Jan Vossebelt: kolonist uit Deventer, hoevenaar en verkeersovertreder

Jan Vossebelt en gezin worden geplaatst uit de contributie van de subcommissie Deventer (zie voor uitleg over het plaatsen 'uit de contributie' op deze pagina). Ze komen op 5 mei 1832 aan in de vrije kolonie Frederiksoord.

Ze worden met de vermelding 'hervormd' ingeschreven in het stamboek van Frederiksoord met invnr 1348, klik hier en vul rechts onderaan het paginanummer 125 in, op hoeve 123. Vanaf die pagina neem ik de familie-gegevens over. Houd er rekening mee dat dat dus wel kolonieadministratie is, die lang niet altijd klopt waar het gegevens van vóór de aankomst in de kolonie betreft!

Jan Vossebelt is geboren in 1784. Zijn echtgenote heet
Johanna Wilhelmina Derksen, geboren 1797.

Ze hebben bij hun aankomst de volgende kinderen bij zich:
Teunis Hendrik Vossebelt, geboren 24 februari 1821,
Hermanna Lammerdina Vossebelt, geboren 26 oktober 1822,
Maria Johanna Vossebelt, geboren 4 mei 1826,
Wilhelmina Lamberta Vossebelt, geboren 3 september 1827,
Johanna Berendina Vossebelt, geboren 18 juni 1829, en
Jan Willem Vossebelt, geboren 14 september 1830.

Ze blijven niet lang op deze hoeve, op 22 oktober 1832 gaan ze over naar hoeve 82. Dat staat in hetzelfde stamboek en voer rechtsonder het paginanummer 84 in. Er komt een kind bij:

Berendina Hendrika Vossebelt, geboren 1 april 1833.

Ze krijgen per 16 juni 1833 ook een ingedeelde in huis, Harmen Hermanus Lagerweij, geboren 22 mei 1818, al sinds 14 augustus 1825 op de kolonie en net als zij afkomstig uit Deventer.

Volgens de Kleine Raad van 17 november 1832, zie hier, had Jan Vossebelt al enkele maanden na aankomst een tekort op zijn roggeoogst, wat hem een brood kost. Maar blijkbaar zijn de verdere ervaringen met hem alleen maar positief, want per 9 augustus 1833 wordt hij bevorderd tot hoevenaar bij de Ommerschans en dat is het hoogste dat een kolonist kan bereiken, alleen weggelegd voor de allerbeste landbouwers. Het is heel bijzonder dat een kolonist al zo snel na zijn aankomst tot hoevenaar bevorderd wordt.

Daarna is het gezin te volgen in de registers van hoevenaars en die staan niet op alledrenten.nl maar wel op bonmama.nl, zie voor het register 1832-1835, invnr 1584, hier.
Ze staan onderaan het eerste beschreven vel, ze bewonen blijkbaar hoeve 3, we zien dat de ingedeelde Harmen Hermanus Lagerweij met ze is meeverhuisd en er komt weer een kind bij:

Hendrika Johanna Vossebelt, geboren 25 maart 1835.


Het gaat verder in het register van hoevenaars van 1836-1847, zie invnr 1582 op bonmama.
Ook hier staan ze helemaal vooraan, maar er gebeurt nu een heleboel. Achtereenvolgens:

- Op 17 mei 1837 gaat de ingedeelde Harmen Hermanus Lagerweij in militaire dienst. Hij heeft dus bijna vier jaar bij het gezin gewoond.

- Dan wordt op onbekende datum in 1837 in huis opgenomen Hillegonda Klasina Vossebelt. Als zij later trouwt wordt vermeld dat ze een dochter is van Jan Vossebelt en Johanna Willemina Derksen, maar blijkbaar was zij eerst in Deventer achtergebleven. Ze is geboren op 12 februari 1824.en die geboortedatum past wel mooi in het bovengenoemde rijtje kinderen. Volgens een aantekening heeft de permanente commissie op 26 juni 1837 bij agendapunt 17 een besluit genomen over haar opname. Dat moet in invnr 461 zitten, maar heb ik niet bekeken.

- In 1838 wordt er nog een zoon geboren:

Dirk Jan Vossebelt, geboren 16 april 1838.

- Op 6 oktober 1838 overlijdt zoon Teunis Hendrik Vossebelt, zeventien jaar oud.

- Op 2 februari 1839 krijgen ze weer een ingedeelde, vermoedelijk om meer mannelijke arbeidskracht in huis te hebbeb, Jan Bakker, nummer 369B, geboren 18 april 1819, sinds 5 december 1827 op de kolonie en oorspronkelijk afkomstig uit Middelburg. Maar op 4 april 1840 verlaat hij de kolonie al met ontslag.

- Wat er in het stamboek niet bij staat, is dat Jan Vossebelt op 23 april 1840 een verkeersovertreding maakt - hij weigert uit te wijken - die eerst bij het kantongerecht en in hoger beroep bij de arrondissementsrechtbank terechtkomt. Zeer, zeer interessant. Van dat hoger beroep heb ik de transcriptie van het vonnis.

- Op 27 juni 1840 gaat Maria Johanna Vossebelt ervandoor, ze deserteert. Maar op 17 december 1840 is ze weer terug. Er staan geen aantekeningen bij dat ze gestraft is, wat normaliter bij de Maatschappij van Weldadigheid na een desertie wel het geval is.

- Op 12 mei 1840 gaat de drie jaar eerder in huis genomen Hillegonda Klasina Vossebelt dienen. Dat blijkt te zijn in Wilhelminaoord als dienstmeid bij de adjunct-directeur voor de vrije koloniën Coenraad Hulst. Ze treedt daardoor ook op als getuige in de zaak tegen Johannes Hermanus Kniesenburg als die op 6 februari 1843 haar werkgever met een mes heeft gestoken. De getuigenverklaring is te bereiken via deze pagina. Zie ook pagina 234 van De strafkolonie.

Blijkbaar wordt zij in de wandeling Genda genoemd, want de Raad van toezicht van Frederiksoord van 18 april 1844 (bijage 2 op deze pagina) gaat erover dat een vrouw gezegd zou hebben: 'Genda had hare gouden oorbellen verdiend met een valschen eed voor den Heer Hulst te doen en met haar kont.'

Na haar vertrek begint echt de uittocht van dochters uit huize Vossebelt:

- op 12 mei 1841 staat bij Hermanna Lammerdina Vossebelt dat zij is gaan dienen.
- op 22 november 1842 staat bij Maria Johanna Vossebelt dat zij is gaan dienen.
- op 26 juni 1843 staat bij Wilhelmina Lamberta Vossebelt dat zij is gaan dienen.
- op 4 mei 1845 staat bij Johanna Berendina Vossebelt dat zij is gaan dienen, maar zij keert op 21 juni 1845 alweer terug.

En dan...: overlijdt vader Jan Vossebelt op 22 november 1845, zie op www.bonmama.nl.

- Op 1 februari 1847 verlaat Johanna Berendina Vossebelt opnieuw het uitgedunde gezin, maar eveneens opnieuw keert zij 1 mei 1847 terug.

Ze woont er dan samen met moeder Johanna Wilhelmina Derksen die inmiddels in de boeken staat als de weduwe Vossebelt, haar broertjes Jan Willem en Dirk Jan en haar zusjes Berendina Hendrika en Hendrika Johanna. Het is jammer dat zo'n stamboek de roepnamen niet geeft, want dan zouden ze allemaal misschien makkelijker uit elkaar te houden zijn.

Per 18 oktober 1847 wordt aan het huishouden toegevoegd Reinier van Nispen, een wees uit Veenhuizen wiens schriftje met herinneringen aan zijn leven is afgedrukt in De kinderkolonie. Over zijn verblijf bij de weduwe Vossebelt en een andere weduwe op de Ommerschans schrijft hij: 'Ziedaar weder een nieuwe loopbaan en daarover in bijzonderheden te treden mag ik niet, niet, alleen zij aangemerkt dat ook hier lief en leed
elkander afwisselden.'

Op 31 oktober 1847 trouwt de al vaker genoemde Genda oftewel Hillegonda Klasina Vossebelt. Ze is dan 23 jaar en haar huwelijkspartner is de 42-jarige Martinus Uhl, al jarenlang de hoofdonderwijzer van Wilhelminaoord. Voor hem is het zijn vierde huwelijk, hij is al drie keer weduwnaar geweest. Ze zal regelmatig kinderen krijgen en na 1859 haar echtgenoot volgen als hij in Meppel gaat werken (er komt nog een keer een Uhl-pagina waar de carrière van Martinus zal worden gevolgd).

Het volgende stamboek van hoevenaars loopt van 1848 tot 1859, zie invnr 1583 bij bonmama. Er staat een heleboel bijgeschreven:

- op 1 augustus 1848 gaat de ingedeelde Reinier van Nispen weg omdat hij trouwt en een eigen hoeve krijgt.

- op 3 augustus 1850 gaat Johanna Berendina Vossebelt voor de derde keer uit dienen, en op 1 september 1850 keert ze voor de derde keer terug.

Haar zusjes zijn resoluter:

- op 3 juli 1851 gaat Hendrika Johanna Vossebelt dienen, en
- op 12 november 1851 gaat Berendina Hendrika Vossebelt dienen en ze keren allebei niet meer terug. 

Op 30 november 1854 behandelt de tuchtraad voor bedelaarskolonisten op de Ommerschans een zaak tegen ene Franciscus Reekstal die onzedelijk zou zijn omgegaan met Johanna Berendina Vossebelt, 'dochter van de Weduwe Vossebelt alhier'.

Zoiets levert normaliter ook een veroordeling op voor Johanna Berendina. Die ben ik niet tegengekomen, maar moet er wel zijn want ze komt in de strafkolonie terecht. Volgens het register van strafkolonisten met invnr 1586 folio 2 komt zij daar aan op 20 december 1854. Twee maanden later, op 26 februari 1855, schenkt zij volgens hetzelfde register het leven aan een zoontje, Teunis Hendrik Vossebelt, zodat er aan de onzedelijke omgang ook niet meer getwijfeld hoeft te worden.

Het zoontje overlijdt op 7 december 1855. Johanna Berendina mag de strafkolonie verlaten op 6 maart 1856 en ze gaat - voor de vierde maal - dienen in de gewone maatschappij. Dit keer blijft ze weg.

- Op 1 september 1857 gaat Jan Willem Vossebelt met ontslag van de kolonie, en dan is er bijna helemaal geen arbeidskracht meer op de hoeve. De consequentie is dat Johanna Willemina Derksen de hoeve moet verlaten en op 10 december 1857 wordt overgeplaatst naar Frederiksoord hoeve 102.

Het is nu te volgen in het stamboek Frederiksoord met invnr 1351, klik hier en vul rechtsonder paginanummer 99 in. De weduwe woont er met haar zoon Dirk Jan, het enige nog thuiswonende kind.

Aan de stamboeken na 1859 begin ik niet, die vind ik te rommelig, dus de overige gegevens neem ik over uit de kolonistendatabase en de aantekeningen van mevrouw Kloosterhuis. Uit die laatste haal ik dat Johanna Wilhelmina en haar zoon een hele rits ingedeelden bij zich in huis krijgen. Achtereenvolgens:

- Sijbrand van Bruggen, geboren 11 februari 1831, afkomstig uit Groningen, in de kolonie sinds 30 augustus 1845, ingedeeld van 18 februari 1858 tot 15 april 1858.

Cornelis Marinus de Warem, geboren 15 februari 1799, afkomstig uit Sas van Gent, in de kolonie sinds 13 oktober 1856, ingedeeld van 15 april 1858 tot 1 september 1859.

- Johanna Hermina of Maria Siegers, geboren 22 september 1839, afkomstig uit Groningen, in de kolonie sinds 1 april 1859, ingedeeld van 31 augustus 1859 (komende van Veenhuizen) tot 24 mei 1860.

- Wilhelmina Dorothea Thomann, geboren 23 oktober 1833, afkomstig uit Middelburg, in de kolonie sinds 5 september 1845, ingedeeld van 8 maart 1860 tot 6 mei 1862 (met ontslag gegaan), en van 15 mei 1862 (opnieuw opgenomen) tot 10 november 1866.

- Johan Willem Barend Semler, geboren 18 december 1807, afkomstig uit Den Haag, in de kolonie sinds 13 februari 1840, ingedeeld van 24 mei 1860 tot 11 april 1861.

- Aafje Beets, geboren 6 oktober 1814, afkomstig uit Purmerend, in de kolonie sinds 31 december 1819, ingedeeld van 24 januari 1861 tot 21 maart 1861.

- Martinus Uhl, geboren 30 juni 1849 te Ommerschans, ingedeeld van 27 juni 1861 tot 6 mei 1862 (met ontslag - maar pas 13 jaar??), en van 15 mei 1862 (weer opgenomen) tot 27 december 1862 (met onbepaald verlof), en van 1 februari 1863 (weer terug) tot 10 november 1866.

De laatste is een zoon van Willem Lodewijk Uhl, een broer van Martinus Uhl die met Hillegonda Klasina Vossebelt getrouwd is. Familie dus. De dag dat hij niet meer ingedeeld is, is ook de dag dat moeders vertrekt:

Johanna Willemina Derksen verlaat op 10 november 1866 de kolonie. Ze is dan 69 jaar dus ik neem aan dat ze ergens bij een van haar kinderen gaat wonen.

Derk Jan Vossebelt blijft op de kolonie en wordt daarna bij andere gezinnen ingedeeld. Hij wisselt daarbij een paar keer van gezin tot hij in 1900 te Willemsoord overlijdt. Hij lijkt de enige Vossebelt die op de kolonie blijft.

Wat ik mij tenslotte dan nog wel afvraag, is wie de J. Vossebelt is die in 1885 nogal geil tekeer lijkt te gaan met diverse vrouwelijke koloniebewoners, zie dit verslag van een getuigenverhoor, welke kwestie ook vermeld wordt op pagina 310 van De strafkolonie?