Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen




De broertjes Hubertus Jacobs Kerkhoven en Antonius Jacobs Kerkhoven: een 'slecht moreel' en lastig terug te brengen, maar als het even kan altijd samen


Op 3 mei 1839 worden Hubertus Jacobs Kerkhoven en Antonius Jacobs Kerkhoven het kindergesticht binnengebracht door Harlingen. Ze staan te boek als rooms-katholiek en ze worden ingeschreven in het wezenregister met invnr 1412. Daarvan zijn scans, zie helemaal bovenaan de pagina hoe die scans te bereiken zijn.

Hubertus Jacobs Kerkhoven is volgens de kolonieadministratie geboren 25 februari 1825 en krijgt het weesnummer 106. Designatienummer 433/2.

Antonius Jacobs Kerkhoven is volgens de kolonieadministratie geboren 1 september 1826 en krijgt het weesnummer 107. Designatienummer 433/3.

Ontsnappingspoging

Na negen maanden in het etablissement loopt Hubertus op 16 februari 1840 weg. Maar al na een paar dagen wordt hij teruggebracht en moet hij zich verantwoorden voor de tuchtraad op 21 februari 1840, zie het zittingsverslag. Dat kost hem dus acht dagen opsluiting en bovendien f 4,50 wat hij uit zijn tegoed moet betalen voor de premie voor degene die hem heeft teruggebracht en de transportkosten van zijn terugbrenging.

Het terugbrengen van een wees of een bedelaar levert een premie op van drie gulden en omdat er slechts 1,50 voor transport betaald moet worden, is hij dus niet zo ver gekomen.

Daarna samen

Twee jaar later gaan de broers er samen vandoor. Op 7 januari 1842 nemen ze de benen en hoewel ze snel worden opgepakt zijn ze pas begin maart 1842 terug in het gesticht. Bij het verslag van de tuchtzitting van 4 maart 1842, zie hier, zit als bijlage een brief van de politiecommissaris van Harlingen waarin hij beschrijft hoe moeilijk het was de jongens weer terug te brengen.

Stroband

DIe commissaris, die blijkens zijn ondertekening Stroband heet, schrijft dat zij in Harlingen al snel ontdekt zijn. Maar 'daar de vorst ingevallen was, zoo is met goed keuring van den Heer Staatsraad Gouverneur van Vriesland besloten om dezelve zoo lang te Harlingen te laten verblijven tot de gewone gelegenheid zich opdeed hen als dan naar hun bestemde plaats te laten overbrengen'.

Met vorst kun je niet varen en over het water is toch de fijnste manier om mensen te vervoeren. De jongens worden provisioneel in het weeshuis opgenomen. Provisioneel betekent voorlopig.

De vlugt genomen

Blijkbaar is het op 23 februari 1842 opgehouden met vriezen en dat geeft de politiecommissaris de mogelijkheid om een 'bevel te schrijven voor de Schipper van Drachten naar Veenhuizen, genaamd Oege Veenstra, om ze terug te brengen.

Hij heeft 'aan de Sergiant van politie last gegeven om de Jongens aan boord te brengen doch deze in het weeshuis komende ontwaarde tot zijne verwondering dat zijlieden de vlugt hadden genomen'. Maar diezelfde avond keren ze in de stad terug en melden ze zich uit zichzelf bij de politie.

Uit het schip gebroken

Ik citeer de politiecommissaris even: 'Vrijdag den 25 Februarij hebben wij de politie dienaar Gerrit Rikkers met dit transport belast ten einde wegens zijne hoge jaren hun te begeleiden tot Dragten en hun vervolgens over te leveren aan Feenstra welke meermalen met dier gelijke transporten belast is geweest, doch des avonds zes Uuren te dragten aankomen, had gemelde dienaar de onvoorzichtigheid om de Jongens aan Feenstra over te dragen in plaats van dezelve in verzekerde bewaring  te stellen op de gevangen kamer.'

'Feenstra de Jongens mede nemende voorzag hun van voeding en bragt hun vervolgens in het ruim van het schip, sloot de boven luiken met een ijzeren beugel, met voornemen om hun des morgens naar hun bestemde plaats te brengen, doch zijn des nacht twee Uuren uit het schip gebroken en hebben de reis weder na Harlingen aangenomen, alwaar zij vroeger dan de dienaar arriveerden.'

Andere maal

'Wij hebben hun andere maal in verzekerde bewaring gesteld op de gevangen kamer' en de commissaris schrijft dit allemaal op omdat het hem dienstig lijkt de directie van Veenhuizen 'de ondeugendheid van die Jongens onder het oog te brengen'. Bovendien heeft hij inmiddels heel wat kosten gemaakt en hij wil weten of ze als lidmaat van de katholieke kerk zijn aangenomen, want hij wil proberen die kosten op de kerk te verhalen.


Een preek

Maar goed, ze zijn weer terug en bij die hierboven genoemde tuchtzitting krijgen ze behalve straf ook een preek. De raad heeft de jongens 'onderhouden over het slechte hunner daden'. Ze 'geeft aan hen te kennen, dat op hun zullen worden toegepast, de Straffen bij het Reglement van Tucht bepaald, met bijzondere aanbeveling aan Hubertus Kerkhoven, van een beter gedrag te leiden, daar hij nu reeds voor de 2e maal was gedeserteerd, en zoo zulks weder mogt plaats vinden eene verwijdering naar de Straf Kolonie op de Ommerschans voor hem onvermijdelijk was'.


De verkeerde reactie

Je kunt bij zon preek, uitgesproken door de adjunct-directeur van het eerste gesticht, de Groninger Jannes Poelman, maar beter braaf staan te knikken. Maar na 'hun dit nadrukkelijk onder het oog te hebben gebragt' geeft Hubertus Kerkhoven 'onverschillig' te kennen dat hij 'wel naar de Ommerschans zou wenschen te worden verwezen'. Dit wordt als voorbeeld van hoe je NIET op een preek moet reageren genoemd op pagina 301 van De kinderkolonie.

Strafkolonie

Dat kan, geen probleem. 'Zoo heeft de raad algemeen besloten aan dat verlangen te voldoen, daar het genoegzaam uit deze onverschilligheid van den jongeling blijkt dat zijn moreel slecht is. En dus ook niet gunstig op zijne jongeren broeder werkt, die altans nog voor vermaningen en Verbetering schijnt vatbaar te wezen. En de raad denkt dat 'eene schijding dezer broeders op den jongeren stellig gunstig zal werken'.

Met als gevolg dat Hubertus blijkens dit overzicht op 10 maart 1842 aankomt in de strafkolonie op de Ommerschans.


Antonius weer

Heeft dat een positief effect op Antonius?
Neen. Dat blijkt al in diezelfde maand maart 1842. Op 30 maart 1842 doet Antonius weer een vluchtpoging, 'waar in hij door achterhaling verhinderd is geworden'.

Voor de raad van tucht van 1 april 1842 - zie het zittingsverslag - laat hij weten 'dat hij zich voor eerst naar Friesland wilde begeven en dan later bij terug brenging zoude wenschen bij zijnen broeder aan de Ommerschans te zijn'.

Samen

Dat kan geregeld worden. Uit hetzelfde overzicht blijkt dat Antonius op 16 april 1842 de strafkolonie binnenkomt. De broers zijn weer samen. Ook als ze op 2 november 1843 vanuit de strafkolonie weer naar het eerste gesticht te Veenhuizen teruggeplaatst worden.

Alleen het verlaten van Veenhuizen gaat niet helemaal samen. Hubertus Jacobs Kerkhoven gaat op 14 mei 1844 in militaire dienst, Antonius Jacobs Kerkhoven doet hetzelfde op 12 juli 1844.

Maar later blijken ze bij elkaar in de buurt te blijven. Ze trouwen allebei in 1875 te Rotterdam en overlijden daar ook allebei. Zie Hubertus en een jaar later Antonius.