Raad van Politie en Tucht in de gewone koloniën, op den 15 july 1837


Alle leden zijn tegenwoordig.

Wordt gelezen een Procesverbaal van den Raad van toezigt van kolonie No 2; van den 14 dezer maand, houdende beschuldiging van de wed: Thomas Baas, welke eigendunkelijk twee kinderen van 8 en 10 jaren, welke bij haar waren ingedeeld, heeft terug gezonden naar den wijkmeester.

De beschuldigde binnengeroepen zijnde verklaart dat zij niet in staat was op deeze kinderen te kunnen passen daar ze jong zijn en zij dagelijks meede naar het land gaat te werken, waarom zij dan ook verzoekt om als valide huisgezin te worden overgeschreven, ten einde van diergelijke indeelingen verschoond te blijven.

De Raad geeft haar te kennen dat er in de validiteit geene verandering gemaakt kan worden voor het kwartaal ten einde is, en

besluit:

De wed: Thomas Baas twee grootere wezen toe te voegen tot P: October, en haar dan op eene valide hoeve te doen overgaan, hetwelk haar, zij daartoe binnengeroepen zijnde door den President wordt kenbaar gemaakt met de nodige vermaning tevens om zich voortaan niet weder aan diergelijke eigendunkelijke handelwijzen schuldig te maken.



Verder wordt gelezen een Proces-verbaal van de Raad van Toezigt van kolonie No 1; van den 14e dezer maand, houdende beschuldiging tegen Willemina Ankon oud 14 jaren bestedeling van Utrecht, en ingedeeld bij de wed: Winkelhuis, welke zonder bekomen de kolonie had verlaten, na alvorens eenige goederen in de winkel te hebben gehaald op naam van haar pleegmoeder, en eenige goederen te hebben ontvreemd van de bestedeling Trijntje Maas.

De beschuldigde binnengeroepen zijnde bekent haar misdrijven, en geeft daarbij te kennen, dat alleen de begeerte om haare moeder (welke zij toen zij twee jaren oud was reeds had moeten verlaten) te zien haar daartoe had bewogen.

De Raad neemt in aanmerking haare jaren, en onnozelheid, waarbij nog wordt opgemerkt, dat zij door andere kolonisten tot deze misdrijven zoude zijn aangespoord, en

Besluit

Willemina van Ankon voor dit maal met eene ernstige vermaning te laten gaan, en de moeder welke zich nog te Utrecht bevind met het verlangen van haar dochter bekend te maken, om door haar de toestemming tot het verlof van haare dochter bij de besteders aan te vragen.

De beschuldigde binnengeroepen zijnde wordt haar zulks door den President kenbaar gemaakt.

Bijlage 1: Raad van toezicht van Wilhelminaoord 14-07-1837

Raad van Toezicht gehouden den 14 july in kolonie Nr 2

Compareerde voor ons de Wedw Baas wonende in kolonie Nr 2, 1e wijk, hoeve Nr 26. zijnde Invaliden van de 1e klasse, wegens terugzending van twee kinderen bij den wijkmeester Crol met name Jacob en Jacobus Oosting zijnde de eerste 10 en de andere 8 jaren oud.

Vrouw Baas binnengeroepen zijnde en ondervraagd na de oorzaak van terugzending van vorn: kinderen

Heeft geantwoord dat zij benauwd was voor zulke kleine kinderen voor brand en andere ongemakken die hun door konde voorkomen daar zij dagelijks op het land gaat werken en niemand in huis heeft op die kinderen te kunnen passen.

De Raad heeft geoordeeld dit aan de Raad van Tucht te moeten kenbaar maken

frederiksoord 14 july 1837


Bijlage 2: Raad van toezicht van Frederiksoord 14-07-1837

Kolonie N 1

Raad van toezicht gehouden op Vrijdag den 14 july 1837

Al de leden zijn tegenwoordig en worden door de Voorzitter bekend gemaakt met de voorgenomen desertie van Willemina Ankon, oud 14 jaren, bestedelinge van de Aalmoezenierskamer Utrecht en ingedeeld bij de wed: Winkelhuis, koloniste in de 3e wijk, hoeve N 107 dezer kolonie,

waarna genoemde meisje word binnengeroepen en ondervraagd,

waarop zij bekent op Maandag den 10e dezer maand te zijn weggeloopen, met oogmerk van den volgende woensdag te Steenwijk aan boord te gaan om naar Amsterdam te vertrekken, waarin zij is verhinderd geworden door den opziener P. Haseloop, die bij het aan boord gaan der passagiers tegenwoordig was en dit meisje ernstig aanmaande om met hem naar de kolonie terug te keeren, waaraan zij dan ook voldeed.

Een dienaar der policie stond juist gereed om haar als deserteur op te pakken.

Wijders wordt meergenoemde meisje beschuldigd en bekent zij schuldig te staan aan het halen van goederen zonder voorkennis van de Wed: Winkelhuis voor hare rekening bij den winkelier Montanus en wel
- op zondag ll;
¼ pond kaas, 1/16 pond klontjes,
- en op maandag:
1/8 pond suiker, ½ pond kaas, 2 koekjes chocolaas en voor 10 cents beschuit,

waarvan zij zegt de chocolaade aan Johannes Leffef te hebben gegeven, en het overige te hebben opgegeten onder weg naar Steenwijk, bij lieden die zij niet kent, maar die zij zegt te wonen aan het eind van Nijensleek of onder Eesveen.

Voorts heeft zij nog medegenomen en ontvreemd van een ingedeelde Trijntje Maas, een paar schoenen, een paar kousen, die bij vrouw Winkelhuis gebreid waren voor de fabrijk, en een muts van Hendrika Breemer, allen welke kleedingstukken echter zijn teruggekomen.

De Raad meent voor die van policie en tucht nog te moeten opmerken, dat Willemina Ankon meermalen in kleinigheden op oneerlijkheid is betrapt door de kolonisten waarbij zij is ingedeeld geweest.

En is hiervan opgemaakt dit proces-verbaal .... enzovoort


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag