Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor kolonisten Huisgezinnen
Zaturdag den 12den September 1829


De President de Raad geconvoceerd hebbende waren alle leden tegenwoordig.

Door de President is aan den Raad voorgelegd een Aanklagte tegen Kolonist Bijkers (?) en deszelfs Huisvrouw welke zig niet ontzien hebben om de Huisvrouw van Kolonist van der Heyde op den 10de deezen met Scheldwoorden te bejegenen en te mishandelen.

De Raad heeft hierop getuigenis gehoord welke daarbij tegenwoordig zijn geweest, als zijnde de Kolonisten Hunia (?), van der Schaft, LaRooy, Ter Geusendam, welke eenparig verklaard hebben dat het in bovenstaande aanklagte vermelde heeft plaatst gehad.

Daarop heeft de Raad de beschuldigden voor Zich doen komen ten einde dezelve te hooren in haare middelen van defensie.

De door hun ingebragte verontschuldiging door den Raad niet voor voldoende kunnende worden aangenomen heeft dezelve besloten zoo als bij besluit bij deeze. De beschuldigden ingevolge art 3van het Reglement van Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen te condemneeren tot opsluiting in de Strafkamer gedurende 3 agtereenvolgende dagen.

Verlangende de Raad dat hieraan onverwijld Executie zal worden gegeven.

Gedaan te Veenhuizen de Datum als boven
Poelman
Kuiper
Textor
C. Hagen
J. van Eijle
F. Holsteyn secretaris



BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag