Raad van Policie en Tucht voor de gewone kolonien
van 25 Juny 1831


Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van A. Brouwer

De President legt voor 5 stuks bij hem ingekomen Processen verbaal van de raden van toezigt in de onderscheidene kolonien, ten gevolge waarvan de beschuldigden achtereenvolgens voor den raad verschijnen en wel:

1e De besteedelingen Jan Topf, ingedeelde bij Spel, en George Jaquit en Fransiscus van Haalen, ingedeelde bij Leunissen, allen van Bergen op Zoom en ieder omstreeks 14 jaren oud, dewelke voor den raad erkennen den 1 mei jl de kolonien heimelijk te hebben verlaten, en die den 16 junij jl , onder geleide van wege de Regering van Amsterdam, bij gelegenheid van het overbrengen van kinderen naar Veenhuizen, te Frederiksoord zijn terug gebragt.

Dezelve geven afzonderlijk, doch eenparig, op, dat zij daartoe zijn verleid geworden door de mede weggeloopen bestedeling Cornelia van Zuilen, van 's Gravenhage, die nog maar acht dagen in de kolonien, zeer te onvreden was en hun beloofd had, te Amstrd. aangekomen zijnde, hun van reisgeld, dat zij daar van hare bloedverwanten zou kunnen bekomen, te zullen voorzien, ?? wijl zij gaarne een bezoek te Bergen op Zoom wilden afleggen.

Zij verklaren voorts, dat zij, zich te Amsterdam bedroogen vindende, aan een Policie Agent herberging en weder opzending verzocht hebben, dat hun toegestaan is.

De Raad, overwegende dat een en ander met de waarheid schijnt overéén te komen, dat de jongens tot hier toe geene reden van klagten hebben gegeven, dat het eigenlijk nog kinderen zijn en dat art. 16 van het Reglement van tucht gelegenheid schijnt te geven, om kinderen, al zijn het dan ook bestedelingen, ter zake van desertie vrij te stellen van eene overplaatsing naar de Ommerschans en dat zulks althans met deeze jongens wenschelijk is,
Besluit
Bij eene ernstige vermaning en waarschuwing van den President aan den kinderen, hen voor vier dagen in de strafkamer te doen opsluiten.


2e De bestedeling van het gouvernement Willem Lenterman, ingedeelde bij den huisverzorger H. Willemse, oud 26 jaren, als, na slechts 8 dagen verblijf in de kolonien, dezelve dan 25 mei jl mede te hebben verlaten, zijnde hij, onder aanbeveling van het Armbestuur te Bloemendaal, weder vrijwillig wedergekeerd.
Hij verschoont zich met te zeggen, dat hij niet genoeg voeding bekwam, en ook te weinig verdiensten kreeg, en dat hij niet wist, welke straf op het weg loopen volgen zou.
Deze persoon is daarbij onnoozel en schijnt anders in de kolonien wél te willen wezen, waarom de Raad ??, omdat hem het Reglement niet behoorlijk was bekend gemaakt, hem voor dit maal en onder inlichting en krachtige vermaning, te verschonen, gelijk geschiedt.


3e De bestedeling van het gouvernement Elisabeth Boozer, mede ingedeeld bij den huisverzorger H. Willemse, oud ongeveer 36 jaren, mede ter oorzake van desertie naar Stavoren op den 29 mei jl, van waar zij door een PolicieAgent is terug gebragt.
Deze, al zeer bekrompen van verstand zijnde, weet weinig ter harer verschoning in te brengen, dan dat zij vroeger agtergelaten goederen had willen afhalen.
Ook deze kende het Reglement van Tucht niet, waarom de raad hetzelfde besluit neemt als omtrent Lenterman.


4e De bestedeling van het gouvernement Jeltje Merks Verf, oud 52 jaren, bij den kolonist Dijkstra ingedeeld geweest, die ook al in de maand april jl de kolonien heimelijk verlaten heeft en eindelijk vrijwillig in de kolonie is terug gekomen.
Zij geeft voor redenen daarvan op, dat Dijkstra haar niet goed behandeld zou hebben, en zij het niet goed bij hem had.
Ook deze vrouw was het Reglement van tucht niet bekend gemaakt.
De Raad, zulks in overweging nemende, besluit:
Dat omtrent haar al mede geene andere bepaling dan omtrent de beide vorige kan genomen worden.


5e De bestedeling Gezina van Wardenburg, oud 14 jaren, van Vlaardingen, ingedeeld bij de wed Groen, als beschuldigd zijnde wegens onverdraagzaamheid in het huishouden, ongehoorzaamheid jegens de Directie en willekeurige handelwijze.
Deze ondeugende meid kan zich deswege niet verschoonen, en de Raad besluit alzo, om, naar aanleiding van art. 2 en 3, haar voor de eerste maal, te doen straffen met opsluiting in de strafkamer voor vier dagen.


Bijlagen raden van toezicht Frederiksoord, Wilhelminaoord (tweemaal) en Willemsoord


GEEN transcripties.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag