Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen





Christiaan Kraan: altijd maar op de vlucht uit het kindergesticht te Veenhuizen, altijd op de vlucht. En nog twee van dat soort jongens.


Christiaan Kraan is geboren op 2 januari 1827 als zoon van een ongehuwde moeder, Johanna Kraan. Hij wordt op 9 oktober 1839 vanuit Leeuwarden naar het kindergesticht te Veenhuizen gebracht.  Designatienummer 459/2. Hij wordt met weesnummer 487 ingeschreven in het wezenregister met invnr 1412, klik hier.

Hij trekt het na zijn aankomst een dikke maand. Dan volgt zijn:

eerste desertie op 17 november 1839 samen met de ook uit Leeuwarden afkomstige Jan Backer (in het wezenregister Bakker, zie onderaan). Ze worden op 1 december 1839 weer teruggebracht en moeten zich verantwoorden voor de tuchtraad van 7 december, zie hier. Het houdt Christiaan en zijn kompaan niet lang rustig, want later in de maand is het weer raak en volgt zijn:

tweede desertie. Direct in het nieuwe jaar moeten Christiaan, diezelfde Jan Backer en de ook als uit Leeuwarden afkomstige Egbert Kuiper terecht staan bij de Raad van Tucht van 3 januari 1840, zie hier. Die laatstgenoemde, dus Egbert Kuiper, doet vervolgens een geslaagde desertiepoging en weet weg te blijven. Dat lukt Christiaan Kraan niet bij zijn:

derde desertie op 1 september 1840. Een 'opziener bij den veldarbeid' weet hem bij zijn vlucht te achterhalen, blijkt uit de zitting van de tuchtraad van 4 september 1840, zie hier. Bij die zitting blijkt ook dat men er meer dan genoeg van heeft, ook omdat Leeuwarden er op heeft aangedrongen die knul nu eens binnen te houden.

Gevraagd wordt Christiaan te mogen verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans en dat mag. In het register van strafkolonisten met invnr 1585 staat op folio 3 dat hij 12 september 1840 in de strafkolonie aankomt. Vandaar sturen ze hem na een paar maandjes naar het derde gesticht in Veenhuizen. Het register met invnr 1412 maakt daarna melding van zijn:

vierde desertie op 19 mei 1841. Daar staat echter niet aangetekend wanneer hij daarvan teruggebracht is en er is ook geen tuchtzitting te vinden over die vluchtpoging. Hoe dan ook is hij een tijdje later weer in het eerste gesticht en wordt hij in invnr 1412 opnieuw ingeschreven met het weesnummer 487, dit keer met aankomst op 30 september 1841.

Een nieuwe start, een nieuwe kans? Een tijdje wel, maar niet zo heel lang. Zijn

vijfde desertie is ergens in juli 1842 en wordt behandeld op de tuchtzitting van 29 juli 1842, zie hier. Hij is die zitting bepaald niet de enige. Na een half jaar volgt zijn

zesde desertie op 30 januari 1843, waarvan hij twee dagen later op 1 februari 1843 wordt teruggebracht. De behandeling is op de tuchtzitting van 3 februari 1843, zie hier. Het begint de leden van de tuchtraad alweer behoorlijk te irriteren.

De tuchtzitting van 9 juni 1843, zie hier, is even een verrassend tussendoortje: het gaat niet over desertie, maar over 'weerspannigheid en verzetting tegen den opziener'. Daarna wordt het weer gewoon en volgt Christiaans:

zevende desertie op 3 juli 1843, waarvan hij wordt teruggevoerd (echt goed weglopen kan bij blijkbaar niet) op 15 juli 1843. De bijbehorende zitting van de Raad van Tucht is op 18 juli 1843, zie hier. Helpt het?? Neen!! Een maand later volgt zijn

achtste desertie op 14 augustus 1843. De volgende dag wordt hij teruggebracht en 18 augustus is de tuchtzitting, zie hier, waar ze er nu echt helemaal genoeg van hebben. Christiaan vliegt opnieuw naar de strafkolonie op de Ommerschans.

In het register van strafkolonisten met invnr 1585 staat hij nu op folio 6: aankomst daar op 28 augustus 1843. En daarvandaan vindt plaats zijn:

negende desertie op 1 juni 1844 waarvan hij wordt teruggebracht op 3 juni. En ook daarvandaan is zijn:

tiende desertie. Een jubileum. En dat viert hij. Hij loopt weg op 21 oktober 1844 en hij blijft langer weg dan ooit tevoren. Pas op 17 januari 1845 wordt hij weer het gesticht binnengevoerd.


En uiteindelijk laten ze hem dan maar gaan uit de strafkolonie. In het kindergesticht willen ze hem niet meer hebben, dus ze noteren dat hij per 18 november 1845 wordt ondergebracht onder de bedelaars op de Ommerschans.

Dat kunnen ze wel noteren maar ik geloof niet dat het echt gebeurd is. Want in de bedelaarsregisters is hij niet te vinden. Of ze hebben hem maar laten gaan of... hij is gedeserteerd.



Nadere informatie over betrokkenen