December 1840: Hofling/Hoffelink heeft te Beilen veldwachters met een mes bedreigd

Geen transcriptie, alleen samenvatting.

Hendrik Gerardus Hofling, die in de bedelaarsregisters staat als Gerardus Hendrik Hoffelink wordt uit Veenhuizen weggevoerd als de aanvoerder van de ongeregeldheden van Pasen 1840. Zie De strafkolonie vanaf pagina 208. Twee veldwachters moeten hem naar de Ommerschans brengen.

Hofling/Hoffelink heeft de bijnaam Hein Trompet, is 36 jaar oud, van beroep sjouwer en afkomstig uit Amsterdam. De veldwachters zijn de militaire veteranen Nabben en Muller. Zij brengen Hoffelink onder in een herberg in Beilen en als enkele van zijn companen in een andere herberg zijn ondergebracht, wil hij ernaartoe. Dat mag niet van de veldwachters.

Zij verklaren dat Hoffelink:
een mes dat aldaar op den tafel legde heeft gegrepen; dat de beklaagde alstoen, zoo als de eerste getuige verklaart aan deze heeft gezegd de woorden, "als jij mij niet laat gaan, dan zal ik u doorboren, want ik geef niets meer om mijn leven" en zoo als de tweede getuige verklaart "blixsemse kerel, blijf mij van mijn lijf af".

Hoffelink is aangeklaagd voor 'het wanbedrijf van beleediging met dreigementen', maar wordt van de bedreiging vrijgesproken, zodat hij alleen een geldboete van twintig guden en de kosten van het geding begroot op 5,83 moet betalen.


Nadere informatie over betrokkenen
Stukken over de ongeregeldheden van Pasen 1840 zijn bereikbaar vanaf deze pagina. .