Archiefstukken komen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, toegang 0186. Onderstaande komt voornamenlijk uit inv.nr. 1616, raad van politie en tucht 1838-1849, aangevuld met gegevens uit de bevolkingsregisters ('stamboeken') van Willemsoord (inv.nrs 1358-1363).
Als er een sterretje (*) bij iemand staat, is onderaan de pagina meer informatie of een verwijzing over die perso(o)n(en) te vinden.


De jacht op de minnaar van Jeltje Klazes Riemersma


Dat de directie van de Maatschappij rigoreus optreedt tegen 'onzedelijke omgang' was bekend (zie het stukje 'zedelooze dierlijkheid', boek blz. 289-290), maar uit de nachtelijke naspeuringen van twee wijkmeesters blijkt dat ook de lagere ambtenaren er alles aan doen om het koloniale blazoen onbesmet te houden.
Bewijsbaarheid blijft een probleem, maar dat wordt opgelost met geduld. Een verhaal uit 1843-1844.


Jeltje Klazes Riemersma* is mei 1803 geboren in Bolsward. Kort voor haar 23ste verjaardag trouwt ze met ene Pieter Karels Spandouw, maar of die overlijdt al snel of er gaat iets anders mis met het huwelijk. In ieder geval valt ze rond 1830 als alleenstaande onder de zorg van het 'Algemeen Stadsarmenhuis in Bolsward' en die plaatst haar als bestedeling in de kolonie. Op 20 februari 1831, ze is dan 27 jaar, arriveert ze in Willemsoord.
Ze komt eerst in huis bij Samuel de Lange*. Hij is ongeveer 50 jaar, in 1829 met echtgenote en vijf kinderen vanuit Rotterdam gekomen en net weduwnaar geworden, afgelopen december is zijn echtgenote overleden. De inwoning duurt niet lang, na twee maanden verlaat Jeltje de kolonie zonder toestemming, ze 'deserteert'. De reden is onduidelijk. Misschien had ze al kennis gekregen aan Pieter Dirks Dijkstra*, 46 jaar, ook kolonist te Willemsoord en ook sinds afgelopen december weduwnaar.

Hoedanook, na twee maanden keert ze terug en wordt ze door de directie 10 kilometer verderop, in Frederiksoord, geplaatst. Maar binnen het jaar is zij hoogzwanger en 1 juli 1832 treedt zij in het huwelijk met Pieter Dirks Dijkstra. Vier weken later wordt dochter Lolkje geboren. Die leeft slechts twee jaar, maar er volgen nog vier andere kinderen.
Pieter Dirks Dijkstra is een plaatsgenoot van haar. In 1825 was hij als arbeidershuisgezin door de subcommissie van weldadigheid Bolsward geplaatst in Veenhuizen. Zonder al te veel enthousiasme zijnerzijds, zie onderaan de pagina. Op verzoek van Bolsward werd hij al snel bevorderd tot gewoon kolonist in Willemsoord. In 1841, ze zijn negen jaar getrouwd, is hij met verlof in Friesland als hij overlijdt. Jeltje blijft achter met één dochter van Pieter en zijn eerste vrouw en vier eigen kinderen.

Plus natuurlijk bestedelingen, want bij zo'n huishouden plaatst de directie jongemannen om te helpen met het landwerk. Waarom ze dan Huibert Bloemzaad plaatsen is onduidelijk, want er wordt genoteerd dat hij 'hulpbehoevend' is. Als hij in mei 1842 vanuit Zaandam aankomt is hij 34 jaar. Hij blijft niet lang in huis, de directie laat hem in korte tijd diverse hoeves van binnen zien, hij blijft overal maar kort, hij wordt steeds snel overgeplaatst. Wel altijd in Willemsoord.

En dan is het najaar 1843. De wijkmeesters Hazeloop* en Van Agteren* koesteren een verdenking. Jeltje Klazes weduwe Dijkstra woont op hoeve nr. 18, de bestedeling Huibert Bloemzaad is ingedeeld op hoeve 124. Men vraagt zich af...

'of hij zich niet wel eens des nachts bij die wed. Dijkstra ophield'

Om die reden hadden de wijkmeesters al een keer

'daartoe het huis 's nachts doorgezogt, doch hem niet gevonden'

Dat had Huibert Bloemzaad een goeie grap gevonden. En hij kon het niet stil houden.

'Deze misleiding was voor Bloemzaad te mooi om te kunnen verzwijgen, en vertelde toen aan andere kolonisten dat hij in eenen ouden kast zich verborgen gehouden had.'

Dat kwam de twee wijkmeesters ter ore,

'waarna het tweede onderzoek gedaan is'

De kolonie slaapt als de 30-jarige Paulus Hazeloop en de 27-jarige Jan van Agteren op pad gaan: Ook hoeve 124 is helemaal donker. De tijd is

'omstreeks van middernacht, en na herhaalde malen kloppen, vroeg de wed. Dijkstra "wie is daar?" en toen den stem van een wijkmeester vernemende, heeft zij zacht, doch zóo dat men het buiten hoorde Bloemzaad gewekt'

Blijkbaar hebben de twee vantevoren al een plan bedacht. Maar dat hebben de wijkmeesters ook. Jeltje opent de voordeur

'en tegelijk kwam Bloemzaad de koedeur uit, om zoo te ontkomen, doch daar werd hij door den wijkmeester van Agteren staande gehouden.'

