Naar het overzicht van de STRAFKOLONIE




De functie 'opzichter der strafkolonie'-1: De aanstelling van Hendrik van Vianen

Het aantreden van de eerste opzichter van de strafkolonie Hendrik van Vianen, zijn aftreden en de opvolging door schoolmeester Haaije of Haijo Hoogstra is beschreven op de pagina's 94-96 van De strafkolonie. Hier de volledige stukken en aanvullende informatie.

Hendrik van Vianen komt het eerst voor in een brief van de provinciaal commandant van Utrecht van 20 augustus 1827, invnr 86 (zie bovenaan hoe zulke invnrs te bereiken) en vul rechtsonder het scannummer 622 in.

Hoofdkwartier te Utrecht den 20e Augustus 1827

Ik heb de eer hierneven aan UHoogEdGestrengens overteleggen, een aan mij ingegeven verzoek van den gegageerden Hendrik van Vianen met daartoe behorend getuigschrift van den Heer Koemel Plaatselijke Kommandant van Utrecht.

Voornoemde Persoon, door de onbruikbaarheid zijner regterhand buiten staat zijnde eenig werk met vrugt te verrigten, en gevolglijk daarin geen middelen kunnende vinden, om voor zijn eigen onderhoud en dat van een dogtertje van Elf jaren voor hetwelke hij de gepaste vaderlijke zorge draagd, werkzaam te zijn, als kunnende het gagement alleen niet in dezelver hoogstnodige behoeftens voorzien, wenschte op een op andere wijze in staat gesteld te mogen worden, door dienstverrigtingen geevenredigd naar zijne tegenwoordige geschiktheid, hun beider lot te kunnen verbeteren.

De dienstjaren van dezen Persoon en de goede getuigenissen welke aangaande deszelfs gedragingen worden gegeven, hebben mijne belangstelling in het lot dezer ongelukkigen opgewekt, en daar er bij de maatschappij van weldadigheid soms ligtelijk eene gelegenheid is, zo door de benoeming van opzigter, Poortier of dergelijke, in een der Kolonien of Etablissementen der Maatschappij, zodanig ongelukkig Voorwerp in zijn bestaan de hand te bieden, zo zij het mij vergund, denzelve daartoe gunstig aan UHoogEdelGestrengens te mogen aanbevelen, welke plaatsing, behalve de voldoening van een braaf paar ongelukkigen aan kommer en druk te hebben onttogen, nog bovendien strekken kan, voor die geenen der active militairen welke nog geen deelgenoten der Maatschappij geworden zijn, het menschlievende en heilzame doel daarvan, meer en meer te doen blijken, kunnende ik UHoogEdelGestrengen reeds voorlopig met genoegen melden dat in mijn onderhebbend Provinciaal Kommando, het getal deelhebbers dit jaar merkelijk hoger dan te voren, zijn zal.

Aangenaam zoude het mij zijn, zo ik omtrent de beslissing betreffende den Voormelden Hendrik van Vianen een spoedig en gewenscht antwoord mogt erlangen, ten einde dien persoon daarmede bekend te maken, als welke daarop  geheel zijn uitzigt vestigd.

De Generaal Majoor
Provinciaal Kommando te Utrecht
Baron P: van der Capellen

De hint in de derde alinea over het ledental van Utrechtse militairen komt over. Het provinciaal commando van Utrecht telt dit jaar 234 contribuerende leden (volgens invnr 1115, waarvan geen scans zijn), wat een dikke zeshonderd gulden per jaar voor de koloniŽn opbrengt, en om dat stabiel te houden of misschien zelfs te vermeerderen is een actieve provinciale commandant nodig.

Advies directeur

Volgens een notitie op de brief stuurt de permanente commissie hem op 31 augustus 1827 door naar de directeur der koloniŽn. Die reageert op 9 september 1827 in een brief met nummer N362, invnr 87. Eigenlijk geeft hij kleine baantjes liever aan mensen die toch al door de Maatschappij onderhouden moeten worden

Betrekkelijk den persoon van Vianen ter plaatsing in de koloniŽn of etablissementen, dat voor ťťnen zoodanige ongelukkigen misschien hier of daar wel een portiers of ander plaatsje zoude te vinden zijn, doch dat wij daartoe steeds onder de gewone bevolking het zij van bedelaars, arbeiders of veteranen, meer dan genoegzame voorwerpen voorhanden hebben, die door de Maatschappij moeten worden onderhouden, of aanspraak op zodanige klijne gunsten door hunne plaatsing hebben verkregen;

mogt intusschen de Permanente Kommissie aan den wensch van den verdienstelijke Provinciale Kommandant van Utrecht, ter bevordering der deelneming als anderszints willen voldoen, zoude de rekwestrant ťťn of ander employ naar deszelfs geschiktheid, zonder vaste bepaling welke, kunnen worden aangeboden, tegen een gering salaris b.v. van 2 of 3 gulden per week; hetgeen voor hem in alle geval eene belangrijke somme zijn zoude.

Zodanig een employ was dan zeker te Ommerschans het geschikste te vinden, uit hoofde van gemis aan veteranen en arbeiders huisgezinnen.

Aanstelling

De permanente commissie bespreekt dit op haar vergadering van 13 september 1827 bij artikel (= agendapunt) 82, en acht een kleine investering in het provinciaal commando van Utrecht wel gerechtvaardigd. Ze schrijft op 19 september 1829 in een brief met ook andere onderwerpen en met nummer N867, invnr 361 (geen scans):

(...)

Tevens kunnen wij UwHEdG in antwoord op Deszelfs Missive van den 20 Augustus Jl. N. 551 berigten, dat ja wel in de Kolonien eenige kleine bedieningen bestaan, waarmede de voorgestelde persoon van Hendrik van Vianen begunstigd wordende, met zijn gagement een voldoend onderhoud ook voor zijne dochter zoude zijn  bezorgd; doch dat deze of vervuld zijn of waartoe eene menigte kolonisten die om derzelver ongeschiktheid uit den veldarbeid of bijzondere  verdiensten daarop alle aanspraak hebben, voorhanden zijn.

Intusschen betuigen wij gaarne het door UwHEdG voor dien ongelukkigen verzochte gunst bewijs niet te kunnen weigeren, alzoo UwHEdG ijver voor den bloei der Maatschappij ons zulks ten pligt maakt.

Wij zullen dan den persoon van H. van Vianen die inmiddels naar de Ommerschans vertrekken kan, aldaar in zoodanig eene bediening doen plaatsen en hem daarvoor f 3:  wekelijks toeleggen, mits hij zich zoo wel aan de waarneming daarvan getrouw, als jegens zijne Superieuren en anderen wel en braaf gedrage; vertrouwende dat hij met dat salaris en zijn gagement benevens vrij genot van inwoning zich zal vergenoegen.

Wij verzoeken UwHEdG ons van zijn vertrek vooruit kennis te geven

Op reis

De permanente commissie heeft weer een vriend voor het leven gemaakt. De provinciaal commandant reageert op 27 september 1827, invnr 87 scannummer 333:

Hoofdkwartier te Utrecht de 27e September 1827

Ik heb de eer UHoogEdelgestrengens kennis te geven, dat naar aanleiding der laatste paragraaf van UHoogEdgestrs missive dd. 19e dezer No. 867, den genaamden H. van Vianen door mij word order gegeven, ten einde op den 28e dezer naar zijne bestemming aan de Ommerschans te vertrekken, hebbende ik aan hem tot reiskosten een voorschot van vijftien gulden op kwitantie verstrekt.

De Generaal Majoor
Kommando Kommandt van Utrecht
Baron P: van der Capellen

Personelsregisters

Dat bespreekt de permanente commissie op 13 oktober bij artikel 61, maar neemt zij voor 'notificatie' (kennisgeving) aan. Een besluit om Hendrik van Vianen het opzicht over de strafkolonie te geven is er niet, maar hij staat voortaan wel als zodanig in de boeken.

Hij staat op folio 25 van het personeelsregister met invnr 1003 en op folio 19 van het personeelsregister met invnr 997 (van beide zijn geen scans). Volgens die gegevens:
● is hij per 8 oktober 1827 aangesteld als 'zaalopziener';
● verdient hij daarmee drie gulden per week;
● heet het dochtertje dat hij bij zich heeft Anna Sara van Vianen.

