Naar het overzicht van de STRAFKOLONIE




De functie 'opzichter der strafkolonie'-2: De aanstelling van Haaije Hoogstra

Oktober 1827 was Hendrik van Vianen aangesteld als opzichter over de strafkolonie, zie hier. Als hij na klachten in april 1830 wordt ontslagen, moet er een opvolger komen. Wat gezien de geringe vergoeding niet makkelijk is.


Op 3 april 1830 schrijft de directeur in een brief met nummer N307, invnr 104 de scans 69-70:

(...)

Nog moet ik eene klagte over brengen aangaande den opziener voor de Straf Kolonie Vianen, die tegenwoordig veelal beschonken is, en zich soms zoo buitensporig gedraagt waarover hij onderscheidene malen ernstig onderhouden is, ook  nog door Do Amshoff, bij diens laatste huisbezoek, doch wien hij zeer brutaal behandeld heeft.-

Ook het ontslag van deze acht ik van belang, om, inzonderheid over de woningen dezer kolonisten, een meer zorgvuldig toezigt te erlangen – UWEDG geen ander en beter voorkomende daar toe hebbende, zou ik UWEDG den Sergt Majoor Kienasz, laatst in plaats van den aftredende Sergt door mij voorgedragen, aanbeveelen.

(...)

De permanente commisie schrijft op de brief dat zij hierover beslist op 15 april 1830 bij agendapunt N5. Dat moet zitten in invnr 375 (geen scans), maar dat heb ik niet gezien en dat hoeft ook niet, want in het personeelsregister met invnr 997 (geen scans) op folio 19 is aangetekend: 'Vianen ontslagen 15 april N5 en den 1 mei 1830 uit de kolonie vertrokken.'

Bedelaar

Daarna vergaat het Hendrik van Vianen als zoveel ex-employés. Hij wordt op 6 november 1838 (zijn 68e verjaardag!) het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengevoerd (waar hij het dochtertje gelaten heeft weet ik niet). Hij komt aan uit Dedemsvaart wat duidt op een vrijwillige opname. Het signalement vermeldt: 'bleek aangezicht, grijs haar, blaauwe ogen, ordinaire neus, mond en kin, merkbare teekenen: één oog'. De verminkte hand wordt niet genoemd. Hij staat met bedelaarsnummer 1008 in het register toegang 0137.01 invnr 427 en hij wordt op 31 december 1839 ontslagen.

Op 14 februari 1840 is hij er weer. Opnieuw door Dedemsvaart binnengebracht. Hij heeft nu bedelaarsnummer 2917 in het register toegang 0137.01 invnr 428 en hij wordt 11 april 1840 overgeplaatst naar Veenhuizen en vandaar op 26 november 1841 ontslagen. Daarna komt hij niet meer terug.

Opvolging

Beoogd opvolger Hendrik Kinast staat zonder geboortedatum of andere informatie op folio 18 van het personeelsregister met invnr 997. Er staat alleen dat hij is getrouwd met Hendrica Klasina Meeuwessen. Uit de gegevens op bonmama blijkt dat hij in 1797 in Zwitserland is geboren.

Op 18 april 1830, in een brief met nummer N355, invnr 104 de scans 465-467, schrijft de directeur der koloniën aan de permanente commissie:

(...)

Toen ik UWEDG bij  mijne Missive van den 3 April N. 307 het ontslag van den opziener Vianen en diens vervanging door den gewezen Sergeant Majoor Kinasz voordroeg, was ik niet bedacht, dat eerstgenoemde slechts drie Gulden salaris heeft, en dit inkomen voor den laatsten, die vrouw en, zoo ik meen, een kind heeft, te gering zoude zijn.-

Ik meen echter bij de voordragt tot het ontslag van Vianen, die inderdaad een dronkaard is, te moeten blijven, maar geef UWEDG in bedenking om diens betrekking nog niet te doen vervullen; maar ter voorloopige waarneming aan den ijverigen en braven Schoolonderwijzer Hoogstra optedragen, tegen eene geringe schadeloosstelling van een gulden vijftig centen, alzoo ik veronderstel, ook na ingewonnen advijs zoo wel van de Directie van het gesticht als van den Adjt Direkteur voor het onderwijs, dat dit opzigt door dien persoon zeer wel kan gehouden worden zonder dat het onderwijs daardoor zoude behoeven te lijden, terwijl hetzelve dan zeker in beste handen zoude zijn, hetgeen bovendien ook nog een geringe besparing zoude opleveren, kunnende men dan afwachten in hoeverre mijne verwachting worde verwezenlijkt.-

Inmiddels UWEDG dispositie van den 15 April JL N. 5 ontvangen zijnde, zal vooreerst slechts aan het ontslag gevolg worden gegeven, en UWEDG bepaling omtrent de vervulling der openvallende betrekking van opziener worden afgewacht.

(...)

Schoolmeester

Schoolmeester Haaije of Haijo Hoogstra komt aan de orde in De bedelaarskolonie pagina's 173-174, 290 en 304 en in De strafkolonie pagina's 95-06, 111, 121, 132-134, 153, 160-166, 241, 246, 265, 281-282 en 308. Zie voor een incidentele misstap hier.

De permanente commissie besluit op 4 mei 1830 onder nummer N21, invnr 376 (geen scans):

N. 21 b

DE PERMANENTE COMMISSIE

Nader gelet op het rapport van den Heer Directeur der Kolonien m d 18 April ll. N. 355-  in advies 27 April ll. N. 7.

Herzien de Resolutie van den 15 April ll. N 5c

Besluit

Art 1
Intrekken en buiten effect te stellen de Benoeming van den persoon van H. Kinast tot opziener over de Strafkolonie.

Art 2
Den post van opziener over de Strafkolonie op te dragen aan den Schoolonderwijzer te Ommerschans H. Hoogstra, tegen eene schadeloosstelling van een gulden vijftig centen s weeks

Art 3
De persoon van H. Kinast onder het genot van het gewone salaris op te dragen de waarneming van den post van zaalopziener, welke ten gevolge van het ontslag van den zaalopziener Seijl vacant is

Afschrift dezes zal worden gezonden aan den Heer Directeur voornoemd ter executie en een ander afschrift worden uitgereikt aan den Heer Verificateur.

de P C voorn

Die benoeming van Hendrik Kinast als gewoon zaalopziener op f 5,20 per week is volgens het personeelsregister met invnr 997 (geen scans) folio 18 per 2 juni 1830. Maar hij gaat op 25 april 1831 in 'schutterlijken dienst' (om tegen de Belgen te vechten) en als hij na drie jaar terugkomt en probeert weer zaalopziener te worden - zie invnr 149 scan 230 plus scan 284 plus scan 58 - gaat dat 'uit hoofde van zijn zwak ligchaamsgestel' niet door en wordt - zie invnr 149 scan 482 - gesproken van een baan als winkelier bij het eerste gesticht.

Die aanstelling staat op folio 48 van het personeelsregister 1834-1859 met invnr 998 (daarvan zijn geen scans). Daar wordt als geboortedatum 24 september 1798 beweerd en als die van echtgenote Hendrica Klasina Meeuwessen 17 juni 1804. Bij besluit van 20 oktober 1834 N44 is Hendrik Kinast voor zes gulden per week winkelier bij het eerste gezticht. Maar hij overlijdt op 20 december 1834, zijn echtgenote moet uit Veenhuizen vertrekkenfebruari 1835.

Overmoedig

Haaije Hoogstra is nu opzichter van de strafkolonie en dat zal hij blijven totdat de Staat de gestichten in Veenhuizen en de Ommershans in 1859 overneemt en de strafkolonie per 1861 de deuren moet sluiten.

Een paar maanden na zijn aanstelling wordt Hoogstra wat overmoedig als hij hoort dat de onderdirecteur van de Ommerschans gaat vertrekken. Op 9 September 1830, invnr 108 scan 111, schrijft hij aan de directeur:


Ommerschans den 9 september 1830

Hoog Edele Gestrenge Heer!

Daar ik van den Heere J. Fredriks gehoord heb, dat hij voor den post als onderdirekteur alhier bedankt heeft; en daar U.H.E.Gestrenge mij van nabij kent, ten aanzien van mijn karakter, kunde en geschiktheid; zoo neem ik de vrijheid, mij als sollicitant voor dien post aantebieden, hopende dat U.H.E.Gestrenge mij met denzelven mag begunstigen.-

Ik zal zoo veel in mijn vermogen is, mij van mijnen pligt kwijten, om meer en meer het groote doel der Permanente Kommissie te helpen bevorderen.

Maar dat is te hoog gegrepen voor de schoolmeester. Het blijft bij een bijbaantje als opzichter van de strafkolonie, waar dan later nog bij komt voorzanger bij de hervormde gemeente te Ommerschans.