Extract uit het register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Veenhuizen 1e Gesticht

op den 23 November 1846


Present
C. W. Rensing,  president
Leden van den Raad:    G. H. Kuipers(niet present) , M. A. J. Textor    J. Meijer    A. v.d. Berg,
J. F. Morriën, Secretaris

De Raad geconvoceert zijnde, wordt door den voorzitter geopend; alle de leden waren tegenwoordig, uitgenomen den Onder Directeur Kuipers.

Wordt ter behandeling voorgenomen, het heden morgen voorgevallene met den bestedeling J. Scherps, N. 1995 waar van den Zaalopzieners Vrieze en Nijman gerapporteerd hebben, als volgt:

“bij het luiden der tweede of werkbel in den morgen van heden, verzamelden wij de jongens als naar gewoonte, om de poort uit te geleiden, bij welke gelegenheid Scherps met de uitgezochste verschrikkelijke vloekwoorden, onder eene dreigende houding zich voor den zaalopziener Vrieze plaatste en weigerde uit te gaan om dat het eenigzints regenachtig weer was; terwijl hij tegelijkertijd zijne zaal makkers aanspoorde, om zijn voorbeeld te volgen en zich geheel weerspannig bleef betonen, bij zijne overbrenging naar de strafkamer.”

De schuldige  gehoord, die niets ter zijner verschoning konde inbrengen; hij is eene ontevreden moedwillig sujet, op zijn gelaat staat te lezen wat er inwendig in hem omgaat.-

De Raad gaat tot de behandeling der zaak over.-

In aanmerking nemende dat Scherps onderscheiden malen voor de Raad van Tucht heeft te regt gestaan, en ook reeds eenmaal voor straf naar de Ommerschans is overgeplaatst geweest, een en ander te zien uit het hierbij overgelegd wordend Extract uit de Registers van de Raad van Tucht.

Overwegende dat art 3 § 1 en art 4 § 1 door de menigvuldige herhaalde overtredingen niet meer op deze jongeling kunnen toegepast worden.

Gezien artikel 9 van het Reglement van Tucht voor Weezen, luidende als volgt:
“Bij aldien het blijken mogt, dat geen der voorgeschrevene strafbepalingen voldoende was, om een of ander bij uitstek ondeugend voorwerp van zijne verkeerdheid terug te brengen, zal de Raad van Tucht besluiten tot een voorstel aan de Permanente Commissie om zoodanig onverbeterlijk persoon uit het Gesticht te verwijderen en in de Ommerschans overteplaatsen, welk voorstel zal moeten geschieden met aanhaling der Notulen, volgens welke hij vroeger zonder vrucht is gestraft geworden.”

Wordt besloten:

De bestedeling J. Scherps N. 1995 onder approbatie van de permanente Kommissie, andermaal te verwijzen naar de strafkolonie te Ommerschans.-

Dit vonnis wordt ter kennisse van Scherps gebragt, en hier mede wordt de Raad gesloten.

Aldus opgemaakt op dato als boven
De President & Leden
(was get) C. W. Rensing,  A. M. J. Textor,   J. Meijer, A. van den Berg

Voor Extract Conform
 De Secretaris
J. F. Morriën


Bijlage: Overzicht van het strafblad van Jan Scherps


Te bekijken als pdf.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag