Extract uit het verbaal van het verhandelde bij den raad van policie over de vrije kolonien
Zaterdag den 31 maart 1827


Present
de Heer Visser, President
de Heer Bersma,
de kolonist Zwier, gemeensman
de kolonist Hoffman, gemeensman
de kolonist Gutsloo, gemeensman

Zijn gelezen, de processen verbaal van den raad van toezigt over kol No 2, de dato 16 dezes maand, betrekkelijk de navolgende personen en zaken

a  Van  Willem de Vries, kolonist in de kolonie te Doldersum, beschuldigd van twee beddelakens verzet of verkocht te hebben in Steenwijk voor de som van 26 stuivers, dat bezorgd en gedaan zou zijn door

b  Maria Ketner, oud 19 jaren, sedert verleden jaar ingedeeld bij den bovengemelden de Vries, die weduwnaar is met drie kinderen, in kol No 2. De meid zoude dit verrigt hebben op last van de Vries, en onder bestuur en geleide van Hendrina Jansen, met welke zij alsmede eenen boezelaar en een jak verruild had.

De bovengemelde kolonist de Vries en de bij hem ingedeelde weesmeid Maria Ketner, voor den raad gedagvaard, en een voor een verschenen zijnde, hebben dezelve, op hun door den Heer President gedane vragen, geantwoord en verklaard, hetgene volgt:

Willem de Vries had er niets van geweten, dat de meid de beide lakens te Steenwijk verkocht.
Eenige tijd geleden, had zij wel eenig spek en vleesch mede te huis gebragt, doch hij was niet gewaar geworden, hoe de meid daaraan gekomen was.

Maria Ketner verklaart, de twee bedlakens op last van de Vries naar Steenwijk gebragt en toen door bemiddeling van de dochter van Jansen voor 26 stuivers, verkocht te hebben of liever zoo zij meende, verzet in eene bank van leening, hebbende de hoop, dat die stukken op ontvangst van het geld, dat de Vries van zijne familie dagelijks verwachtte, weder gelost, en te rug genomen zouden worden.
Gebrek aan geld om het een en ander te koopen, had haar daartoe gedrongen.
Voorts ontkent zij, waarheid te zijn, van met de dochter van Jansen eenen boezelaar en een jak, voor ander goed, verruild te hebben.

Hierop is in den raad overwogen:

De onwaarschijnlijkheid, alsof de Vries van deze verkooping niets geweten zou hebben, daar het hem niet onbekend gebleven was, (volgens zijn eigen gezegde) dat de meid destijds vleesch en spek in de huishouding gebragt had.

Dat het meisje, in geval de Vries haar met de lakens naar Steenwijk had gezonden om dezelve te verkoopen, zij, als eene meid van 19 jaren, zulks niet had moeten doen, maar daarvan kennis hebben gegeven aan de over haar staande Directie; - en dat zij ook hare kleedingstukken geenszins had mogen verruilen.

het belang van de Maatschappij en der huisgezinnen, dat zoodanige dingen geweerd worden.
 
Waarop, nadat bevonden was, dat de gevoelens der leden van den raad, volkomenlijk overeenstemden, en alle leden oordeelden, dat de Vries en de bij hem ingedeelde Maria Ketner, van de vrije kolonien verplaatst en overgebragt dienden te worden naar eene der strafkolonien van de Maatschappij van Weldadigheid, te  einde voor het vervolg voor te komen dat niet meerdere goederen van de Maatschappij worden weggemaakt

Is besloten:

De beide processen verbaal van den raad van toezigt bovengenoemd onder geleide van afschrift dezes, te zenden aan de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid met verzoek in de behandeling der onderhavige zaak, zóó te willen decideren, als zij zal goedvinden te behooren.

Voor extract conform,
De Direkteur der Kolonien
Visser

Bijlage: Raad van toezicht van Wilhelminaoord van 16 maart 1827 (1)

Op heden den 16 maart 1827 is op last van den Heer Direkteur der Koloniën voor den raad van Toezigt van kolonie No2 gebragt Maria Ketner, ingedeelde wees bij den kolonist Willem de Vries in gemelde kolonie beschuldigd van het verkoopen van twee Beddelakens, waarover de raad de volgende informatie heeft gehouden.

Vragen - Antwoorden
Hoe is uw naam? - Maria Ketner
Hoe oud zijt gij? - 19 jaren
Zijn U de reglementen van orde in de Kolonie bekend? - Ja
Waarom hebt gij voor eenigen twee lakens verkogt? - Omdat wij in nood zaten van geld
Aan wie hebt gij ze verkogt? - De meid van Jansen heeft voor mijn vastgezet
Hoeveel geld heeft zij u daar voor gegeven? - Zes en twintig Stuivers
En waar zoo heeft zij ze voor u verzet? - In Steenwijk
Waar is uw jak gebleven? - Verruild aan de meid van Jansen voor een band
Hebt gij ook uw boezelaar verruild aan de meid van Jansen? - Ja, ik heb er eenen anderen voor in plaats gekregen

Bovenstaande vragen en antwoorden den beschuldigden voor gelezen zijnde, heeft zij haar gezegde blijven volhouden en met haar naamtekening bekrachtigd
Zij verkiest niet te tekenen

De raad van Toezigt bovenstaande persoon gehoord hebbende heeft besloten haar te verwijzen naar den raad van Policie om naar goedvinden met haar te handelen.
Gedaan in den raad van Toezigt voormeld
Frederiksoord den 16 maart 1827

Bijlage: Raad van toezicht van Wilhelminaoord van 16 maart 1827 (2)

Op heden den 16 maart 1827 is op last van den Heer Direkteur der Koloniën voor den raad van Toezigt van kolonie No2 gebracht de kolonist Willem de Vries beschuldigd dat er bij hem vermisten twee Beddelakens, waarover de raad de volgende informatie heeft gehouden.

Vragen - Antwoorden
Hoe is uw naam? - Willem de Vries
Hoe oud zijt gij? - 45 jaren
Zijn U de reglementen van orde in de Kolonie bekend? - Ja
Hebt gij ook geweten dat u meid twee lakens heeft verkogt? -  Neen
Hebt gij haar dan geen last gegeven om ze te verkoopen? - Neen

Bovenstaande vragen en antwoorden den beschuldigde voorgelezen zijnde, heeft hij zijn gezegde blijven volhouden en met zijn naamtekening bekrachtigd
Willem de Vries

De raad van Toezigt bovenstaande persoon gehoord hebbende heeft besloten hem te verwijzen naar den raad van Policie om naar goedvinden met hem te handelen.
Gedaan in den raad van toezigt voornoemd
Frederiksoord den 16 maart 1827


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag