Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene kinderen bij het 1e gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 8 december 1832


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waaren alle de leden tegenswoordig

Door den Heere President werd ter tafel gebragt eene aanklachte tegen de wezen Willem Blizenski, Jan van den Berg, Joseph Dourlas, Sjourd Drijfhoud, Jan Daniel Roodarmer & Louis van Herfden. alle de welke betrapt waren door den wijkmeester Pieter Postema en wel de drie eerst genoemden, met een zekere hoeveelheid Beuling, te zamen gesteld, uit lever, en andere voor de gezondheid zeer nadelige selfstandigheden, en de drie laatst gemelde met bedorve bokking die zij tegen het gegeven verbod getracht hadden heimelijk in het gesticht te voeren

De Raad heeft de beschuldigde voor zich doen komen, om hen hier over te horen, zij hebben bekend dat zij in stilte hun werk hadden verlaten, en het hierboven genoemde hadden gekocht bij den veldwachter Hoeboer aan de 4e wijk woonachtig met voornemen om dit heimelijk in het gesticht te brengen, of bij de buite bewoners te doen gereedmaken.

De Raad heeft de aangeklaagde doen buiten staan om te delibereren, welke straf hier op was toe te passen;

waarop de Raad heeft besloten zoo als de zelve besluit op heden, de beschuldigde

als hebbende zich schuldig gemaakt aan ongehoorzaamheid wegens het overtreden van het gegeven verbod om geene verbodene eetwaar in het gesticht te voeren, en wegens het staken hunner arbeid, ve(r)vat (hij was een 'r' vergeten) bij het 3 artikel van het reglement van Tucht en wel bij § 1. Ongehoorzaamheid, wederspannigheid of verzetting tegen zijn zaalopziener, een der Onder direkteurs, den Adjunkt direkteur, en in het algemeen tegen alle ambtenaren onders wiens opzichte men werkzaam is, waar op de straf bij art. 4 hier voren gemeld is toegepast “opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer, en bij herhaling van een tot acht dagen om den anderen dag te water en brood”

genoemde te condemneren tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van drie achter een volgende nachten

Verlangende de Raad dat hier onverwijld executie worde gegeven, en afschrift daar zal worden gezonden aan de Heere Adjunkt Direkteur A. de Geus tot informatie

Waarop men de beschuldigde heeft doen binnen staan en is na aan hen gedane voorlezing dit tegens woordig proces verbaal door den Heere President met alle de leden der Raad ondertekend

Gedaan te Veenhuizen op dag en datum als boven is gemeld
Poelman, adj. Dir.
J. Kluvers, Onderdirekteur binnen
Kuipers Ond.
L. Vrieze zaalopziener
J.H. Kloekers  Zaalopziener
Coelen (secr)

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag