Bedelaars bij het tweede gesticht Veenhuizen

Zitting van den 13 Julij 1844


(Bevond zich in het mapje tuchtzittingen 1843)

Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Bedelaarskolonisten, gehouden te Veenhuizen, 2e Gesticht.

Tegenwoordig zijn:
C.W. Rensing, Adjunct-Directeur en President
G.J. Hendriks en W. Heidema, Onderdirecteurs
Gustavus en Lammerink, zaalopzieners
Ente, boekhouder en secretaris.

Wordt ter tafel gebragt

een klagte van den zaalopziener Gustavus tegen den Bedelaarskoloniste C. van Haperen N665 en wel op haar eigene gezegdes, dat zij zich in eenen zwangeren staat bevind.

De beschuldigde wordt binnengelaten en wordt haar ondervraagd of zij zwanger is, zoals zij zulks aan den zaalopziener heeft gezegt; waarop zij verklaart niet zwanger te zijn, dat de aanleiding van dit haar zeggen slechts was geweest omdat haar kind drie jaren oud stondt te worden en alsdan van zaal moest veranderen, en door dit zeggen, hoopte zij niet van zaal te moeten veranderen, om zodoende nader bij haar kind te mogen blijven.

Men laat haar buiten gaan om over dit haar gezegdens te kunnen handelen.

Gehoord de gezamentlijke Leeden van den Raad, ieder in het bijzonder, wordt besloten: niettegenstaande haar gezegdens tegen den zaalopziener, heeft de Raad besloten haar met eene vermaning vrij te laten, door hare gezegdens vooralsnog niet voor waarheid kunnen aangenomen worden, als daarmede bij oogmerken hebbende.

Men laat haar vervolgens binnenkomen, en haar het verkeerde in deze voorgehouden hebbende, laat men haar weder naar de zaal terugkeren, om des nodig nader te verschijnen.

Geene der Leeden iets meer ter behandeling hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dag,maand en jaar als in het hoofd dezes vermeld.

Was getekend: Rensing, Hendriks, Heidema, Gustavus, Lammerink, Ente.

Voor extract conform, de secretaris, Ente.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1621

Notities bij het zittingsverslag