De Raad van Toezicht Willemsoord houdt zich 15 november 1843 met de kwestie bezig en heeft de betrokkenen opgeroepen.

'Bloemzaad ontkend, dat hij in huis geweest is en zegt buiten te hebben geloopen'

Daarover kan de raad kort zijn:

'dat eene onwaarheid is'.

Jeltje had al zien aankomen dat hier problemen van zouden komen.

'Daarna wordt binnengeroepen de wed. Dijkstra uit hoeve N. 18, die na dat voorgevallene gedeserteerd is, en zes dagen daarna teruggekomen; deze is niet voor den raad verschenen.'


Een dag later komt het voor de Raad van Politie en Tucht in de gewone koloniën en dan heeft Huibert zijn verhaal veranderd:

'Verder wordt gelezen een Proces-Verbaal van den Raad van Toezigt van kolonie no 3, van den 15 dezer maand, houdende beschuldiging

1. tegen den bestedeling H. Bloemzaad, welke zich des nachts bij de wed. Dijkstra zoude ophouden.

De beschuldigde binnen geroepen zijnde, bekent tot half twaalf ure bij haar te zijn geweest en dat hij juist zoude zijn vertrokken, wanneer de wijkmeester hem daar niet had weggehaald, waartegen hij zich dan ook volstrekt niet had verzet.'

Hij komt er mee weg.

'Daar het de Raad niet is gebleken, dat Bloemzaad met de wed. Dijkstra in ontucht heeft geleefd,
Besluit men
H. Bloemzaad met eene ernstige vermaning, om zich in het vervolg niet meer bij de wed. Dijkstra op te houden, heen te laten gaan.'


Maar er is een manier om hard bewijs te krijgen voor onzedelijke omgang. Gewoon afwachten. Na een paar maanden is duidelijk dat Jeltje zwanger is. Op 8 maart 1844 ontvlucht ze met haar kinderen. Twee dagen daarna volgt Huibert Bloemzaad. Later daarover ondervraagd:

'Hij geeft tot verschooning te kennen, dat hij de wed. Dijkstra, die met haare kinderen naar Steenwijkerwold gedeserteerd was, had gevolgd, om dat zij in zwangerschap verkeerde, ten gevolge van onzedelijke omgang, die hij met genoemde wed. heeft gehad.'


Maar blijkbaar lukt het niet zich in Steenwijkerwold te vestigen. Al de 11de maart keert Jeltje terug. Er wordt niet op een tuchtzitting gewacht, meteen de volgende dag gaan zij en haar kinderen naar de strafkolonie op de Ommerschans. Weer een dag later is ook Huibert Bloemzaad terug op de kolonie. Hij moet wel voor de raad verschijnen.

'De beschuldigde binnen geroepen zijnde, bekent zijn misdrijf.'

De raad besluit ook hem 'voor onbepaalde tijd' naar de strafkolonie te sturen, 'uit hoofde de wed. Dijkstra zich reeds te Ommerschans bevindt.' Maar Bloemzaad wacht daar niet op. Hij ontvlucht de kolonie en het is onbekend waar hij gebleven is.

Op de strafkolonie wordt in juni Elisabeth Riemersma geboren. Jeltje keert na verloop van tijd nog terug in Willemsoord, maar belandt tenslotte in Veenhuizen waar zij, 45 jaar oud, in 1848 overlijdt.





Nadere informatie over de betrokkenen
(wordt nog aangevuld):

Samuel de Lange hertrouwt in 1832 met de kolonistenweduwe Zuidhoorn en verhuist dan van Willemsoord naar Wilhelminaoord. In 1837 verlaat het gezin echter de kolonie met de meeste van hun kinderen. Achter blijven Cornelis de Lange die kolonist in Wilhelminaoord is geworden en Cornelis Johannes Zuidhoorn die een paar jaar later (1841) kolonist in Frederiksoord wordt..

Genealogische gegevens van Jeltje Klazes Riemersma staan bij de Riemersma genealogie.
Daarbij wordt ook als bron genoemd de Speerstra genealogie. Er is ook een bladzij over haar op deze site.

Pieter Dirks Dijkstra komt ook, waar het gaat om zijn onwil om in 1825 naar de kolonie te gaan,  voor op deze pagina elders op de site Genealogische gegevens staan in de hierboven genoemde Riemersma genealogie.

Over de koloniale carrière van de familie Hazeloop of Haseloop volgt ooit nog eens nadere informatie.

Het kolonistengeslacht van Agteren stamt uit Hoogeveen en komt ook voor op de pagina kolonie-dynastiën.