Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Verslag van Jan Hessels van Wolda's bezoek aan de scholen in de vrije koloniŽn, 8 september 1836: niet anders dan door dwang aan hunne hooge verpligting te houden

Van Wolda over de scholen in de vrije koloniŽn: Door de droge zomer waren er meer koehoeders nodig en waren er dus minder kinderen op school. Als er brood ingehouden wordt (de sanctie als kinderen niet naar school gaan), nemen de ouders dat de schoolmeesters kwalijk. Van Wolda komt met eeft lijst 'achterlijken' met de mogelijke oorzaken, waarvan de katoenweverij er een van is. Het gaat ook over gezinnen die slechts moeilijk aan hun 'hooge plicht' te houden zijn, plus over enige verbeteringen aan de bijscholen in kolonie 2.


Wateren, den 8 September 1836

De scholen der gewone koloniŽn in de maanden Julij en Augustus JL bezocht en mij inzonderheid bepaald hebbende tot het onderzoeken en opsporen der nog achterlijke avondscholieren, ook naar aanleiding van het Besluit der Permanente Commissie van den 3 Junij JL N3, zoo heb ik de eer UWEdG. daarvan het volgende verslag aan te bieden.

De droogte van den zomer en de daarop volgende schraalheid van weide, voor de koeijen, is een voorname oorzaak geweest, dat de kinderen meer te huis gelaten zijn, dan de reglementen toelaten.

Dit had in alle scholen plaats, behalve in die van kolonie N: 7, waar de koeijen door eenen hoeder gehoed worden, en in de hoofdschool van kolonie N: 2 ging dit het verst; daar ontbraken er, op eenen voormiddag, van de 113 dagscholieren, 48 kinderen, meerendeels koehoeders.-

Ook wordt er nog al eenige schoolles verzuimd, omdat sommige kinderen niet van de noodwendige kleeding en klompen voorzien waren, gelijk blijkt uit de wekelijksche lijsten van afwezendheid.

In de kantlijn bijgeschreven door de permanente commissie: Dit is bij mij eene niets beduidende reden: op school kunnen de kinderen wel met zodanige kleding komen als ze hebben

De kinderen der beste huisgezinnen gingen ook steeds het getrouwst ter school.-

In de kantlijn bijgeschreven door de permanente commissie: dit geloof ik liever?

Het inhouden van brood, dat harde maar doelmatige middel, gebeurde zelden, doch wanneer dit plaats vond (en zulks geschiedde gewoonlijk, wanneer UWEdG: de nalatige ambtenaren, in dezen had moeten onderhouden) dan werd de maatregel, te gelijk, op vele huisgezinnen toegepast, zoo dat er vele ouders en pleegouders ontevreden werden gemaakt, de schuld daarvan op de onderwijzers leggende.

Aan de hoofdschool van kolonie N. 1 miste het getal jonge lieden, op de lijst onder N. 1 hierbij overgelegd, voorkomende, welke steeds op de katoenfabrijk werkzaam waren, en waarvan die, vermeld onder N. 3, 5 en 6, noodwendig eenig schoolonderwijs behoeven.

Het onderwijs der kinderen, die behoorlijk school gaan, maakt op alle scholen zeer voldoende vorderingen, dat der bijscholen in de oostvierdeparten, wegens bekende oorzaken nog ten achteren, wordt met kracht en ernst bijgehaald.

Naarmate er door sommige huisgezinnen minder gezet gebruik van de dagschool wordt gemaakt, heeft dit ook nadeeligen invloed op de leerlingen der avondscholen, dat ze in deze koloniŽn reeds bij het volbrengen van hun 12 jaar worden, onaangezien den tijd, dien ze tot onderwijs gehad en de vorderingen, welke zij gemaakt hebben.

In goede huisgezinnen, welker kinderen tevens de schooljaren in de koloniŽn doorbragten, wordt niemand gevonden, die niet lezen of schrijven kan, zoo namelijk de vermogens daartoe aanwezig zijn geweest.

Het getal achterlijke avondscholieren, in 1818 en vroeger geboren, waarvan ik de eer heb UWEdG: de naamlijst hierbij overteleggen, bedraagt nog 29, en dit zal noch UWEdG:, noch de Permanente Commissie, bevreemden, wanneer ik er het volgende bijvoeg, hetgene ik met vrijmoedigheid en overeenkomstig de waarheid doe.

Van die 29 zijn er 13, welke boven de 12 jaren oud, in de kolonie zijn aangekomen, 6 die in hunne schooljaren werden opgezonden, (hoe het onderwijs van al dezen gesteld was, is op de lijst te zien) en de dan nog overblijvende 10 zijn, op ťťn na alle eigen kinderen van huisgezinnen, welke grootendeels niet anders dan door dwang aan hunne hooge verpligting te houden zijn en die in vroeger jaren, toen er nog geene inhouding van brood plaats had, slecht gebruik van de school hebben gemaakt, de eene bestedeling Willem v.d. Groef, schijnt traag, min vatbaar en ondeugend te wezen.-

ít Is waar, wij zouden die naamlijst grooter hebben kunnen maken, daar er tusschen de 12 en 18 jaren oud, ook nog eenige jonge lieden gevonden worden, die achterlijk in het lezen en schrijven zijn, doch men zal al het mogelijke aanwenden, om deze, welke naar hunnen ouderdom, nog meer geschiktheid voor het onderwijs hebben, langs den gewonen weg, het benoodigde te doen aanleeren.

Zij, die op de naamlijst voorkomen, en voor het onderwijs niet geheel ongeschikt zijn, hebben, ter bereiking van het doel, meerderen tijd noodig, dan 8 maanden in het jaar, 2 of 3 avonden in de week, en om dat meerder benoodigde wordt bij deze eerbiediglijk gevraagd, zoo mede eenigen tijd voor de gebrekkige lezers, op de katoenfabrijk geplaatst.

Eindelijk moet ik UWEdG: nog, ten belange der goede zaak, onzen dank betuigen voor de aangebragte verbetering aan de nieuwe Bijscholen van kolonie N. 2, welker doelmatige inrigting en geheele afwerking niets te wenschen overlaat.

Waren er overal zulke schoolgebouwen!

De Adjt Directeur van het schoolonderw.
(get) J. H. van Wolda


NB: De genoemde lijsten zaten er niet bij.