Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





30 november 1844: Opziener der scholen Jan Hendrik Geraets bezoekt de scholen in Veenhuizen en de vrije koloniŽn

In het jaar dat Jan Hessels van Wolda is overleden, is het nu Jan hendrik Geraets die de scholen bezoekt en onderzoekt wie er van de dagschool naar de avondschool kunnen en wie er helemaal niet meer anaar school hoeven. Dit verslag bevindt zich in Invnr 301 de scans 63-65.

Wateren, den 30 November 1844

Ik heb de eer UEdGestr. bij dezen te melden dat ik de scholen te Veenhuizen en in de gewone Kolonien wederom bezocht en het onderwijs overal met genoegen bijgewoond heb.

De kinderen, welke eenigen tijd tot het aardappelrooijen gebezigd zijn geworden, waren in alle scholen teruggekeerd en de onderwijzers beijverden zich om de geleden schade weder in te halen.

Aan het 1e Gesticht liet in de avondschool het lezen bij velen te wenschen over.
Sommige ondermeesters hadden zich aldaar aangewend, om teveel bij het lezen te praten waardoor er geen tijd genoeg tot de oefening overbleef. Wij hebben getracht dit te veranderen en vleijen ons deswege met een gewenscht gevolg.

Zoo ook die ondermeesters welke de gelegenheid tot eigene studie verzuimden, zijn daartoe aangespoord en den Hoofdonderwijzer aanbevolen geworden.


Bij het 2e Gesticht was de orde tamelijk wel; doch de schriften minder zindelijk en de lettervorm gebrekkig. De leerlingen zijn daarop, onder schooltijd, gewezen en later ook de onderwijzers.

In de avondschool bevonden zich 12 jongens en meisje van 18, 19 en 20 jaar oud, welke begonnen te spellen of de letters zouden leren.
Deze hadden verschillende boekjes voor zich, konden alzoo elkander niet nagaan en bewandelden dus eenen weg, welke niet dan zeer langzaam tot het doel moest leiden.
In dat gevoelen deelde ook de onderwijzer, die als nu beginnen zou van het zwarte bord gebruik te maken teneinde dezen gezamenlijk en dus klassikaal te kunnen onderwijzen.

De ondermeester Heijvaart, welke binnen dit Gesticht, wenschte zijn loon van f 3,00 per week, niet meer op den staat, maar geheel uitbetaald te hebben, en over zijne vrijheid te mogen beschikken.

Dientengevolge moest ik hem beloven UEdGestr. met zijn verlangen bekend te zullen maken, onder betuiging echter dat ik zulks niet kon ondersteunen, eensdeels omdat de begeerde vrijheid hem vroeger ongelukkig gemaakt had, en anderdeels omdat er noch het belang noch de noodzakelijkheid van kan worden ingezien.


In de school aan het 3e Gesticht heerschte beste orde,en werd het onderrigt op eene allezins doelmatige wijze gegeven; terwijl men des avonds eenige bejaarden zelfs daarvan een nuttig en dankbaar gebruik zag maken.


Met niet minder genoegen woonde ik het onderwijs in de gewone Kolonien bij.
Ook daar waren alle kinderen van het aardappelrooijen in de scholen teruggekeerd, en werd het onderrigt met lust en ijver gegeven en ontvangen.

Na behoorlijk onderzoek gaven de kinderen voldoende bewijzen hunner gemaakt vorderingen, en niet minder zij die, wegens ouderdom, in de verschillende Kolonien van de dagschool vrijgesteld kunnen worden als in

Kolonie 1:
Hendrik Nieman
Hendrik Smeets
Hendrikje van der Kolk
Roelofje Weitering
Antonia Rensenbrink
Antje Seelenhorst

Kolonie 2:
Hein Everts
Evert Koerman
Jan Kornelissen
Floris Farenkamp
Adolf Kuik
Kaatje Posthumus
Karolina Rochel
Betje van der Linden
Mietje Zandwijk
Aaltje Boer;

Kolonie 2, 1e bijschool:
Hendrik Koenrades
Antje Stoffels
Meintje Schaeffers.

Kolonie 3:
Antonie Kastel
Johannes Bakker
Pieter Zwak
Sophia Wulffling
Anna Steenmeijer
Antonia Rekveld
Fennegie Kist
Jakob Delfos
Alexandria Aspelslag.

Kolonie 3, Israelitische bijschool:
Jacob Abraham Boas
Wolf Mozes van de Berg
Samuel Mozes Bremer
Izaak Josef Nordt
Vrouwtje Barend Matteman
Annaatje Simon Spier.

Kolonie 3, bijschool:
Klaas Onrust
Frans Dool
Jan Aukes
Abraham Rusch
Kornelia van der Hulst
Johanna Bijkerk.

In deze school werden ook nog enkele leerlingen gevonden, welke wel den ouderdom, maar niet de bekwaamheden bezaten om van den school ontslagen te kunnen worden.

Eindelijk dient nog vermeld te worden, dat wij te Veenhuizen eene geschikten jongeling voor den Israelitischen bijschool te Willemsoord meenen gevonden te hebben, in den wees Abraham Allemans, oud 16 jaren, van wiens gedrag en bekwaamheid ons de beste getuigenissen werden medegedeeld.

Daar nu de Joodsche Leeraar Jakobson met temeer verlangen deze jongeling verbeidt, naarmate zijn ondermeester Pothuis zich beijvert om eenen voordeeliger betrekking te zoeken, ben ik zoo vrij U Edelgestrenge voor te stellen deze overplaatsing ten spoedigste te willen bevorderen.

De Opziener der Scholen,
J.H. Geraets.

Voor copie conform,
De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg