Raad van Politie en Tucht op den 30 july 1831


De leden zijn tegenwoordig met uitzondering van A. Brouwer

De Directeur deelt den Raad mede, dat de bestedeling Arend Ruitenberg, van Harderwijk, ingedeelde van het huisgezin der wed. Siemons, van kol: No 3, hoeve No 58, den 20 dezer maand, ten derde male van desertie is teruggebragt, door de Politie van Arnhem, daar hij de beide vorige keeren, eerst te Willemsoord, en daarna te Frederiksoord, uit de strafkamers heeft weten weg te komen, en dat de Directeur het mitsdien noodig geoordeeld heeft, als een maatregel van Politie, hem nu terstond, voorloopig naar de Ommerschans te doen overbrengen;

overwegende dat op die jongen allezins toepasselijk is de strafbepaling eener verwijzing naar de Ommerschans, op het zonder bekomen verlof verlaten van de koloniën, bij het artikel 2 & 3 van het Reglement, behalve nog dat die jongen ook in meer opzigten een regte deugniet is, die met groote gestrengheid zal moeten worden behandeld, wil er nog iets goeds van groeijen;

zoo besluit de Raad met eenparigheid van stemmen, om Arend Ruitenberg voor een onbepaalde tijd naar de ommerschans te verwijzen, onder de vereischte goedkeuring van de Permanente commissie

Frederiksoord den 30 july 1831
J. van Konijnenburg
M. Bersma
De Vries
J.L. Jansen
A.v.O. Boddendijk


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag