Friedrich Adolph Hagemeijer en zijn gezin, eene gansch musikalische Duitsche familie, bedelaarskolonisten 1842-1844


Over Friedrich Adolph Hagemeijer heb ik eerder een stukje geschreven op vele handen, zie hier. Dat speelt in 1843, maar later bleek dat er ook een brief van hem van jaren eerder in het archief is. Hier alle stukken die ik over hem heb, waarbij ik voor mensen die verder onderzoek willen doen ook alle vindplaatsen vermeld die ik niet gezien heb. Tramscripties in onderstaande zijn van Abdulwadd Louws en Theo Zelders.

Die eerdere brief is van 10 mei 1838. Het begin valt nog redelijk te begrijpen, al is het moeilijk te lezen: Hagemeijer en gezin wonen in Deventer, leven in grote armoede en hij ambieert een muzikale functie in de kolonin. Maar na de ondertekening wordt het, voor zover te ontcijferen, allemaal een beetje vreemd, invnr 195 scan 113:


Deventer de 10e Meij 38

Geachte Heeren en Dames

Daar God zijn Volk wegens het Kwaad onder uwe Bescherming geplaatst heeft, zo is het dat de ondergeteekende, wegens een achttienjarige Dienst - alsmede nagenoeg zonder Bestaan - allervriendelijkst en alleronderdanigst verzoekt om als muziekmeester, Organist of na Verkiezing - met zijn huisgezin sterk negen personen (zeven kinderen.) op het Frederiks-oord geplaatst te mogen worden.

Uw WelEd enz. dienwilligste - enz. onderdanigste
_
F.A. Hagemeijer

Door Gods Genade Theoretisch en Practisch - onderwijzer in het H. Evangelium en Toonkunst.
Door Gods Bestel - wegens de zonde - gewillig slaaf van de anti-Evangelische Turksche - Renegaten; of van de grote Maatschappij tot verderf van 't Algemeen.
Uit zeshondert Zesenzestig senten zaam gecomponeerd, gearangeerd, ijngelokelaerd, geexzamineerd, geexerzeerd, getempereerd, enz. enz. enz. gepromoveerd, door de Vreijmetzellaars.
Daniel. ?? en espenbak ??
Ten huize van Witteveen
Timmerman
in de Polstraat

De permanente commissie heeft op de brief genoteerd dat die 29 mei 1838 onder agendapunt N5, invnr 471, is behandeld, maar dat hoef ik niet te zien want functies als organist zijn er op de kolonie niet dus het zal toch geen vervolg gekregen hebben.

Blijkbaar duurt de armoede van het gezin voort, want op 23 augustus 1842 worden Friedrich Adolph Hagemeijer, zijn vrouw en een ritsje kinderen door de gemeente Deventer afgeleverd bij de Ommerschans. In het bedelaarsregister 'gemerkt L', toegang 0137.01 invnr 430, zie hier, staat hij op folio 294 met bedelaarsnummer 3733. Geboren in Brackwede, toen een dorp, tegenwoordig een stadsdeel van Bielefeld, op 1 september 1799, godsdienstige gezindheid Luthersch. Lang 1 meter 75, rond aangezicht, blond haar en blauwe ogen, spitse neus, kleine mond.

Zijn echtgenote is Harmanna Linet of Lenet, zij staat met bedelaarsnummer 4301 in het boek gemerkt M, toegang 0137.01 invnr 431, zie hier. Geboren 5 mei 1799 te Deventer. Lengte 1 meter 56, ovaal aangezicht, buin haar, ogen ros (?), kleine neus. De kinderen heb ik niet nagezocht, maar die moeten in boek M staan met de nummers 4302 tot en met 4308 (met waarschijnlijk de toevoeging 'kind van 3733 en 4301).

Het gezin wordt al snel, 27 augustus 1842, overgeplaatst naar Veenhuizen zodat ze in gezinsverband kunnen wonen in een van de woninkjes aan de buitenkant van de gestichten.

De volgende vermelding die ik heb is een jaar later. Directeur Van Konijnenburg reageert op een aantal vragen van de permanente commissie, die ik niet gezien heb maar die te vinden moeten zijn op 28 juli 1843 agendapunt N33, invnr 542. In zijn brief van 12 augustus 1843, invnr 277 scans 377-378, schrijft Van Konijnenburg bij puntje 3:

(...)
3. Dat het huisgezin van den bedelaars kolonist F: A: Hagemeijer No 3733 eene gansch musikalische Duitsche familie is, uit Munsterland. bestaande uit man, vrouw en 7 kinderen, dien aanvankelijk in eene woning bij het 1 Gesticht te Veenhuizen geplaatst zijn, omdat hunne meerdere beschaving daarvoor pleittede en men grond had te veronderstellen, dat op deze wijze niet den minsten arbeid van dit anders voor het koloniale werk weinig geschikte, huisgezin te zullen trekken; ook verlangde men, met hunne muzikalische talenten voor het coloniale muzijkcorps alhier buitens tijds zijn voordeel te doen.

Ondertusschen werd de man en de meeste kinderen ziek en ongesteld; onderscheiden hebben langdurig aan oogziekte geleden en thans is Hagemijer nog sukkelende aan eene kwaal, welken genezing bezwaarlijk gaan zal.

Van de kinderen werken er tegenwoordig 4, die doorgaande de helft verdienen van de f 6.50 sweeks, het minimum der inkomsten van zulk huisgezin, terwijl er 5 personen van het huisgezin als invaliden geboekt staan.

Later heeft Hagemeijer zich als een ontevreden en voor zijne huisgenooten hardvochtig persoon, die hen in het ongeluk gestort schijnt te hebben, doen kennen, en had ik daarom reeds last gegeven, om dit huisgezin wer op te breken, en in het 2e gesticht te verdeelen, doch de Adjunct-Directeur, niet zonder reden begaan met het lot der ongelukkige vrouw en kinderen, zag zulks gaarne uitgesteld, ook om het ontslag, dat het huisgezin gevraagd heeft; wanneer zij, al muzijkmakende, de reis naar Munsterland zouden trachten te volbrengen, om dr weer, omder de hunnen, te leven.

UwHEdG. gelieve in aanmerking te nemen, dat deze lieden aan het 2e gesticht geen meerdere verdiensten, onder de vermelde omstandigheden zou hebben kunnen maken, en de talrijkheid van dit huisgezin mede tot de plaatsing van hetzelve in eene woning deed overgaan.

De directeur der kolonin
J van Konijnenburg

In de kantlijn is door een lid van de permanente commissie bij het ontslag geschreven: 'dat niet zal gegeven worden om de schuld die het huisgezin heeft.' En dus kunnen ze niet weg.

Maar dat laat Friedrich Adolph Hagemeijer niet op zich zitten. In hoog tempo komen er verzoekschriften waarin hij vraagt om zijn ontslag. De eerste is gedateerd 25 september 1843, bevindt zich in invnr 282 de scans 582-583 en gaat vooral over 'Poeleman', waarmee hij de adjunct-directeur van het eerste gesticht Jannes Poelman bedoelt, en over de verzoeken muziekles te geven:


Veenhuizen
25 September
1843.

Den Hoog Edl. Gest. Heer den Heer Faber van Riemsdijk; President van de Permanente Commisie der Maatschappij van weldadigheid. enz.

Geeft met diepen Eerbied te kennen, Hagemeijer F.A. bedelaars colonist op het 1ste gestigt No. 32 muziekmeester uit Brackwede, in Westphalen:

dat Hij Requestrant, met vrouw en zeven kinderen, om in een verlegen oogenblik het verachtelijke beedelen voor te buigen in de maand augustus van het vorige jaar, zig vrijwillig voor den tijd van een jaar, te Deventer; aan de oprigtingen der Maatschappij van Weldadigheid heeft overgegeven.

Op de Schans 2de & 3de gestigt te Veenhuizen gekomen zijnde, van den muziekmeester en zijne zes muzicale kinderen gehoort hebbende koomt op zeekere vergadering de schoolmeester van het 1ste gestigt bij den suppliant deses, en zegt; gij moet bij ons komen, wij hebben nog wel een huisjen voor uw;

verders kunt gij drie guldens ?? week, als Cantrilert(?), egter uw met de muziek bezig houdende verdienen. Daarop heeft de adjunct directeur Poeleman zijnen schoolmeester naar het 3de gestigt gezonden, (waar zig juist de W. Edl. gest.  Heer Coneijneberg bevond.) om aan de Hoofd-Directie te verzoeken, of men den suppliant op het 1ste gestigt overgeven wilde; welk verzoek geacrodeert woordt, en de supp. vertrekt.

Daar gekomen zijnde zet men Hem, in plaats van fl. 3 op het Cantoor te verdienen agter de schrobbelbank: ja dag!

zulks, wegens een zeventienjarige borstguaal niet kunnende veelen spint hij ?? welk verdienst zig op twintig centen beloopt. Daar hem de Heer Poeleman egter aldus aanspreekt: gij krijgt fl 5 en ienten(?) pr. week, voor negen personen, is het niet om het eeven, of gij dat geld zo of zo verdient?
daar boven, heb slegds gedult zal uw onderwijkmeester maken: heeft egter niets in vervulling gebragt.

Bij genoemde fl 5 moest egter de supp. met de zijnigen honger lijden daarom ging hij met den schoolmeester te rade of het niet zoude kunenen geschieden, dat de leeden van het gezang koor, ieder eenen cent voor hune Theoretisch en Practische gezanglessen, tot des suppliants broodversterking betaalden; niemand heeft daar its(?) tegen geacrodeerd:

maar! in plaats van Hem Supp. die centen regtvaardig ter hand te stellen, houd de heer Poeleman dezelve onder zijn berijk.

Hierover heeft zig de suppliant wel eens uitgelaten, dat het ompleizierig was, zonder satisvactie zodanig werkzaam te moeten zijn -

Van die tijd af, heeft Hij, Hem, op alderhande aard en wijze, onregtvaardig getreiterd, gevit, of gecongneerd, zodanig! dat Hem Suppl. de lust om in de Colonien te blijven, wel verging: enz. enz.

in plaats van Hem nu te laten gaan, brengt men Hem dat men Hem, wegens gemaakte schulden, op het 2de gestigt binnen transporteeren moest :lief.(?).

Had de Heer Poeleman zijn verspreken gehouden, en hadden er geen ongelukkige langdurige ziekstens(?) plaats gehad, zo had de suppliant dezen veneinigen haak ontweeken.

Hoe? Waar is de mogelijkheid, om de tegenspoeden der Colonien op zijn Hoog EdG. gestr. reekening te plaatsen?

Daarom (en de wijl dit request, volstrekt niet verklagende luiden zal, daarenboven heeft de maatschappij immers broodeeters genoeg en de Requestrant behoeft met regtvaardig Entre, of in Rusische Dienst niet te bedelen -.) zo verzoeken zij de supll. geheel needer gebogen, de Hoog Edl. gest. Comissie, en den Heer adjunctdirecteur Poeleman; van goedertieren te willen ontslaan;

Hem egter ook een concert te willen permiteeren. jedog! zo zulks volstrektelijk niet mogelijk was dat tog dan de slaverneij der saalen, voor zijn huisgezin, regtvaardig geschorst worde.
A.(?) allerdienstwilligste knegd
Hagemeijer F.A.

In de kantlijn zijn door diverse leden van de permanente commissie diverse nauwelijks leesbare dingen bijgekrabbeld. Waaronder de vraag: 'kunnen wy het ontslag ?? op eene of ander wyze bevorderen?' En een verwijzing naar 28 juli 1843 onder agendapunt N33, zie boven, 'waarby de schuld als bedenking tegen het ontslag aan Bin. Zaken is opgegeven'.

Vermoedelijk heeft Hagemeijer het voorafgaande verzoekschrift door iemand laten bezorgen, maar durft hij daar niet echt op te vertrouwen zodat hij op 3 oktober 1843 met de post een volgend rekwest stuurt. De envelop is invnr 282 scan 587, de brief invnr 282 de scans 585-586:


Veenhuizen 3 octb: 1843
      
Hoog Edl:Gestr:Heer;

De suppliant heeft gisteren avondt een request aan zij Hoog Edl gest: door Mejuf. Pendler laten overhandigen: jedoch; of het geschied is, daar voor kan de requestrant niet instaan

Verzoekt also andermahl hem tog meedeleident te willen ontslaan: omdat hier de feine schelmerij - en wilkeurige vitterij al te groot is _.

Ook heeft de maatschappij Broodeeters genoeg _ en;

de Requestrant kan wegens twintigjarige cavallerie-Dienst en een zeventienjarige borstkwaal de voeding tog niet verdienen, want; de Heer Poelman werkt tegen.

Een staaltjen moet hier volgen; alst vier kinderen werken op het aardappelenland: een wees-jongetjen is opsigter _ die jonge doet zijne kinderen dertien Cennetjes te kort op staat _ daartegen appeleerd het eene meisjen, zij vraagt namentlijk aan die jonge, voor wie dat zij die aardappelen steelt, of hem de boer daar voor te eeten geeft _ of hem de Directie daar voor opsigter maakt _ waartegen zij met de grootste scheldwoorden tegen het kind uitvaren.

De gevolgen daarvan waren gisteren 85 centen straffe, hiertegen zoekt het meisjen regt bij de Directie, die haar in plaats van regt te doen - met vloeken en schelden van het buro dreigen te gooijen - enz: enz: enz:

Veel te verveelend, om alle zulke verachtekijke handelwijze te ontzijveren _.

Daarom nog eens, allerbeminnelijkste Heeren; een huisgezin van negen personen hetwelk bij Fl 4 en 25 centen leven en sterven moet verzoekt, bidt en smeekt on Ontslag._

Der Hoog Edl Gestr: Heeren onderdanigste
knegten en dienstmaagden:
Hagemeijer

Er bij zit een door directeur Van Konijnenburg opgesteld 'extract uit de rekening van den bedelaarskolonist F.A. Hagemeijer c.s. N3733', invnr 282 scans 588-590. Op scan 591 staan daar aantekeningen bij, onder andere dat Hagemeijer een 'benauwde borst' heeft. De permanente commissie heeft hierop aangetekend dat de kwestie behandeld is op de vergadering van 14 december 1843 bij agendapunt N2. Dat heb ik niet gezien, maar moet zich bevinden in invnr 547.

De uitslag van die behandeling zal zijn dat Hagemeijer en gezin vrij mogen, want in de bedelaarsregisters is aangetekend dat het gezin op 17 januari 1844 uit de bedelaarsgestichten ontslagen wordt.

Dat wil niet zeggen dat het daarna blijvend goed gaat met het gezin. Zestien jaar later, op 31 juli 1860 worden Friedrich Adolph en zijn vrouw en diverse gezinsleden opnieuw opgenomen in het bedelaarsgesticht. Hij staat met bedelaarsnummer 2147 in het transportboek met hergebruikte nummer en met invnr 446b, zie hier, op folio 77.

In het deel gemerkt W, toegang 0137.01 invnr 441, zie hier, staat op folio 25 dat ze op 9 augustus 1862 weer ontslagen zijn. Daarna komt de gansch musikalische Duitsche familie in de boeken van de Maatschappij niet meer voor.