Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen



De blijde gezinshereniging van de familie Hoedt en de trieste afloop

Volgens de kolonieadministratie is Kornelis Hoedt, ook wel voorkomend als Hoed, geboren op 17 augustus 1764. Ik weet niet sinds wanneer hij weduwnaar is, maar zeker is dat hij rond 1825 met zijn drie kinderen in armelijke omstandigheden verkeert in Zaandam. Want twee van die kinderen worden dat jaar door de bestuurders in Zaandam overgebracht naar het kindergesticht in Veenhuizen.

Ze zijn op weesnummer te vinden in de scans van de wezenregisters met invnr 1572 en 1410 (zie bovenaan de pagina hoe die te bereiken). Het betreft:

Neeltje Hoedt, volgens de kolonieadministratie geboren op 23 januari 1813. Door Zaandam het kindergesticht binnengebracht op 19 september 1825. Dan dus twaalf jaar oud. Designatienummer 23/5. Ze wordt ondergebracht in het derde gesticht en krijgt weesnummer 1662.

Adriaantje Hoedt, geboren 12 november 1816. Tegelijk met haar oudere zus dDoor Zaandam het kindergesticht binnengebracht op 19 september 1825. Bij aankomst dus acht jaar oud. Designatienummer 23/4. Ze wordt ondergebracht in het derde gesticht en krijgt weesnummer 1661.


Hereniging

Ze zitten drie jaar in het kindergesticht als hun vader bericht krijgt dat hij een koloniale hoeve mag betrekken. De subcommissie van weldadigheid Zaandam mag een hoeve vullen 'uit de contributie (zie voor uitleg deze pagina) en heeft Kornelis Hoedt daarvoor uitgekozen. Meteen worden er pogingen ondernomen om de twee dochters ook in die hoeve te krijgen. Dat lukt.

Op 3 januari 1829 komt Kornelis Hoedt, inmiddels 64 jaar oud, in de kolonie Wilhelminaoord aan. Hij betrekt hoeve 85 te Wilhelminaoord, op de scans van het stamboek Wilhelminaoord met invnr 1353 te vinden op pagina 23. Hij is vergezeld van zijn gelijknamige zoon:

Kornelis Hoed(t), volgens de kolonieadministratie geboren op 22 december 1809. Hij is waarschijnlijk eerder al in de kolonie geweest als ingedeelde gezien deze brief van Zaandam van augustus 1824.
 

En twee dagen later, op 5 januari 1829, schrijft het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de permanente commissie, invnr 95::

No.67

ís-Gravenhage, den 5 Januarij 1829

UwelEds missive van den 29e December 1828, N1296, behelst het voorstel om de kinderen Neeltje en Adriaantje Hoed, in de gestichten te Veenhuizen uitbesteed, tot hunnen vader en broeder in de vrije colonien te doen overgaan, in welken de subcommissie te Zaandam, over eene hoeve te beschikken heeft.

Ik heb hiertegen geene bedenking, en autoriseer UwelEd de beide voors. kinderen uit de voors. gestichten te ontslaan, om die in de vrije kolonien te kunnen overplaatsen.

De Administrateur voor de Gevangenissen en het Armwezen,
Privinaire

Aldus geschiedt, op 19 januari 1829 worden Neeltje en Adriana Hoedt uit het kindergesticht ontslagen en voegen ze zich bij hun vader en broer in Wilhelminaoord.

Maar ach, ach, ach...

Het lijkt zo mooi, maar in hetzelfde stamboek van Wilhelminaoord met invnr 1353 wordt al melding gemaakt van het overlijden van Adriaantje Hoedt op 10 september 1829. En in het volgende stamboek met invnr 1354 valt te lezen dat vader Kornelis Hoedt overlijdt op 28 maart 1830.

De twee overgebleven gezinsleden worden als ingedeelden ondergebracht op andere hoeves. Neeltje Hoedt komt per 7 april 1830 op hoeve 86 bij het gezin van de Dordtse kolonist Hendrik Kuiters. Maar niet voor lang, ze verlaat de kolonie met ontslag op 1 juni 1830.
Kornelis Hoedt komt per 7 april 1830 op hoeve 88 bij de weduwe van de net een maand eerder overleden Middelburgse kolonist Andries Dekker. Ook niet voor lang, hij verlaat al snel de kolonie met ontslag op 12 juli 1830.

Dan is het hele gezin van de kolonie verdwenen. Zowel de gezinshereniging als de trieste afloop worden vermeld op pagina 98 van De kinderkolonie.