Februari 1827: J.B. Geijsel heeft hout gestolen voor vlegelstokken


ProJustitia no.597

Vonnis


De Regtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Assen, provincie Drenthe, in het eerste ressort, oordeelende in materie correctioneel.

In zaken van den heer Officier bij den Regtbank ambtshalve agerende eischer kracht dagvaarding geŽxploiteerd den 15 February 1827

tegen:

Johannes Bernardus Geijsel, oud vijf en veertig jaren, geboren te ís-Graveland, arbeider-kolonist, wonende in het 3e Etablissement der Maatschappij van Weldadigheid te Veenhuizen, gedaagde bij voorleid exploit compareerende in persoon.

Gehoord de voordragt der zaak door den heer Officier.

Gehoord de verklaringen der getuigen ter requisitie van het Openbaar Ministerie gesisteerd.

Gehoord de opgaven van den gedaagden.

Gehoord het requisitoor van den heer Officier strekkend daartoe dat de Regtbank mogt behagen den beklaagden te condemneren tot gevangenis in een huis van correctie voor den tijd van een jaar, en in de kosten der procedure.

Alsmede te gelasten dat het gestolene aan de eigenaren zoude worden teruggegeven.

Overwegende dat uit de instructie der zaak genoegzaam is gebleken dat de beklaagde zich heeft schuldig gemaakt aan het kappen en wegvoeren van een aantal stokken, geschikt tot vlegelstokken en vlegelkloppen van houtwallen en uit bosschen toebehorende aan de Maatschappij van Weldadigheid en aan de marktgenoten van Norg.

Verklaart hem schuldig aan dat feit.

Gezien Artikel 401 van het Wetboek van Strafrecht benevens Artikel 194 van dat van Strafvordering dewelke door den heer President zijn voorgelezen en luiden:

Artikel 401. De overige dieverijen in deeze afdeling niet bij name of afzonderlijk vermeld, gauwdieverijen en benevens snijderijen, zooals ook de pogingen tot het begaan van deze zelfde wanbedrijven zullen gestraft worden met eene gevangenzetting van tenminsten een jaar en ten hoogsten vijf jaren en zullen enzovoort.

Artikel 194. Alle vonnis ter veroordeeling tegen den beklaagden en tegen de wegens het wanbedrijf civiliter aansprakelijke personen of tegen de civiele partij gewezen, zal hen in de kosten verwijzen zelfs ten opzigte van den openbare partij.

Veroordeelt den beklaagden Johannes Bernardus Geijsel tot gevangenis in een huis van correctie voor den tijd van een jaar en in de kosten der procedure.

Executabel bij lijfdwang en berekent op vijf guldens negen en negentig cents.

Gelast verder dat het gestolene hout aan de eigenaren zal worden teruggegeven.

Aldus gedaan te Assen den een en twintigsten February achttienhonderd zeven en twintig , tegenwoordig de heeren Gratama, regter; in plaats van den President;Tonckens en Homan, regters; Servatius, officier; Westra, kommies en griffier.


Bijlage:

Staat der kosten en verscholten in de procedure, ter requisitie van het Publieke Ministerie gevoerd tegen Johannes Bernardus Geijsel

Salaris der deurwaarders
2,95
Indemniteit der getuigen
2,36
Expeditie arrest
0,00
Boete
0,00
Drie extracten uit het vonnis
0,68
Kopij van het vonnis
0,00
   Totaal
5,99



Nadere informatie over betrokkenen