Raad van Policie en tucht in de gewone Kolonie, op den 29e December 1832


Alle leden zijn tegenwoordig

Art. 1.
Wordt gelezen een proces verbaal van den raad van toezigt van kolonie N3 hierbij overgelegd, ten gevolge waarvan worden binnen geroepen:

Jan Hoomerig, Cornelis Breek, Jan den Ouden, Hendrik Blijma, Pieter Hartog
Als beschuldigd van verschillende baldadigheden te hebben uitgevoerd. Zij kunnen zich niet verontschuldigen en het ontkennen door sommigen, van daaraan te hebben deelgenomen, word door de overigen voldoende tegengesproken.

Zij buiten gelaten zijnde wordt er na overweging besloten, dat allen voor 4 dagen in de strafkamer zullen worden opgesloten. ingevolge artikel 2 § b en artikel 3 § 1 van het reglement, waarbij onder meer bepaald wordt dat zulk een gedrag zal worden gestraft met opsluiting van 3 tot 8 dagen.

Genoemde jongelingen weer binnen geroepen zijnde, wordt hun dit besluit kenbaar gemaakt.


Artikel 2.
Wijders staan binnen Cornelis Doornbos, Andries Eelkema, Jan Swak en Gerrit Mandos alsmede baldadigheid gepleegd hebbende en aan het plantzoen schade toegebragt.

De meeste hunner trachten zich te verontschuldigen en anderen daarmede te belasten.

De raad na hen te hebben doen verwijderen acht het genoegzaam bewezen, dat genoemde ?? schuldig zijn gelijk mede nog Cornelis Zuidhoorn en W Steenmeijer welke niet zijn verschenen, terwijl daarentegen, de overige, in het procesverbaal van den Raad van Toezigt zogenoemd, ofschoon met nog meer anderen daarbij geweest, echter als onschuldig, althans minder schuldig worden gehouden,

en besluit dezelve alzoo, naar aanleiding van § b en e van Artikel 2 en op grond van artikel 3 §1 en 2 de genoemde 6 jongens het straffen met opsluiting gedurende 3 dagen van Doornbos, Eelkema, Swak en Mandos, 4 dagen van Steenmeijer en 5 dagen van Zuidhoorn, welk besluit den aanwezigen zij binnen geroepen zijnde, wordt kenbaar gemaakt.


Artikel 3
Wordt gelezen een 2de procesverbaal van den zelfden raad en wordt mitsdien, binnengeroepen de kolonist Wardenier van Willemsoord wegens verregaande dronkenschap beschuldigd.

Hij doet het voorkomen of dit zoo erg niet zou zijn geweest en verschoonlijk zou wezen als voortvloeijende uit oneenigheid met zijne vrouw.

Na zijne verwijdering neemt de raad in overweging dat juist zijn huisgezin zeer oppassend is en het hierom te bejammeren zou wezen, dat het zou moeten deelen in de overplaatsing des mans naar de Ommerschans, zoo als het reglement voordert, terwijl de meeste leden geloven dat eene mindere straf en krachtige vermaning hem, Wardenier, voor een langen tijd althans, van herhaling van misdrijf zal terug houden, waarop besloten wordt Wardenier, bij wijze van inschikkelijkheid, 4 dagen opsluiting in de strafkamer op te leggen, welk besluit den binnen geroepen schuldige wordt kenbaar gemaakt.


Artikel 4.
Wordt gelezen het bijgevoegd procesverbaal van den raad van tucht bij kolonie no 1.
Frederik Hoofien, Dirk de Vries, Dirk Duinker, en Hendrik Hendriks
mitsdien gehoord wordende, zou blijkens het gebeurde met den eersten van geen belang en met de 3 laatsten eene kinderlijke onvoorzigtigheid te zijn geweest, uit welken hoofde men allen, na een gepaste vermaning gaan laat.


Artikel 5
Eindelijk Harmtien Kartz bis no 57 op hetzelfde procesverbaal binnen geroepen zijnde, ter zake van desertie, zoo brengt deze in, haar kind te hebben willen zien en daartoe geen verlof te hebben kunnen krijgen.

De raad begrijpt dit niet als verschoning te kunnen aannemen te minder, daar zij aan den sterken drank verslaafd is en nog bij hare terugbrenging door den verldwachter buitensporig drank gedronken had en besluit alzoo op grond van artikel 3 § 2 in verband met § d  artikel 2 Harmtien Kartz naar Ommerschans te verwijzen en haar reeds overmorgen bij eene gelegenheid derwaards te doen vertrekken onder inwachting der bekrachtiging van dit besluit door de permanente commissie.

Alsdus gedaan te Frederiksoord den 29 december 1832

J. van Konijnenburg President
H. Bersma
L. ten Broek
P v.d. Bil
P. Soevereijn
L: Lukassen


Bijlage 1: Raad van toezicht Willemsoord 14 december 1832

Raad van Toezicht gehouden te
Willemsoord den 14 december 1832
present alle de leeden

Op aanklagte van den kolonist Jan Lodewijk en genomen rapport van de wijkmeester Koppe dat door de hierna genoemde kolonisten
Jan Hommerich (16),
Cornelis Breek (16),
Jan den Ouden (17),
Hendrik Blijma en
Pieter Hartog (16)
aan het huis van J. Lodewijk een glas was ingeslagen, kringzand & stenen door de schoorsteen geworpen.
Voorts vuiligheid & drek aan deur & vengsters gesmeert, heeft de raad deze jongens doen voorkomen.
Onderzoekt en heeft bevonden dat alhoewel dezelve gezamentlijk hierom overlegt hadden dat door Cornelis Breek het glas in geworpen & door Hendrik Blijma het kring door de schoonsteen gegooit.


Wijders is rapport gemaakt dat door de kolonisten en wezen welke arbeidend zijn in de Vaart aan de Vriesebrug bij aan houdenheid bij kolonisten & aan deszelfs woningen alsmede aan het plantzoen op de gronden der maatschappij baldadigheden worden gepleegd.
Zoo zijn de eerste aanvoerders derzelver voor de raad geroepen en zooveel mogelijk onderzogt als:
Cornelis Doornbos,
Andries Elkema,
Frans Tubijn,
Jan Swak,
Willem Kroese &
Gerrit Kop
waarvan wij vernomen hebben dat door Gerrit Mandos een glas zoude zin ingegooit,
dat door Cornelis Zuidhoorn een schoorsteen boven op het dak zoude zijn digtgelegd
dat door Willem de Vries uit No 61 op onderscheide huisjes met geweld zoude geslagen zijn,
dat door Elkema moleste gepleegd is aan de hoef van de kolonist Grunnekemeijer & voor de door hem de jagtpalen zijn omvergeworpen & bomen & plantzoen uit de grond gehaald & dezelve in het midden der zijsporen gezet waartoe zij Cornelis Fraterman en  ?? in plaats gedwongen hebben de gaten voor dezelve te graven.

daar diergelijke badadigheden ons voorkomen in allen opzichte tegenstrijdig te zijn aan een goede policie hebben wij vermeend hiervan notitie te moeten nemen en dit ter kennede van de weledele te brengen met verzoek dezelven te corrigeren
Willemsoord en dage maand en jaar als voorgenoemd.

Schuurer
J v Buiten
B Kuperus
P v d Bil
Schuurman

Bijlage 2: Raad van toezicht van Willemsoord 22 december 1832


GEEN transcriptie

Bijlage 3: Raad van toezicht van Frederiksoord 29 december 1832

Proces verbaal van het verhandelde door de raad van toezigt in kolonie No 1 op den 29 decemb 1832

Alle leden zijn tegenwoordig

1. Is verscheenen Frederik Hofien oud 13 jaar, de voorzitter vraagt dezelve, waarom hij zijn werk bedorven had, zoo dat de kolonist Molewijk het zelve tegen betaling heeft in orde moeten brengen,
waarom hij den opziener de Haan heeft uitgescholden voor gaauwedief en verweten dat hij daarom uit den broodbakkerij was gejaagd en daarom niet onder hem staan wilden,
de voorzitter heeft hem daar over onderhouden maar hij stoorde zich daar niet aan
De voorzitter vraagt waarom hij zijn werk opzettelijk bedorven had.
Antwoord om het werk te bespoedigen en wat meer te kunnen verdienen.

2. Is verscheenen Dirk de Vries, oud 14 jaren, de voorzitter vraagt of hij op den 14 december jl niet was geweest in het ledige huis op hoeve No 116 en aldaar vuur had gestookt, en of gem: woning open of digt was.
Antwoord Open.
Vragen of hij het vuur heeft aangestookt
Antwoord Neen Maar dat Hdr Hendriks met tondel en stroo het vuur had aangemaakt.
De voorzitter vraagt waarom hij hem ziende aankomen was gaan lopen
Antwoord omdat hij vreesde in ongelegendheid te komen.

3. Is verscheenen Dirk Duinker oud 18 jaar en Hendrik Hendriks oud 13
Vragen of zij op den 14 deezer gem: woning open of digt hadden gevonden.
Antwoord Open
Vragen waarom zij de deuren der kamertjes hadden opengezet. zoo dat bij het inkomen der voorzitter de vonken in het gezicht vloogen en het stroo over de grond verspreid lag tot aan den Turfbult in den schuur
Antwoord verklaren hier niet van te weten

4. Is verschenen Harmptien Kast oud 44 jaren
Vragen Waarom zij op den 18 juli jl de kolonie had verlaten zonder verlof
Antwoord Dat zij naar haar dochter wilde en menigmaal den Heer Direkteur en AdjunctDirekteru om verlof had gevraagd en niet konde bekomen, en alzoo zelve de vrijheid had genomen.
Vragen of zij niet bewust was zulks niet te vermogen.
Antwoord dit wel te weten, maar dat het verlangen naar haar kind haar hiertoe aangezet had.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag