Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



Simon Vestdijk, vondeling, bewoner van het kinderetablissement in Veenhuizen 1837-1839 en grootvader van...


De naam van Simon Vestdijk valt in De kinderkolonie op de pagina's 62 en 268-269. Hier de stukken die horen bij die tweede vermelding. Op 18 juni 1839 richten burgemeester en wethouders van Haarlem een schrijven aan de permanente commissie, invnr 212 scan 510:


Haarlem 18 Juny 1839

Zekeren Simon Vestdyk die door den timmerman J.G.A. van Dragt alhier tot zich genomen was, en later naar Veenhuizen was opgezonden, bevind zich thans met verlof alhier, doch hetzelve teneinde lopende nemen wy op verzoek van gezegde van Dragt de vryheid UWEG eene verlenging van dat verlof aan te vragen hangende de beslissing van Z. Exc. Den Minister van Binnenlandsche zaken, tot wien hij zich ter bekoming van het ontslag van dien jongeling wilde wenden.

Burgemeester en Wethouders der stad Haarlem

Wat de permanente commissie in zo'n geval doet, en daarin gaan wij ze navolgen, is de registers induiken om te zien over wie ze het nu weer hebben. Genoteerd wordt 'Kindergest N 1044 geboren in 1828 aangek in aug 1837'. Dat klopt allemaal, en dat is niet zo vreemd, want ze gebruiken in Den Haag hetzelfde register van weeskinderen dat wij (Luurt Vrijen en ik) ook gebruikt hebben voor de wezendatabase op www.alledrenten.nl

In dat register, dat tegenwoordig invnr 1412 heeft, zie hier, lezen we bij weesnummer 1044 dat Simon Vestdijk op 3 augustus 1837 in Veenhuizen is aangekomen uit Haarlem. Zijn designatienummer is 374/2 zodat in invnr 1421 het stuk moet zitten dat de komst van de Haarlemse wezen aan heeft gekondigd. Als geboortedatum is genoteerd 1828 zonder verdere aanduiding. Hij is namelijk een vondeling, gevonden op de hoek van de Oostvest en de Dijkstraat. Uit welke vindplaats creatieve Haarlemse weesvoogden zijn achternaam hebben samengesteld.

In de kantlijn van de brief zijn door twee leden van de permanente commissie nog twee aantekeningen gemaakt. De ene is een vraag: 'Weten we iets hiervan?' De andere aantekening is het antwoord: 'Neen.' Maar voordat men zich hier het hoofd over kan breken, ligt er al weer een brief uit Haarlem in de bus. Gedateerd 26 juni 1839, invnr 212 scan 684:


Haarlem, den 26 Junij 1839
                       
Wij hebben de eer UWEG kennis te geven dat wij op heden van den Heer Staatsraad Gouverneur van Noord Holland hebben ingezonden het verzoek van J.G.A.van Dragt alhier gericht aan Z. Exc. den Minister van Binnenlandsche Zaken om het ontslag van Simon Vestdijk uit de kindergestichten te Veenhuizen te erlangen, en nemen de vrijheid UWEG te verzoeken om het verlof van dien jongeling tot aan Z. Exc. beschikking op dat verzoek te willen verlengen.

Burgemeester en Wethouders der Stad Haarlem

Daar kan de permanente commissie mee leven. In de kantlijn wordt genoteerd: 'Het verlof naar onbepaald te verlengen.' En op 1 juli 1839 bij agendapunt 5, invnr 489, nemen ze ook dat besluit.

Dan is het wachten of het ministerie van Binnenlandse Zaken akkoord kan gaan met het verzoek. Dat staat in een brief van 6 september 1839, invnr 217 scans 014-015:


ís-Gravenhage, den 6 September 1839
                       
Ik heb wel ontvangen UWeledelen brief van den 25 Julij ll. N6 betrekkelijk het verzoek van J.G.A. van Dragt te Haarlem om den vondeling S. Vestdijk N1044 te mogen benaderen.

Dewijl uit de daartoe betrekkelijke stukken gebleken was, dat de bedoelde vondeling reeds in 1835 aan denzelfden man, op zijn verzoek, was afgestaan, doch dat deze in 1837, op zijn daartoe te kennen gegeven verlangen, weder van denzelven was ontslagen geworden, tengevolge waarvan de genoemde vondeling naar de kindergestichten is opgezonden,

zoo heb ik het dienstig geacht de redenen te vragen waarom de vroegere verbindtenis verbroken werd; welke waarborgen er nu bestaan voor eene betere vervulling van de opnieuw aan te gane verbindtenis; eene bepaalde verklaring nopens de zedelijkheid van den verzoeker, als mede in welke betrekking hij tot het bedoelde kind staat.

Uit het daarop van den Heer Staatsraad Gouverneur van Noord Holland ontvangen berigt blijkt onder anderen dat de redenen van het verbreken van de vroegere verbintenis daarin bestaan, dat de gemoedsgesteldheid en het gedrag van den toen 9 jarigen vondeling in geenen deele aan de verwachting beantwoorden, en dat er bij denzelve geenen goeden wil bespeurd werd om zich van zijne gebreken te verbeteren.

Verder dat er thans eenigzins gegronde hoop bestaat op een beter en lijdzamer gedrag van den gemelden knaap, hetwelk gevoegd bij het vurig verlangen van van Dragt, om voor het welzijn van dien vondeling te zorgen, wordt geacht een waarborg te zullen zijn voor de betere vervulling van de opnieuw aantegane verbindtenis.

Alvorens aan deze zaak verder gevolg te geven, wenschte ik door UwelEdelen zoo volledig en zoo naauwkeurig mogelijk te worden geinformeerd omtrent het gedrag van meergenoemd kind in de kindergestichten, als mede of hetzelve, gedurende het meer dan tweejarig verblijf in dezelve, werkelijk bewijzen heeft gegeven van zoodanige verbetering van gedrag en gemoedsgesteldheid, dat men zoude kunnen verwachten, dat bij eene vervulling van het verzoek des adressants, deze niet weder als vroeger verlangen zal om van zijne verbindtenis te worden ontslagen.

De Minister van Binnenlandsche Zaken

Nu moet - en dat is ook de gebruikelijke procedure - de Maatschappij weer aan de slag. Dus de directeur moet rapporteren over het gedrag van de wees en of er bij de directie in de kolonie bezwaar tegen is om hem bij zijn Haarlemse timmerman te laten. Maar dat heb ik allemaal niet bekeken, het hiervoor al genoemde register met invnr 1412 meldt dat Simon Vestdijk aan het eind van dit traject op 10 december 1839 officieel als ontslagen uit het kindergesticht wordt beschouwd.

Volgens wikipedia doet hij het in zijn verdere leven best goed en heeft hij zelfs een dansschool. Maar het belangrijkste blijft hij toch als de grootvader van een gelijknamige kleinzoon die aan schrijven deed.