Mei 1826: Veldwachter Gerrit ten Herkel is er met een riem met geld voor het eerste gesticht te Veenhuizen vandoor gegaan

Vonnis 585

Zitting van 24 mei 1826.

Beklaagde Gerrit ten Herkel, 38 jaar, geboren te Nijmegen, schoenmaker, laatselijk veldwagter in dienst van de maatschappij van weldadigheid, comparerende in persoon.

Gezien de kopy van een arrest van het Hof van Assisi voor de provincie Overijssel op den 11de october 1820 te Zwolle is hij eerder al eens veroordeeld.

Gebleken schuldig aan diefstal, vermits hij op den 22 april 1826 door den brigadier veldwachter Hendrik Graftbroek gelast zijnde aan den Adjunctdirecteur van het 1e etablissement der maatschappij van weldadigheid te Veenhuizen overtebrengen zekere hem toevertrouwde riem met geld, zich niet alleen daarmede heeft verwijderd en over Groningen en ?? naar de Lemmer begeven, maar bovendien het geld uit de riem heeft genomen en voor het grootste gedeelte verloren en te zoek gebragt.

Vonnis: 6 jaar gevangenisstraf, de kosten en het overgiften van het gestolene en het daarvan gekochte aan de eigenaar.

Nadere informatie over betrokkenen
De diefstal is eerder gerapporteerd in een brief van de directeur der koloniŽn. Gerrit ten Herkel heeft in het bedelaarsregister toegang 0137.01 invnr 422 op folio 474 het bedelaarsnummer 716. Hij is een zoon van Hendrik ten Herkel en Maria Adriana Staats. Als geboortedatum is genoteerd 13 augustus 1784.
Hij is op 24 maart 1825 het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengebracht door Deventer. Als bijzonder kenmerk is genoteerd: 'Pokdalig en een lidteken van een geweer schot in de linker deij.'