Klaas Kuiper: van Alkmaar naar Texel, naar Nieuwolda, naar Veenhuizen (als zaalopziener), naar Wateren (als onderinstituteur), naar Texel

Een heleboel informatie over het leven van Klaas Kuiper op Texel voordat hij bij de koloniŽn kwam en nadat hij bij de koloniŽn was weggegaan, staat op de site van Irene Maas. Daar is zelfs sprake van een doodslag als reden waarom hij Texel heeft verlaten. Hier beperk ik mij tot zijn periode bij de Maatschappij van Weldadigheid.


Die begint met een bijzonder fraaie sollicitatiebrief. Gedateerd 12 augustus 1825, invnr 75 zie hier voor de scan:


Aan de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid in de Noordelijke Provincien

Geeft met diepen eerbied te kennen, Klaas Kuiper, oud vijf en veertig jaren, geboren te Alkmaar provincie Noord-Holland, en thans woonachtig te Nieuwolda, provincie Groningen.

Dat hij gedurende den tijd van omstreeks zes jaren als klerk ter secretarie van het schoutambt zijner woonplaats gediend heeft en zulks ten genoegen van zijn superieur, blijkens geannexeerde verklaring sub A;

Dat hij bij de reorganisatie der Besturen ten platten lande, dewijl zijn superieur als schout der gemeente Nieuwolda moest defungeren, van zijn bestaan is beroofd geworden;

Dat hij sedert dien tijd den soberen kost met copiŽren heeft moeten, maar ook kunnen verdienen;

Dat hij echter, dit bedrijf bij gebrek aan werk hebbende moeten staken, zich voor het tegenwoordige zonder eenige middelen van bestaan, en derhalve met vrouw en twee kinderen in den treurigsten toestand bevindt;

Dat hij uit eene fatsoenelijke familie gesproten en bij de opvoeding niet verwaarloosd, bewijzen van goed gedrag zoude kunnen produceren, zoals uit stuk onder B hiernevens gevraagd kan consteren;

Dat hij, te kiesch om ondersteuning te vragen waarvoor hij niets zoude behoeven te doen, en geene andere middelen kennende om zijn huisgezin te verzorgen, zich gedrongen ziet de gunst dier Maatschappij in te roepen, welke zo vele ongelukkigen gered heeft;
Waarom hij dan de vrijheid neemt U Hoog Edelen Gestrengen eerbieding te naderen, ootmoediglijk verzoekende:
Dat het U Hoog Edelgestrengen gunstiglijk moge behagen hem bij een der gestichten te Veenhuizen te emploijeren, als boekhouder buiten, wijkmeester of zaalopziener of in zodanige betrekking als U H Edelgestrengen dienstig zullen oordelen, teneinde alzoo een diep ongelukkig huisgezin uit de treurigste omstandigheden te redden.

Hetwelk doende,
K.Kuiper.   
Nieuwolda,
den 12 augustus 1825


Aanbeveling

Keurige brief, nietwaar? Of die verklaring 'sub A' bewaard is gebleven, weet ik niet, maar het 'onder B' meegezonden stuk is er wel en dat blijkt te zijn van dominee Heerspink, de predikant van Veenhuizen. Ook invnr 75 en zie hier de scan:


B.

Verklaar ik ondergeteekende bij opzettelijk daartoe gedaan onderzoek te hebben bevonden, dat de persoon van Klaas Kuiper, geboortig van Alkmaar provincie Noord-Holland, wonende te Nieuwolda provincie Groningen, in deze zijne woonplaats bekend staat als een man van veel verstand, dien men geene buitenspoorigheid in levenswijze ten laste kan leggen, en wiens behoeftige toestand uit geen slecht gedrag is af te leiden: weshalve onder anderen de Predikant zijner woonplaats aan den ondergeteekende verklaard heeft, dat het jammer zoude zijn, dat Klaas Kuiper niet ergens in eene fatsoenlijke betrekking geplaatst wierd!
Op daartoe bekomen aanzoek heb ik deze afgegeven om te strekken waar het mogt nodig zijn.

Veenhuizen,
10 augustus 1825
J.H.Heerspink, pred


Aanstelling

De permanente commissie noteert op de brief: 'Ontv: 16 sept 1825, no.874; Klaas Kuiper te Nieuwolda, verzoekt om eenig emploij van schrijfwerk of administratie in de Kol: Genoteerd op de lijst van soll, beantw 24 sept 1825, no.584, not.16 sept artikel 2, geplaatst.'
Dat antwoord van 24 september 1825 zal alleen maar de bevestiging van ontvangst geweest zijn, maar op 22 oktober 1825, invnr 76, stelt de directeur der koloniŽn voor om Klaas Kuiper aan te stellen als zaalopziener bij het derde gesticht te Veenhuizen:

Deze persoon heeft zich reeds vroeger om employ aan de Permanen≠te Kommissie gemeld en schijnt nogal eenige geschiktheid tot de betrekking van zaalopzie≠ner te bezitten. Ook is hij speciaal gerecommandeerd door den Heer Heers≠pink, weshalven den ondergeteekende bij deze voorsteld hem als zaalopzie≠ner in het 3e etablisse≠ment aantestellen op het wekelijks salaris van É 5,20 en zulks in plaats van den zaalopziener Kremer.

De permanente commissie gaat akkoord en stelt Klaas Kuiper als zodanig aan bij haar besluit van 3 november 1825.


Wateren

Op enig moment worden Klaas Kuiper en gezin overgeplaatst naar het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren, waar hij de functie van onderinstituteur gaat bekleden. Het pricieze tijdstip is mij niet bekend, maar de vorige onderstituteur heeft de benen genomen in november 1826, dus dat zal ook ongeveer de tijd zijn dat de familie Kuiper van Veenhuizen naar Wateren trekt.

Overigens verandert het niets aan zijn inkomen, dat blijft gewoon É 5,20 per week oftewel 270 gulden per jaar, net zoveel als toen hij zaalopziener was. Rond 1828 komt de personeels-administratie een beetje op orde en gelukkig is het personeelsregister 1828-1834 met invnr 997 (daarvan zijn geen scans) voor het nageslacht bewaard gebleven.


Gezinssamenstelling

Van folio 60 van dat personeelsregister neem ik de gegevens van het gezin over:

Klaas Kuiper is volgens de in dit opzicht lang niet altijd betrouwbare kolonieadministratie geboren op 24 september 1779 te Alkmaar. Hij is eerder op Texel een keer getrouwd geweest en een keer samenwonend en nu is hij getrouwd met:

Anna Leuring, geboren 5 maart 1793. Ze hebben drie kinderen:

● Jacobus Kuiper, geboren 7 april 1821,
● Catharina Kuiper, geboren 5 april 1823, en
● Geertje Kuiper, geboren 3 augustus 1826.


Beschonken

Dan is het begin 1829. Klaas Kuiper is een dikke twee jaar onderinstituteur als de directeur der koloniŽn op 23 februari 1829 in een brief met nummer N107A, invnr 95:


Ik vind mij in de onaangename verpligting ter kennis van de Permanente Kommissie te moeten brengen, dat volgens bekomen rapport van den Heer Instituteur Mulder te Wateren, de onder Instituteur Kuipers aldaar, zich in het gebruik van sterken drank te buitengaat en voor enige dagen zoo verre heeft misdragen, dat ZijnEd. twee kwekelingen heeft moeten zenden, om hem na 24 uren afwezigheid, nog beschonken naar het Gesticht terug te brengen, waar hij onder het uitbraken van alleronbetamelijkste woorden aankwam;

wij hebben nodig geoordeeld hem dadelijk buiten betrekking te moeten stellen, doch hierbij de vrijheid genomen, zijn weekgeld te laten doorgaan uit gunstige aanmerking voor zijne vrouw, die juist in deezen tijd is bevallen, en zonder dat weekgeld in de bitterste armoede zoude verkeren, terwijl wij intusschen niet kunnen afzijn, zijn ontslag uit den dienst der Maatschappij te vragen, als hebbende hij, volgens herhaalde uitdrukking des Heeren Mulder en mijn eigen gevoelen, zich geheel onwaardig gemaakt daarin langer te verblijven. Ten aanzien zijner vervanging hoop ik een nader voorstel in te zenden.

(Ö)

Ik heb de eer te zijn, de Directeur der Kolonien, Visser


Ontslag

Wie die pasgeboren Kuiper is waarvan Anna Leuring zojuist bevallen is, zou ik niet weten, want dat staat nergens in de kolonieadministratie aangetekend, maar het is niet iets waardoor de permanente commissie zich zal laten weerhouden. Direct na ontvangt van de brief neemt ze op 28 februari 1829 het besluit Klaas Kuiper te ontslaan uit de dienst van de Maatschappij van Weldadigheid. Volgens het register met invnr 997 moet het gezin de kolonie verlaten op 15 maart 1829.


Voor zijn verdere leven verwijs ik weer naar de site van Irene Maas. Er is voortdurend gedoe met onderinstituteurs in Wateren en dat is te bereiken via deze pagina.