Copie uit de notulen van het verhandelde bij den raad van policie over de vrije Kolonien Zaterdag den 10 juni 1826

Present
de Heer Visser, President
de Heer  Bersma,
de kolonist Gutsloo gemeensman
de kolonist  Hoffman, id. en
van Wolda, secr.

Op den 9 juni 1826 is door de raad van toezigt over kol. No 3, blijkens proces verbaal van dien datum, tot den raad van policie verwezen, het huisgezin van den kolonist Jakob Walbroek, wonende in de derde wijk van gezegde kolonie, hetwelke, bestaande uit man, vrouw en eene dochter, zich verleden week hadden doen verschepen, om zonder verlof of ontslag de kolonie te verlaten, en naar Holland te vertrekken, doch door de waakzaamheid der policie, te Blokzijl opgevangen en van daar wederom naar de kolonie Willemsoord terug gezonden.

Deze Jakob Walbroek, thans hier voor den raad verschenen, belijdt zijnen misstap, en geeft voor reden van zijn heengaan, het navolgende.

Willem Kuiters voor eenigen tijd van de kolonie gedeserteerd, had hem gezegd, dat alle zwakke huisgezinnen, welke hunne voeding en kleeding niet konden verdienen, overgeplaatst zouden worden naar eene de etablissementen te Veenhuizen, en hij, schoenmaker van handenwerk en daarbij zwak van ligchaam zijnde, vreezende ook daar onder begrepen te zullen worden, had de vlugt willen nemen, om dat te ontkomen, ofschoon hij anders, gedurende zijn 5 jarig verblijf alhier, veel genoegen en een behoorlijk bestaan gehad had.

De leden van den raad, hierbij in overweging genomen hebbende:
a Dat het deserteren der kolonisten, zoo veel mogeljk moet worden geweerd,
b Het besluit der Permanente Kommissie dd ....
c Het doorgaande gedrag van Walbroek en deszelfs huisgezin, waarop niets viel aan te merken.

Bleken de gevoelens der leden omtrent de behandeling van dit huisgezin te zijn als volgt:

In de kantlijn Gutsloo en Hoffmann Walbroek is zwak van ligchaam, heeft zich in de kolonie braaf gedragen, waardoor hij de achting van velen heeft gewonnen, moet voor 14 dagen in de koloniale kas worden opgesloten en dan wederom in zijne vorige bezitting als kolonist hersteld worden.

In de kantlijn Bersma, van Wolda en Visser: Walbroek en deszelfs huisgenoten moeten overeenkomstig de wetten en reglementen der Maatschappij gecondomneerd worden naar de Ommerschans

Waarop door den raad het navolgende besluit is genomen:

Het huisgezin van Walbroek wordt bij dezen veroordeeld naar de strafkolonie Ommerschans.
Doch is er tevens vastgesteld de Permanente Kommissie hiervan kennis gevende, te verzoeken, of deze Walbroek, deszelfs vrouw en kind, die zich overigens zeer wel hebben gedragen, in plaats van veroordeeld naar Ommerschans, voor 14 dagen ter koloniale prison gecondomneerd mag worden of te naar eene der etablissementen te Veenhuizen worden opgezonden.

In de kantlijn Door de Perm. Komm gewijzigd in 14 dagen opsluiting van Walbroek not 23 juni 1826




BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615