De 45 jaar dat het vrije kolonistengeslacht Augustijn in Frederiksoord verblijft: broodbakken, veel tuchtzaken en weinig mest

Niet alleen steden hebben subcommissies van weldadigheid, ook de militaire commandanten halen contributies voor de Maatschappij op bij hun ondergeschikten en krijgen zodoende recht op (een) hoeve(s) in de vrije koloniŽn 'uit de contributie' (zie een uitleg van dat begrip). En dat is mooi voor de Augustijns.

De in Bergen op Zoom geboren en woonachtige Johannes Augustijn heeft al langer pogingen gedaan om met zijn gezin een plekje te krijgen in de koloniŽn van weldadigheid. Op 14 februari 1827 informeert de subcommissie van weldadigheid Bergen op Zoom of zij het gezin dat jaar kan opzenden, invnr 83 scan 484 (zie helemaal bovenaan de pagina hoe de scans te bereiken zijn).
Dat gaat niet door en dan moet het maar via de provinciale commandant van de provincie Noord-Brabant. Op 4 november 1829 draagt die Johannes Augustijn en gezin voor, invnr 101 scan 50.

Zelfwerkzaamheid
NB: Dit is de laatste vermelding van Augustijn in de post die ik op deze pagina doe. De familie komt 85 keer voor in de post tot 1847 en dat lijkt me een mooi stukje zelfwerkzaamheid voor familie-onderzoekers: ga naar Drents Archief genealogie, kies uitgebreid zoeken, kruis aan 'Correspondentie MvW' en vul de naam in.
Op deze pagina beperk ik mij tot de stamboeken en tuchtcolleges. Van de post zij alleen nog vermeld dat ook in de brieven uit Bergen op Zoom bij Johannes Augustijn al het beroep 'bakker' vermeld wordt.

De voordracht van de provinciale commandant wordt gehonoreerd en op 25 maart 1830 komt het gezin aan in de kolonie Willemsoord. Ze staan op scan 135 van het stamboek Willemsoord met invnr 1360 als bewoners van hoeve 135. Die hoeve stond op de Amsterdamse Laan, kadastraal Steenwijkerwold B 23, coŲrdinaten 52.838706 en 6.089215, maar de hoeve is tussen 1866 en 1872 afgebroken.

Broodbakker
Het duurt niet lang. Al op 7 november 1830 gaan vader, moeder en de vier kinderen naar hoeve 52 van Frederiksoord. De reden staat misschien in de post, maar ik kan hem zo wel raden: de broodbakkerij van de vrije koloniŽn is in Frederiksoord dus daar hebben ze bakkers nodig. Het is voor bakker Augustijn een kleine omschakeling: te Frederiksoord wordt geen tarwebrood of roggebrood gebakken, maar aardappelbrood.

Het gezin staat nu op scan 54 van het stamboek Frederiksoord 1830-1834 met invnr 1348. Hoeve 52 is Koningin Wilhelminalaan, kadastraal Vledder D 180, met de coŲrdinaten 52.850533 en 6.179307. Op deze hoeve zal het gezin lang blijven wonen.

Gezinssamenstelling
Op de zitting van de kleine raad van 30 april 1831 komt Johannes Augustijn, die 'steeds in de broodbakkerij' werkzaam is, vragen of zijn in Bergen op Zoom achtergebleven dochter Maria Violetta zich alsnog bij het gezin mag voegen. Dat wordt goedgevonden, zij arriveert op 1 juni 1831 en vanaf dat moment ziet het gezin er (volgens de lang niet altijd betrouwbare gegevens uit de stamboeken) als volgt uit:

Johannes Augustijn, geboren 5 april 1785 te Bergen op Zoom. Hij is getrouwd (bij welk huwelijk hij 'Jean Augustijn' heet) met
Elizabeth van Waas. geboren 1790 te Aardenburg. Volgens genealogieŽn hebben ze 13 kinderen gehad, maar er zijn er slechts 5 in leven en op de kolonie:

Maria Violetta Augustijn, geboren 7 april 1811,
Gerrit Augustijn, geboren 2 juni 1819,
Laurens Augustijn, geboren 24 augustus 1822,
Kornelia Augustijn, geboren 16 mei 1824, en
Johannes Augustijn, geboren 4 januari 1828.

Op de kolonie komt daar nog bij:
Antonie Augustijn, geboren 8 oktober 1832.


Mestmakerij
Van 6 juni 1831 tot 19 mei 1832 wordt Dirk de Vos uit Alkmaar, geboren 13 januari 1811, bij hun in huis gedaan als extra werkkracht, maar dat kan niet verhinderen dat het regelmatig mis gaat met de verplichting voor elke vrije kolonist om elke week zelf mest te maken.

Ondanks het feit dat ik van lang niet alle zittingen van de kleine raad transcripties heb, komt het heel vaak voor. Op de zitting van 28 mei 1831 blijkt de familie geen mest gemaakt te hebben. Of dat wordt opgelost, weet ik niet want de zittingen van juni heb ik niet.

Mestmakerij, greppels, school
Dan is het weer raak in september, want op de zitting van 1 oktober 1831 is 'het achterstallige niet bijgewerkt'  Lager op die pagina geldt dat ook voor 8 oktober en 15 oktober en pas 22 oktober is Johannes Augustijn helemaal bij met mest maken.

Daarna heb ik pas weer een transcriptie van de zitting van 14 januari 1832 en daar heeft het gezin 'drie voer mest te min' gemaakt. Bij de incidentele transcripties die ik verder heb is nog de zitting van 27 juli 1833, waarbij 'de greppen om het huis niet schoon' zijn en de zitting van 25 januari 1835 waarbij een kind blijkbaar niet naar school geweest is en er voor straf drie ponden brood worden ingehouden.

De eerste tuchtzaak
Dan is het tijd voor de eerste tuchtzaak, want de zoons komen in de puberteit en daar gaan we wat mee te stellen krijgen. Ik heb helaas geen transcriptie van de Raad van Policie en Tucht van 3 november 1834, maar in de samenvatting is te zien dat eerst Gerrit Augustijn (15 jaar), Jacob Johannes Oostmeijer (16), en Hannes Oostmeijer (13) en Arij Mollevanger (16 jaar) moeten terechtstaan wegens mishandeling van de 19-jarige ingedeelde Adriana de Ruyter.

En dat daarna 'Laauwrens Augustijn' (12 jaar), Willem Olie (ook 12) en Lambertus Smallenburg (ook 12) worden gestraft met ťťn dag opsluiting omdat zij de ingedeelde Geerje Neef hebben uitgescholden en een koe hebben mishandeld.

1835, Maria overlijdt
In het stamboek 1835-1841 met invnr 1349 staat het gezin op scan 53. Nog steeds hoeve 52. Op de zitting van de kleine raad van 24 januari 1835 wordt vastgesteld dat ze de afgelopen week geen mest hebben gemaakt. Maar op die van 31 januari hebben ze het achterstallige bijgewerkt.

Ernstiger is, bij artikel 4 van 24 januari, dat Augustijn 58,8 koppen rogge minder ingeleverd heeft dan er vooraf geschat was dat er van zijn landje zou komen. Of dat heeft hij illegaal aan een buitenstaander verkocht of het gezin is slordig geweest met het binnenhalen van de oogst. Hoe dan ook worden er voor straf 9 broden ingehouden. Dat is de zwaarste sanctie van heel Frederiksoord.

Op 10 februari 1835 overlijdt dochter Maria Violetta Augustijn, pas 23 jaar oud.

1836-1838, Gerrit vertrekt
Op de zitting van de kleine raad van 26 maart 1836 is het rond het huis van de Augustijns niet schoon en op die van 19 november 1836 is een kind niet naar school geweest. Maar nogmaals: ik heb van lang niet alle kleine raad-zittingen transcripties, zie het overzicht, dus er kan veel meer geweest zijn.

In 1838 wordt Gerrit Augustijn 19 jaar oud en dat is dus het jaar dat hij moet loten voor de militaire dienstplicht. Blijkbaar heeft hij de vereiste lengte (1.57 meter) want op 29 april 1838 vertrekt hij om zijn dienstplicht te vervullen. Hij zal een dikke vijf jaar wegblijven.

1838, Laurens op het slechte pad-1
Bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 19 juli 1838, bijlage 12 op deze pagina, moeten acht jongelui, in leeftijd variŽrend van 13 tot 18 jaar, waaronder de 16 jarige Laurens Augustijn, voorkomen omdat zij 'op zondag en maandag den 15 en 16 dezer maand, door de te veld staande rogge zijn gelopen, om zekere zwarte korrels uit de halmen te peuteren, waardoor het koorn is vertrapt'.
Die zwarte korrels zijn het kauwgum van de 19e eeuw.

De jongelui 'brengen tot hunne verontschuldiging in, dat zij alleenlijk door de slooten bij langs en niet over de akkers zoude gegaan zijn'. Daar wordt rekening mee gehouden als de kwestie twee dagen later voor de Raad van Policie en Tucht komt, hoger op dezelfde pagina, waardoor zij tot slechts drie dagen opsluiting in de strafkamer op de kolonie veroordeeld worden.

1838, Laurens op het slechte pad-2
Bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 25 oktober 1838, bijlage 3 op deze pagina, behoort Laurens Augustijn tot een groepje van vier jongens die 'baldadigheden' hebben gepleegd in een van de weefschuren die in de jaren 1836-1837 zijn ingericht achter een aantal koloniale hoeves. Er worden voorbeelden gegeven van hun wangedrag en hun verdediging wordt van tafel geveegd: 'Hunne verontschuldiging heeft niets te beduiden.'

het gevolg is dat ze bij de behandeling op 27 oktober 1838 bij de Raad van Policie en Tucht de maximum straf krijgen van acht dagen opsluiting in de strafkamer.

Twee maanden later is het weer mis in die weefschuur. Bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 6 december 1838, bijlage 1 op deze pagina, is Laurens Augustijn een van de drie jonge 'katoenwevers' die de 'loopende adsistent Verhoeks met verwenschingen en onbescheidene uitdrukkingen' bejegenen als hij hun werk komt controleren. Het levert hun bij de Raad van Policie en Tucht van 10 december 1838 weer acht dagen hechtenis op.

1839, Laurens op het slechte pad-3
En als Laurens Augustijn daarna moet verschijnen bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 10 september 1839, bijlage 1 op deze pagina, op beschuldiging van inbraak bij de magazijnmeester, is zijn lot snel bezegeld. Bij de Raad van toezicht worden derdegraads verhoren afgenomen over waar iedereen zich die zondagochtend tijdens kerktijd precies bevond.

Bij de Raad van Policie en Tucht van 11 september 1839, hoger op dezelfde pagina, wordt dat aangevuld met enig forensisch onderzoek naar gevonden bloedsporen, maar heel belangrijk is dat niet want feitelijk heeft men het oordeel al klaar. Laurens Augustijn is 'een bekende deugniet' en de Raad heeft het helemaal met hem gehad en stuurt hem naar de strafkolonie op de Ommerschans.

Daar komt hij volgens dit overzicht op 14 oktober 1839 aan en men houdt hem een jaar vast tot hij op 11 november 1840 weer naar zijn ouderlijk huis terug mag.


1841, ook Cornelia haalt de tuchtraad
In het stamboek Frederiksoord 1841-1848 met invnr 1350 staat het gezin op scan 55. Dezelfde 'loopende adsistent bij de katoen weverij' die eerder door Laurens Augustijn beledigd is, krijgt nu te maken met de 16-jarige C/Kornelia Augustijn bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 28 december 1840, bijlage 1 op deze pagina.
Cornelia en een leeftijdsgenote beschuldigen de assistent ervan dat hij 'onnodig draden van hun kettinggaren had doorgeknipt en weder hersteld waardoor zij nutteloos in hun werk waren opgehouden'.

Dat zou best eens waar kunnen zijn, maar het tuchtwezen kiest altijd voor de employťs, al krijgt de assistent wel een standje omdat hij Cornelia's collega 'een klap om de ooren heeft gegeven'. Bij de Raad van Policie en Tucht van 2 januari 1841, hoger op dezelfde pagina, wordt in het geheel niet naar hun geluisterd en worden de twee jonge weefsters tot vier dagen opsluiting veroordeeld.

Een vrijspraakje (!) en Laurens vertrekt
Daarna is het weer de beurt aan Laurens Augustijn. Van de Raad van toezicht van Frederiksoord van 4 maart 1841 heb ik helaas geen transcriptie, maar bij de Raad van Policie en Tucht van 6 maart 1841, zie deze pagina, blijkt het te gaan om dronkenschap en belediging. Laurens zou samen met twee leeftijdsgenoten 'bij de tapper H. OostindiŽn te veel sterken drank hebben gebruikt en daardoor belediging aan de dienstmeid van de Secretaris gedaan'. Die secretaris is Perizonius van Marle, zie hier.

Bij de behandeling bij de Raad blijkt echter dat een van de companen van Laurens de enige schuldige is dus hijzelf komt er geheel zonder kleerscheuren van af.

Het jaar daarop, 29 april 1842, gaat Laurens in militaire dienst, maar hij is op 3 mei 1842 al weer terug. Niet voor lang. Op 12 oktober 1842 verlaat hij de kolonie zonder toestemming te vragen, met andere woorden: hij 'deserteert'. Later zal blijken dat dat niet het definitieve einde van zijn koloniale carriŤre is.

1843, Bergen op den Zoom
Op de zitting van de kleine raad van 13 mei 1843 komt Johannes Augustijn (de vader) vragen om 14 dagen verlof naar 'Bergen op den Zoom'. Dat wordt toegestaan. Dergelijke verlofreizen kunnen er vaker geweest zijn, maar daarvoor moet iemand a-l-l-e kleine raadzittingen een keer doornemen.

Op 4 juni 1843 komt Gerrit Augustijn terug uit militaire dienst, dus na een dikke vijf jaar onder de wapenen.

En op de eerste tuchtzitting van 1844 is de familie in volle glorie, met TWEE afgevaardigden, aanwezig!

1844, Cornelia vertrekt
Eerst Cornelia, inmiddels 19 jaar. Zij moet voorkomen bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 11 januari 1844, bijlage 1 op deze pagina, maar ze komt niet opdagen. Ze laat het over aan 'Pieter Nieuwenhuis, kolonisten zoon Hoeve 39, oud 20 jaren', die 'deswege ondervraagd, bekent verboden gemeenschap te hebben gepleegd met de kolonisten dochter Cornelia Augustijn van Hoeve N 52, tengevolge waarvan de laatste zich in zwangeren toestand bevindt'.

Cornelia en Pieter hebben het dan wel gezien en op 1 februari 1844 deserteren ze van de kolonie, zodat ze er niet bij zijn als de Raad van Policie en tucht hen op 8 februari 1844 'wegens onzedelijken omgang met elkander' veroordeelt tot de strafkolonie. Het jonge stel heeft alles al voorbereid want op 10 maart 1844 trouwen ze te Vledder. Uit de handtekeningen onder de huwelijksakte blijkt dat Cornelia's vader en moeder daarbij aanwezig zijn.

Ze wonen een tijdje in de buurt van de koloniŽn, maar melden zich op 18 oktober 1845 bij het bedelaarsgesticht op de Ommerschans, waar ze lang zullen wonen. Cornelia zal daar 6 juni 1858 overlijden.

1844, Gerrit overlijdt
Dan Jan Augustijn, 16 jaar oud, die we nog niet eerder bij de tuchtraad hadden gezien. Hij staat 8 februari 1844, zie hier, terecht 'wegens het plegen van baldadigheid aan de dochter van de in de nabijheid van de koloniŽn wonende Wed Room'.

Bij de Raad van toezicht van Frederiksoord van 11 januari 1844 is die door Jan en drie leeftijdsgenoten gepleegde baldadigheid nader omschreven: 'zij hadden haar aan gegrepen en tegen den grond gegooid,
Willem Olie zou gezegd hebben laten wij haar in de vaart smijten, dan kan zij zwemmen als een vischje'.

De jongens vliegen acht dagen de cel in.

Op 20 augustus 1844 overlijdt zoon Gerrit Augustijn, net 25 jaar oud. We moeten concluderen dat van de 13 kinderen die Johannes Augustijn en Elizabeth van Waas gehad hebben, er slechts vier echt groot zijn geworden. Dat ligt een stuk onder het landelijk gemiddelde.

1847, Laurens terug in de kolonie
Op 3 april 1847 keert de in 1842 vertrokken Laurens Augustijn terug in de koloniŽn van weldadigheid: hij wordt die dag vanuit Zwolle het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengevoerd. Daar zal hij dus zijn zus Cornelia tegenkomen. Het is onduidelijk of hij wegens bedelen is opgepakt of dat hij zich vrijwillig heeft aangemeld, maar dat hij uit Zwolle komt duidt op het laatste.

Het bekijken van de scans van de inschrijfregisters van de Ommerschans werkt ietsje anders dan de scans uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid. Zie daarvoor op deze pagina de vermeldingen van Laurens en Cornelia, met boven- en onderaan de pagina een verwijzing hoe je bij de scans komt. Laurens wordt op 20 december 1847 al weer uit het bedelaarsgesticht ontslagen.

Daarna blijft hij blijkbaar in de buurt van zijn ouders, want in 1850 trouwt hij te Weststellingwerf met Elisabeth van Keulen, geboren 11 juli 1823 en als ingedeelde groot geworden in de koloniŽn. Hun eerste kinderen worden geboren te Noordwolde, dus vermoedelijk woont het stel in het semi-illegale huttendorp van zelf gebouwde plaggenhutten ten zuiden van Noordwolde.

1849, Johannes vertrekt (tijdelijk)
In het stamboek Frederiksoord 1848-1859 met invnr 1351 staat de familie op scan 56. In dat stamboek staat dat zoon Johannes Augustijn op 28 augustus 1849 met ontslag van de kolonie vertrekt, maar dat kan ook eerder zijn want al op 7 maart 1849 is hij getrouwd met de kolonistendochter Jannetje Zandwijk.

Over het uit Oudewater komende kolonistengeslacht Zandwijk is zoveel te vertellen dat ik er nog eens een pagina over zal maken. Ook de eerste kinderen Augustijn-Zandwijk worden geboren te Noordwolde, dus dat zal ook het huttendorp zijn.

In het huishouden van de familie Augustijn op de kolonie is nu lekker ruimte, dus de directie begint er regelmatig ingedeelden bij te proppen. Die ga ik niet behandelen, zie daarvoor het stamboek.

1852, Anthonie vertrekt (tijdelijk)
Zoon Anthonie Augustijn, de enige van de kinderen die we NIET bij de tuchtraad zijn tegengekomen, gaat 10 april 1852 als nummerverwisselaar in militaire dienst. Maar als hij die dienstplicht vervuld heeft, keert hij weer terug naar de omgeving van de koloniŽn.

Hij trouwt in 1859 te Vledder de kolonistendochter Carolina Theodora Beun. Zie over het kolonistengeslacht Beun deze pagina. Bij de kinderen die daarna geboren worden staat steeds dat de ouders woonachtig zijn te Noordwolde, dus dat zal weer 'de hutten onder Noordwolde' oftewel het huttendorp ten zuiden van Noordwolde zijn.

1852, Johannes jr volgt op
Op 5 augustus 1852 N6 besluit de permanente commissie van de Maatschappij van Weldadigheid dat de hoeve van de familie Augustijn mag worden overgeschreven op naam van zoon Johannes Augustijn, die ten behoeve van het onderscheid met zijn vader voortaan door het leven gaat met de toevoeging junior.

Dat besluit moet zich bevinden in Drents Archief toegang 0186 invnr 731 (daarvan zijn geen scans) en daarbij zullen zich ook bevinden de karakterbeoordelingen van Johannes jr door de directeur der koloniŽn en de adjunct-directeur der vrije koloniŽn en dat kan best interessant zijn.

De opvolging krijgt zijn beslag op 13 augustus 1852 en vanaf dat moment worden de oudjes, dus Johannes Augustijn sr en Elizabeth van Waas, beschouwd als ingedeelden bij hun zoon en schoondochter.

1853-1857
Per 1 januari 1853 wordt de woning van de familie Augustijn hernummerd van hoeve 52 naar hoeve 83, maar het huis blijft natuurlijk staan waar het stond.

Op 27 oktober 1854 komt Laurens Augustijn wederom vanuit Zwolle in het bedelaarsgesticht op de Ommerschans, waar zus Cornelia ook nog steeds woont. Dit keer mťt vrouw en kinderen. Laurens, van wie een signalement is opgenomen, wordt met zijn gezin weer ontslagen op 5 juli 1855. Hierna komt hij niet meer terug.

Op 25 december 1854 overlijdt de oude Johannes Augustijn sr en op 27 november 1857 overlijdt zijn weduwe Elizabeth van Waas.

Na 1859
Alles na 1859 doe ik niet, dat zoeken de mensen zelf maar uit, dus ik neem hier alleen de gegevens over uit de kolonistendatabase. Het gezin van Johannes Augustijn jr en Jannetje Zandwijk is te vinden op de scans van de stamboeken invnr 2999 hoeve 83, invnr 3000 hoeve 139, invnr 3007 hoeve 183, invnr 3008 hoeve 183 en invnr 3009 hoeve 183.

De samenstelling van het gezin:
Johannes Augustijn jr, zie boven. Getrouwd met
Jannetje Zandwijk, geboren 28 augustus 1828. Hun kinderen:

Elizabeth Augustijn, geboren 25 februari 1851,
Johannes Augustijn, geboren 1 mei 1852,
Matthijs Augustijn, geboren 5 februari 1854,
Anthonie Augustijn, geboren 13 september 1855,
Kors Meindert Augustijn, geboren 20 oktober 1857,
Christiaan Willem Augustijn, geboren 28 oktober 1859,
Cornelis Johannes Augustijn, geboren 21 september 1861,
Willem Frederik Augustijn, geboren 16 september 1863,0
Huibrecht Augustijn, geboren 9 februari 1866, en
Jannetje Maria Augustijn, geboren 11 september 1868.

Volgens de kolonistendatabase verlaat het gezin op 30 maart 1875 de koloniŽn om naar Nieuw Amsterdam te gaan. Daarmee is de laatste van dit geslacht van de kolonie verdwenen.