Extract van het verhandelde bij den raad van policie over de vrije Kolonien
Zaterdag den 16 september 1826

Present
de Heer Visser, President
de Heer Bersma
de kolonist Zwier, Gemeensman
de kolonist Gutsloo, Gemeensman
de kolonist Hoffman, Gemeensman
v. Wolda, secretaris

Door den raad van toezigt van kol. No 2, zijn blijkens processen verbaal, in dato 15 dezer, tot den raad van policie verwezen

a Kasper van den Berg, ingedeelde wees bij den kolonist van Hal

b Lodewijk Mulder, ingedeeld bij de huisverzorgster, de wed. Westhoff

c Kornelis Smallenburg, ingedeelde bij Lagerweij,

alle drie in kol No 2, en beschuldigd, dat zij op den 10 dezer, zonder verlof de kolonie hadden verlaten, doch door de zorg der policie in Kampen opgevangen, en door veldwachters in de kolonie waren te rug gebragt.

Dezen jongelingen voor den raad verschenen zijnde, verklaren waarheid te zijn, dat zij op den 10 dezer in het geheim de kolonie hadden verlaten, doch dat zij zulks gedaan zouden hebben op aanraden van den voor eenige weken naar de Ommerschans veroordeelden Bart van Schagen, voornemens zijnde, met dezen te vertrekken als militairen naar de Oost Indien.

Overwegende de noodzakelijkheid, dat soortgelijke dingen tot wering van desertie, tegen gegaan en gestraft worden. Is bevonden, dat alle leden van den raad van gevoelen zijn, dat de opgemelde jongelingen, waarvan de eerste den ouderdom van 19 – de tweede van 22 – en de derde van 20 jaren bereikt hebben, voor eenen onbepaalden tijd verwezen worden naar de Strafkolonie Ommerschans, waarop alzoo gevolgd is, het novolgende besluit:

Kasper v d Berg, Lodewijk Mulder en Kornelis Smallenburg worden veroordeeld naar de Ommerschans.

En zal hiervan bij afschrift dezes, kennis worden gegeven aan de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid.

Voor eensluidend afschrift,
De Direkteur der Kolonien
Visser


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615