Adriaan Kasper, van krantenjongen tot miljonair maar dan op zijn koloniaals

Het lijkt of de geschiedenis de regenten van het weeshuis in de stad Tholen gelijk geeft. Achteraf kan worden vastgesteld dat hun omstreden en fel bevochten besluit om de kinderen van het huis onder te brengen in de koloniėn, tot goede resultaten heeft geleid. Veel van die kinderen komen goed terecht. Zoals Adriaan Kasper.

 De weeshuisregenten sluiten op 20 december 1822 een zogenaamd D-contract met de Maatschappij om 24 kinderen in de kolonie te plaatsen en diezelfde dag een aanvullend contract voor nog eens 6 kinderen. Zie voor een algemene uitleg over contracten deze pagina en voor een lijst van D-contracten deze pagina.

De achtergrond is dat de tekorten van het weeshuis uit de hand lopen. Albert L. Kort schrijft in het artikel 'Een transport van weeskinderen' in: Van oproer, ruzie, oorlog en een verdwenen boerderij (Heemkundekring Stad en Lande van Tholen), Tholen 2009, p. 6-22, dat in 1820 het gemeentebestuur al ƒ 1.800,-, moest bijleggen. Dat kan het kleine stadje niet opbrengen en daarom deze veel goedkopere oplossing.

Maar als op 1 mei 1823 de weeshuiskinderen dan naar de kolonie verscheept zullen gaan worden, ontstaat er grote onrust onder de plaatselijke bevolking. Het is beschreven in het bovengenoemde artikel van Albert L. Kort waaruit ik passages heb overgenomen in De kinderkolonie pagina 17. Er dreigen gewelddadigheden, het transport moet worden uitgesteld en uiteindelijk zijn marechaussee en militairen nodig als de kinderen op vrijdagmiddag 9 juni 1823 Tholen verlaten.

Onder die kinderen Adriaan Kasper. Diverse informatie over hem heb ik gekregen van twee nazaten van hem, Carol Klok en Monique Scheermeijer. Daarnaast zijn er enkele internetgenealogiėn waaruit ik kon putten. Adriaan is geboren op 4 oktober 1811 in een gezin met minimaal vier in leven zijnde oudere kinderen. Hij wordt 13 oktober gedoopt. Zijn vader Pieter overlijdt anderhalve maand nadat Adriaan twee jaar is geworden en zijn moeder Krijna Stormezand een half jaar later. Op het moment dat hij naar Drenthe vertrekt is hij dus elf jaar oud en al negen jaar wees. 

Het hele gezelschap arriveert zaterdag 14 juni in Amsterdam waar ze samen met twee Haagse gezinnen (dat van Martinus Haakmeester, zie ook deze pagina. en dat van Pieter Letterie) plus een clubje Haagse weeskinderen het beurtschip naar Steenwijk van 19:00 uur nemen. In de avond van zondag 15 juni 1823 komen ze in de kolonie aan.

In de aankomststaat die van die dag gemaakt is en die zich bevindt in invnr 1370, wordt bij iedereen vermeld waar hij of zij is ondergebracht. Adriaan Kasper komt op hoeve 3 van de kolonie Frederiksoord, in het gezin van de proefkolonist Jan Bult. Zie over hem deze pagina's. Een stukje uit die aankomststaat, voor de duidelijkheid een beetje herknipt:


Hij blijft een jaar bij Bult. Als in de zomer van 1824 het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren wordt geopend is Adriaan een van de eersten die voor die vervolgopleiding wordt uitgekozen. Zie voor de opzet van dat Instituut (11 mei 1823) en een plaatje van de voorkant en af en toe stukken erover de verzamelpagina Onderwijs.

De kolonistendatabase die is samengesteld uit de gegevens die mevrouw Kloosterhuis heeft verzameld, meldt dat hij op 20 juni 1824 overgaat van het gezin Bult naar het Instituut in Wateren. (Elders wordt ook de datum van 28 april 1824 genoemd, maar dan zou hij wel erg ver voor de andere kwekelingen uitlopen.)

Als het stadsbestuur van Tholen regelmatig ophef maakt over de enorme tevredenheid van de in de kolonie geplaatste kinderen, zoals gerapporteerd op deze pagina, wordt Adriaan er niet bij genoemd, maar de toekomst zal uitwijzen dat Adriaan zeer tevreden is met zijn verblijf op een van de twee slaapzalen te Wateren. In het oudste bewaard gebleven stamboek van kwekelingen, dat ergens 1828 begint, invnr 1610, staat hij op de eerste folio met kwekelingennummer 1.

Hij is dan nog onder de hoede van Instituteur Kornelis Mulder, maar die vertrekt midden 1829 om adjunct-directeur te worden van de Ommerschans. Vanaf dan fungeert als Instituteur Jan Hessels van Wolda, over wie heel veel te vinden is op de eerder al genoemde verzamelpagina Onderwijs.

In het tweede kwekelingenregister, dat loopt vanaf 1832, invnr 1584, is Adriaan doorgestreept en staat vermeld: 'Kasper ontslagen en aangesteld als opziener bij den landbouw 3 april 1832'. Hij is dan 21 jaar. Voor mensen die verder onderzoek willen doen: het besluit dienaangaande is genomen op 24 maart 1832 onder agendapunt N2 en dat zou moeten zitten in invnr 398.

In het kwekelingenregister staat niet wįįr hij toezicht houdt op de landbouw maar dat blijkt te zijn bij het eerste gesticht te Veenhuizen. In het personeelsregister 1828-1834 met invnr 997 staat hij daarbij op folio 37. De klerk heeft zijn best gedaan om de functieomschrijving zo onleesbaar mogelijk te maken:

Bij de eerste twee regels hoort volgens de kolom ernaast het hiervoor al genoemde besluit van 24 maart 1832 N2. Bij de derde en vierde regel staat volgens mij 'op ƒ 60;- sjaars + genot van ?? & vrije woning' en daarbij lijkt te horen een besluit van 27 augustus 1832 onder agendapunt N48 dat zich moet bevinden in invnr 403. Bij de laatste regel staat in de kolom ernaast: 'overgeplaatst naar Wateren 12 mei 1833'.

Alvorens dan bij Wateren te gaan kijken moet er eerst aandacht geschonken worden aan voor een andere gebeurtenis in mei 1833. Op 31 mei 1833 trouwt Adriaan in Norg met Grietje Fokken, geboren 2 oktober 1807 in Bonda (Dld), dochter van Fokke Harms en Stijntje Derks, van beroep 'arbeidersche'. Bij de geboorteaangifte van hun kinderen wordt zij eerst Grietje Harms Fokkens genoemd en later Grietje Fokkens Mulder. Het zal allemaal wel, maar ik houd het hier voor het gemak bij Grietje Fokken.

Mogelijk - een suggestie van Carol Klok - is Grietje in deze contreien terechtgekomen via het huishouden van dominee Johannes Heerspink. Die is de predikant van Veenhuizen vanaf de start van die kolonie en woont in het nabijgelegen Westervelde. Zijn echtgenote Janna Gosselaar is geboren te Bonda - het tegenwoordige Bunde - toen haar vader daar dominee was. Misschien hielp Grietje in dit huishouden.

Met haar gaat hij dus in Wateren wonen. In het al eerder genoemde personeelsregister 1828-1834, invnr 997, staat hij op folio 60 vermeld: 'Kasper overgenomen van V N1 12 mei 1833'. Als functie staat vermeld 'onderdirecteur buiten', wat elders heet 'onderdirecteur voor de landbouw'. Dat laatste schijnt zijn fort te zijn. In een brief die ik verder niet gelezen heb, maar die voor liefhebbers hier staat, meldt Jan Hessels van Wolda over Adriaan dat hij 'goed kan zaaijen, maaijen, ploegen en voorts alle boerenwerkzaamheden'. Met daarbij als kanttekening dat Adriaan 'volstrekt geen losbol is'.

Volgens invnr 1007, het tweede mapje (1833), verdient hij dan f 3,75 in geld en f 1,25 in verstrekkingen. Oftewel 260 gulden per jaar. Volgens het personeelsregister 1834-1859, invnr 998, folio 93, wordt er op 31 mei 1835 onder agendapunt N12 nog een besluit over zijn bezoldiging genomen. Voor onderzoekers moet dat te vinden zijn in invnr 436. Na vier jaar verandert de functie, maar eerst de gezinssamenstelling.

Adriaan Kasper en Grietje Fokken krijgen kinderen met het in die tijd gebruikelijke tempo. Ze staan allemaal vermeld op folio 93 van het hiervoor genoemde invnr 998 en op folio 15 van het stamboek van directieleden en ambtenaren in 1860, invnr 1675:

Katharijna Kasper, geboren 22 maart 1834, overleden 30 augustus 1834.
Stientje Fokkelina Kasper, geboren op 07-06-1835. Zij blijft bij haar ouders wonen tot het gezin op 31 december 1860 de kolonie verlaat.
Pieternella Johanna Kasper, geboren 24 mei 1837. Zij wordt op 4 december 1858 'ontslagen als gehuwd buiten de kolonie'.
Maria Elizabeth Kasper, geboren op 04-12-1838. Zij blijft bij haar ouders wonen tot het gezin op 31 december 1860 de kolonie verlaat.
Adriana Margaretha Kasper, geboren op 10-11-1841. Ook zij blijft bij haar ouders wonen tot het gezin op 31 december 1860 de kolonie verlaat.
Pieter Karper, geboren 14 september 1844, overleden 20 oktober 1844.
Krijna Jacoba Kasper, geboren op 09-12-1845 (vernoemd dus  naar Adriaans moeder). Zij verlaat 31 december 1860 met haar ouders de kolonie.
Adriana Frederika Kasper, geboren op 26-09-1849. Zij verlaat 31 december 1860 met haar ouders de kolonie.
Diederika Sophia Kasper, geboren op 13-09-1851. Ook zij verlaat de kolonie op 31 december 1860.

Van het gezinsleven weer terug naar de beroepscarričre. Per 15 augustus 1837 is Adriaan niet langer onderdirecteur maar is zijn functie 'opziener Groot en Klein Wateren'. Waarom dat is weet ik niet, maar het zal of staan in het betreffende besluit van 15 augustus 1837 onder agendapunt N2, dat in invnr 463 zou moeten zitten, of in de daaraan voorafgaande brieven. Het betekent ook een loonsachteruitgang van ƒ 5,- naar ƒ 4,50, maar volgens invnr 1007, het vierde mapje (1838), wordt dat gecompenseerd doordat hij 'het genot van zuivel eene koe' heeft.

Het gegoochel met functies valt te verklaren doordat het Instituut een paar keer van organisatiestructuur verandert. Maar 'opziener Groot en Klein Wateren' blijft Adriaan altijd. Waar hij precies woont is niet zeker. Volgens de door Paul Gols van de 'Werkgroep Historie Zorgvlied, Wateren en Oude Willem' verzamelde DTB-gegevens woont hij in 1851 op Wateren 6 en in 1858 op Wateren 8.

Het opzienerschap houdt pas op als de Maatschappij van Weldadigheid uit financiėle nood gedwongen is haar bezittingen in Wateren van de hand te doen. Op 31 december 1860 wordt het gezin uitgeschreven. Adriaan Kasper heeft dan dus - met een kleine onderbreking in Veenhuizen - zesendertig jaar doorgebracht in Wateren. Het moet hem er als kansarme wees uit Tholen wel bevallen zijn.

Een paar jaar later, in 1866, verschijnt er een boekje van zijn hand (ook gemeld in De kinderkolonie pagina 296):


Adriaan Kasper overlijdt 20 mei 1870 in Kloosterveen bij Assen. Grietje Fokken op 18 april 1873 te Smilde.


NB: Een paar van de andere Tholense wezen staan vermeld onderaan deze pagina.