodigde houtwerken te kopen voor de bei­de etablissementen onder nadere approbatie der Kommis­sie en onder bepaling van de koopprijs bij het bestek bepaald niet te boven te gaan en dat dezelve moeten geleverd worden, de eene partij te Doldersum en de andere aan het einde der Norchter Vaart, de vrachtprijzen echter te bepalen zodanig ech­ter dat die het geraamde niet verpasseren.

Naar Harlingen heb ik Elzinga gezonden met last om aldaar onder gelijke voorwaarden te kopen 210,000 stenen voor de schoorste­nen van ieder etablissement, 80,000 vloerste­nen voor ieder dito, 150,000 pannen dito, mede te leveren gedurende de maand meij op de straks genoemde plaatzen en onder bepaling dat de prijzen daar voor op de ca­tenscho(?) gebragt niet worden gesurpas­seerd, terwijl al mede de kosten van het ­se­ren het daarvoor beraamde.

Ik heb nodig van de Kommissie qualificatie om de leveran­tie te gunnen, zo dezelve op de voorge­stelde zou worden verkregen kunnen worden.

Moet ik eerst daar voer schrijven, dan alvorens wag­ten en vervolgens daar van de leveran­ciers kennis geven, zo behoeven wij dit jaar de zaak niet te beproeven.

Kan de leverantie niet dadelijk aangevangen worden zo is het  voltooid en kan die niet voltooid worden dan moeten wij met bouwen niet beginnen omdat ten minste het gebouw onder het dak behoort te zijn zal hetzelve de winter doorstaan.

Ik verzoek derhalve eene spoedige beslissing op dit hoofdpunt waarvan alles afhangd.

Zo de Kommissie het plan mogt goed­keuren verzoek ik het zelve zo spoedig mo­gelijk per post te retourneren en in de Haar­lemsche Courant te doen plaatsen dat de besteding zal plaats hebben op den 5 meij alhier te Frederiksoord en dat de bestekken te lezen liggen bij van der Molen, kaste­lein op de Grote Markt te Groningen, te Leeuwar­den bij de Heer Poelman en het Heeren loge­ment te Assen bij de kastelijn Donker, te Zwol bij Jan Harms, Heerenlogement op de Grote Markt te Zwol en eindelijk het bestek en tekeningen etc. te Frederiksoord.

Deze annonce dient op den 20ste dezer te ge­schieden.

Ik zal intusschen zorgen voor het afschrijven der bestekken en de verzending zodra de goedkeuring der Permanente Kom­missie zal zijn ingekomen.

Ik hoop dat alles zijn beslag zal kunnen krijgen op den beken­de tijd.

Het is mij onmogelijk geweest plans en bestekken vroeger klaar te krijgen en even onmogelijk is het de leverantie der ma­terialen in de aanbesteding te begrijpen. Want de approbatie van de uitbesteding zou hoogstens, al ge­schied alles per expresse, eerst tegen den 9 april(?) hier aan nem(?) zij en moest dan de aannemer eerst de materia­len gaan kopen zo is het onmogelijk dat de­zelve ter bestemder tijd op de plaats zijn.

Het kan dus niet anders of de Maatschappij moet zorgen dat de pannen, vloerstenen, kalkste­nen, hout intijds gelevert worden. Het is op dit ogenblik een tijd van handelen, om te delibereren schieten er weinig oogenblikken over. Bij de tekening en bestek­ken die men mij zo komt zeggen dat noch niet voltooid zijn, voeg ik een en ander consideratie mee­de en blijf inmiddels met hoogachting

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch


De volgende dag zijn bestek en tekening blijkbaar wel klaar, dus op 8 april 1823, ook invnr 65, stuurt Johannes de stukken alsnog. Inmiddels valt het gebouw in Doldersum af, want het vervoor van materialen daarnaartoe gaat niet lukken.


Frederiksoord den 8 april 1823

WelEdele Heeren!

Ik heb de eer hier nevens UWelEdelen een plan, gedeeltelijke op stand en doorsnede van het geprojecteerde gebouw voor huisge­zinnen en wezen, beneffens het bestek en begroting.

Wat het eerste betreft, daar in is zo veel mogelijk gevolgd al het noodige dat ons de inrichting aan de Ommerschans heeft doen blijken en het gebrekkige zo veel moge­lijk vermeden.

Het gebouw bestaat slechts uit een verdieping, als gemakkelijker en beter schoon te houden, doch is daar en tegen dubbel, dat is binnen waards en buiten waards bewoonbaar.

Het dak is gebroken, uit hoofde dat een dak over de geheele breedte te hoog zou zijn en sterker muur werk zou vorderen.

De zol echter daalt slechts tot op 6½ voet aan de zolder om deze tot ber­ging te kunnen bezigen daar een zolder van slechts 11 vt breed te beperkt is om hier toe te kunnen dienen, althans met vrucht te die­nen. De zol zelve zal behorelijk van zink voorzien worden zo dat geen lekkage te vre­zen is.