Bijverdienen

Drie gulden per week is niet veel, dus het is begrijpelijk dat hij probeert dat wat aan te vullen. Maar als hij met aardappelen gaat handelen brengt dat hem in de problemen. Ik heb die kwestie niet echt goed gelezen, maar het bestaat uit:

● een verslag van 15 maart 1829 van de raad van ambtenaren over bedrog met aardappelen door Vianen en magazijnmeester Sitsen, invnr 96 de scans 211-213;
● daarna volgt een brief op 16 maart 1829 van magazijnmeester Sitsen, invnr 96 de scans 164-165;
● gevolgd door nog een brief van Sitsen op 17 maart 1829, invnr 96 de scans 195-196;
● bovengenoemde stukken worden op 21 maart 1829 door de directeur der koloniŽn, met een brief met nummer N178, doorgestuurd naar de permanente commissie, invnr 96 de scans 249-251;
● de directeur maakt op 4 april 1829 melding van nader onderzoek, wat ertoe leidt dat magazijnmeester Sitsen zijn baan verliest en Hendrik van Vianen gespaard wordt (omwille van de provinciaal commandant?), invnr 96 de scans 390-392.

Nog steeds in functie maakt Van Vianen een 'Staat der preseuze Sterkte van de Walkolonisten op 6 Augustus 1829', invnr 98 scan 94, en komt hij 7 augustus 1829 voor op een 'Nominative Staat der GeŽmploijeerden van Kolonie no. 5 en Ommerschans' samen met het dochtertje dat hier Johanna Sara heet, invnr 98 de scans 97-98..

Schrijfhulp

Op 21 januari 1830 in een brief met numer N55 reageert de directeur der koloniŽn op een besluit van 5 december 1829 dat op deze pagina staat, dat zaalopzieners voortaan toestemming moeten hebben eer ze een wees of bedelaar schrijfwerk laten doen. De directeur meldt, invnr 102:


UWEdG dispositie van den 5 December N. 4 in haar geheel aan de Adjunct-Direkteuren kenbaar gemaakt hebbende, vertrouw ik, dat de bepaling onder art 1 behoorlijk zal worden nagekomen.

Ten gevolge van art 2 heeft alleen de Adj-Direkteur van de Ommerschans mij de zaalopzieners Vianen, Zeil en Schnatz, de eerste ter oorzake van een verminkte hand, en de twee andere van hunne ongeschiktheid daartoe, opgegeven als noodwendig eenige hulp in hunne schrijfwerk te behoeven van de kolonisten Boudier, Van Veen en G. Reemst, de eerste schrijver bij den Boekhouder, de tweede bij den onder-direkteur van de fabrijk en de laatste een tot andere arbeid ongeschikte persoon,

tot wier voortdurend gebruik daarin ik UWEDG meen te moeten voorstellen, vergunning te moeten geven en wel zonder dat de zaalopzieners daarvoor iets van hun gering salaris behooren af te staan; hebbende die Adjunct-Direkteur, overigens, zoo wel als de Heeren Poelman en de Geus, de verzekering gegeven, dat geen der zaalopzieners voortaan eenige hulp in hun schrijfwerk verlangen of zonder UWEDG goedkeuring zullen bekomen.

Eindelijk, heb ik ingevolge art 3, zorg gedragen dat de kolonisten algemeen bekend is geworden de verpligting der zaalopzieners, boekhouders, onder-direkteurs, als ook der Wijkmeesters in de vrije Kolonien, om hun, die het verlangen, de noodige inlichting omtrent hunne wekelijks uit te reiken zakboekjes te geven.

De Direkteur der KoloniŽn
J. van Konijnenburg

De permanente commissie heeft met potlood diverse dingen op deze brief geschreven. Ten aanzien van de genoemde Reemst geldt dat 'de directie is verboden om deze tot dat einde te gebruiken'. Dat is omdat ze hem kennen, want hij is vroeger employť van de Maatschappij geweest, zie hier.
Verder wordt opgemerkt dat Zijl zal worden ontslagen en 'Schnatz die boven zijn traktement een pensioen geniet, kan wel iets missen'. Ten aanzien van de opzichter der strafkolonie staat 'Vianen geniet slegts f 3- wekelijks', dus ik neem aan dat op de vergadering van 3 februari 1830 bij artikel N16 (invnr 373, geen scans en heb ik niet gezien) bepaald wordt dat Hendrik van Vianen gratis schrijfhulp krijgt.

Maar drie maanden later gaat het mis en moet er iemand anders voor de functie komen, zie het vervolg.