Een hek zal ik niet doen projecteren, eendeels om de kosten ander­deels om dat ik de noodzakelijkheid niet inzie van de jonge lieden onnodig te scheiden, daar zij toch op het land niet gescheiden houden worden kunnen. Des nagts zijn de deuren gesloten en de vengsters van tralien voorzien. Mogt echter zodanig een hek nader blijken nodig te zijn dan kan het nog altijd worden geplaatst.

Wat de begroting betreft, deze is op het zuinigst berekend. De winst van de aannemer echter is daar onder niet begrepen. Deze bepale ieder voor zich, en het zal bij de uit­besteding moeten blijken hoe hoog zij die berekenen.

Alles hangd intusschen af van het spoe­dig transporteren der materia­len. Kunnen wij die leveren voor de prijzen bij de begroting uitgedrukt dan vleije ik mij dat het gebouw voor de som daar voor bepaald van 58/m en 52/m zal kunnen worden gezet en in dat geval zal de kosten veel minder dan die aan de Ommerschans bedragen, daar in het plan de beide onder direk­teurs & hun boekhouders – het adjunct Direkteurs huis begrepen – is be­halve(?) RR && en ruim gelegenheid ople­veren voor allerlei scholen korpelat(?) etc.

Ik heb de middelen van transport na Doldersum nogmaals onderzocht en ik ben zeer bevreesd dat het saisoen te ver verlo­pen is om te kunnen hopen dat de materialen er tijdig zullen aankomen.

Moesten deze per as getransporteerd worden dan zeker zou dit alleen ten minste ƒ6000- bedra­gen.

Ik meen derhalve terug te moeten komen op mijne propositie en dit jaar ons te bepalen tot het bouwen van een etablissement te Veenhui­zen en 50 koloniale woningen te Doldersum, of wel vier grote hoevens dat mij nog verkie­selijker voorkomt, daar wij zeker genoeg kleine hoevens voor eerst hebben.
Men heeft ons zo lang na de kontrakten laten wagten, dat dit billijk ons ter verontschuldiging strek­ken moet.
Zo wij slechts een groot gestigt bouwen altijd genoodzaakt ons te overhaas­ten, zijn wij doorgaans verplicht duur en slecht te werken.

Dringend verzoek ik antwoord op mijne missive van gisteren ten aanzien van de kwalificatie om zo de houtwaren en de verder daar bij opgegevene artikelen geleverd kun­nen worden voor de prijzen bij de begro­ting opgegeven, die te doen leveren. Want zo ook te Veenhuizen ons het water ontloopt zou ik adviseren onze geheele onderneming tot het vol jaar uittestellen.

De koop van het laatste perceel te Veen­huizen is inzonderheid gunstig uitgevallen. Daar onder zijn meer als 200 morgen best veen. Brengen wij het kanaal er na toe dat voor 4 a 5/m geschieden kan, dan is ieder morgen zeker ƒ250,- waardig. Het kanaal echter hoop ik zal ons niets kosten. De boe­ren in de omtrek zijn genegen meerder gron­den aftestaan, zo wij het zelve tot dezes willen verlengen als venural(?) woud(?) om de geheele kost daar van goed te maken.

Zo wij ons dit jaar toe een gebouw bepa­len zou de uitbreiding tot de 10 meij kunnen verschoven worden en dit de Kommissie in staat stellen om eenige dagen meerder aan de overweging van het plan te besteden en mogelijk om daar over een architekt te con­sulteren als mede over het bestek en begro­ting. Maar hij moet daar op zelf geen speen laten maken anders worden wij misleid.

Ik herhaal bij deze mijne voordragt van de Heer Lemel aan te stellen tot Adjunct Direkteur met ƒ750- tractement, speciaal belast met het opzicht over de gebouwen. Ook solliciteer ik antwoord op mijne voorstel­len betrekke­lijk de Ommerschans. Ik heb de Heer Ameshoff opgedragen om 1½ last lijn­zaad te zenden voor vlas en 2000 pond rode klaver zaad, ook nog 2000 pond raygras zaad ontboden voor de nieuwe etablissemen­ten.

Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch

Zo dra het plan geapprobeerd is beneffens de besluiten verzoek ik die terug. De annon­ces zullen den 24ste dienen te geschieden. Morgen zal ik de namen der logementen opgeven waar de bestekken te zien zullen zijn.
Ik wensch te meer de spoedige aanstel­ling van de Heer Lemel om te kunnen doen gereed maken de werk plaats, de bestekken voor de boerenwo­ningen, zalen voor aan de Ommerschans en voor de woningen van Dolder­sum. Alle deze zaken presseren en ik heb niemand die ik dat opdragen kan. Hij is een neef van van Royen, thans ontvanger in Drenthe, voormaals geemployeerd geweest in Coeverden bij de ingenieurs. Bezit veele bekwaam­heden in onderscheidene vakken en heeft veelgeroemd oordeel, de reputatie van eerlijk en zeer actif te zijn.

Zie over de Jan Lemel waar hij het een paar keer over heeft deze pagina. Ook in andere opzichten geeft de permanente commissie Johannes zijn zin.
Elders op de site staat een transcriptie van het hier genoemde bestek.