Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





3 januari 1825: het eerste half jaar koloniaal onderwijs onder leiding van adjunct-directeur Jan Hessels van Wolda

Een half jaar na zijn aantreden als adjunct-directeur voor het onderwijs, zet Jan Hesels van Wolda op een rijtje wat hij aan verbeteringen heeft bewerkstelligd. Het heeft de vorm van een brief aan directeur der koloniŽn Wouter Visser en wordt gepubliceerd in het maandblad de Star van januari 1825, pagina 71-75.

Naast de ook elders genoemde winterschool in het noorden van Willemsoord, en de zondagsscholen, blijken de onderwijzers te worden ingezet als leerplichtambtenaren. En dan is er ook nog de leesbibliotheek:


Brief van den School-onderwijzer J.H. van Wolda, aan den Heer Direkteur der KoloniŽn, wegens uitbreidingen en verbeteringen van het Koloniaal Schoolonderwijs.

Met een dankbaar gevoel, herinner ik mij den oogenblik, waarop ik mij geheel in den dienst der Achtingswaardige Maatschappij van Weldadgheid heb begeven. In mijn tegenwoordige betrekking, geene andere bezigheden, geene andere zorgen kennende, dan ter bevordering van het ware geluk onzer kolonisten, en inzonderheid dat hunner kinderen, naar mijn vermogen, werkzaam te zijn, geniet ik voor mijn eigen hart meer inwendige rust en vergenoegdheid, dan immer.

Vele, en belangrijk dienden derhalve ook de verbeteringen reeds te zijn, welke er in het laatste gedeelte van 1824 betrekkelijk het Schoolwezen zijn daargesteld. Dan, het is UWEd. Gestr. te zeer bekend, dan dat ik zulks behoef aan te merken, dat alle verbeteringen in het onderwijs niet dan langzamerhand en trapsgewijze moeten daargesteld worden.

Hier en daar kan ik echter zien, dat eenige vorderingen gemaakt zijn. En met alle bescheidenheid neem ik de vrijheid, dezelve onder het oog van UWEd. Gestr. te brengen.

Het eerste dan, waarmede ik een begin maak, is


Het oprigten eener Winterschool in de 6de Kolonie.
Ik kan niet voorbij, UWEd. Gestr. mede, namens de ingezetenen dier Kolonie, voor het stichten dezer School, mijnen hartelijksten dank te betuigen.

In vorige winters, wanneer de wegen en paden bijna onbruikbaar waren, konden de ouders met billijkheid zeggen: ďhet is onmogelijk, dat onze kinderen er door kunnen komen.Ē Nu is deze aanmerking geheel uit den weg geruimd.

Hendrik de Nekker, uit de kolonisten opgekweekt, en bezittende den derden rang, neemt daar met allen ijver het Schoolonderwijs waar. En ofschoon hij des avonds en des morgens telkens een uur gaan moet, zoo werkt hij nogtans met groot genoegen. De goede wil der kinderen, om gaarne in de School te zijn, derzelver algemeene lust, om wat goeds te leeren, en zijne eigene bewustheid, iets goeds te doen, zijn voldoende, om hem bij storm en onweder eenen aangenamen weg te banen.

Driemalen des daags vond ik daar telkens een getal van ruim 40 kinderen; welker vorderingen mij, na vier weken onderwezen te zijn, zeer wel voldeden. De Heer Bersma, Onderdirekteur, en Koppe, Wijkmeester dier Kolonie, brengen ook broederlijk het hunne bij tot den bloei dezer School.
Als eene tweede vordering, welke daargesteld is, geef ik UWEd. Gestr. op:


De opgerigte Zondagsscholen.
Deze bestaan nog maar alleen in de vrije KoloniŽn, hoewel ik dezelve ook gaarne eerstdaags aan de Ommerschans wilde invoeren.

In de 1e, 3e en 4e Kolonie worden dezelve zoo veel mogelijk leerzaam gehouden, en in de KoloniŽn te Fredcriksoord werden ze zoowel door ouden als jongen bezocht. De School in de 4e Kolonie was eenigermate te klein, om de zaamgevloeide menigte te bevatten. Het groot aantal oude en bejaarde menschen, dat daarbij kwam, deed mij de noodzakelijke vrijheid nemen, eenigzins van de provisionele bepalingen van 28 Augustus 1824 af te wijken. De hoofdzaak bleef dezelfde.

Ieder schijnt in het gemeenschappelijk gezang, en het eenvoudig onderwijs, daar gegeven wordende, genoegen te vinden; want zonder den minsten zweem van dwang, wordt van deze Scholen veel gebruik 'gemaakt.
Ik moet intusschen ook niet vergeten, dat de kolonisten getrouwe voorgangers vonden, in de Heeren B. J. Bosma en H. Faaken, onderdirekteurs, Molekamp, Schnatz, de Jong, Schnell en Keizer, Wijkmeesters, welke geŽmployeerden zich alle beijveren aan hunne verpligting te beantwoorden, en, dat de Schoolonderwijzers, hoe weinig tijds dezelve ook over hadden, op mijn verzoek, ook dadelijk gereed waren , de zondagen, gedeeltelijk aan het onderwijs toe te wijden , en zůů nuttig te zijn voor hunne medemenschen.

Als een derde punt van verbetering, mag ik UWEd. Gestr, opgeven


Het bezoeken der Kolonisten in hunne woningen.
De Schoolonderwijzers laten hoegenaamd geenen tijd verloren gaan. Is er een huisgezin, dat geen gezet gebruik maakt van het onderwijs, dan begeven zij zich derwaarts, brengen zoodanige ouders het schadelijke en onvergefelijke hunner handelwijze onder het oof, en sporen ook de kinderen tot het onderwijs aan.

En eindelijk kan ik UWEd. Gestr. nog als eene vierde verbetering opgeven:


Het lezen van nuttige en aangename boeken.
De leeslust onzer Kolonisten is opgewekt. Bij mijne komst in de Kolonie beloofde ik aan degenen, die de Zondagscholen getrouw bezochten, geschikte boeken ter lezing. Het komt mij voor, dat ik in de keus dezer boeken vrij wel geslaagd ben; want alhoewel ik een aanzienlijk getal heb opgedaan, kom ik somtijds in de noodzakelijke gelegenheid om te zeggen: "ik heb geene boeken meer."

Dit durf ik te meer als eene verbetering opgeven, daar deze lectuur hen van vele schadelijke gezelschappen terug houdt. In oogenblikken van rust en uitspanning, zijn de jonge lieden thans bezig met iets goeds te lezen en te overdenken.

Wanneer de leestijd verloopen is geeft de leerling, zoo er tijd en gelegenheid is, op, wat hij gelezen heeft, en dit voldoende zijnde, ontvangt hij wederom een ander. Zooveel in ons vermogen is, geven wij hun boeken, wier inhoud eenigzins overeenkomt met hunne behoefte en hunnen aanleg.

Gaarne zoude ik UWEd. Gestr. van de reeds aanwezige werkjes eenen katalogus hierbij overleggen, dan daar ik derzelver getal nog dagelijks vermeerder, zoo ben ik genoodzaakt daarmede nog eenigen tijd te wachten; in de hoop van UWEd. Gestr., bij eene volgende gelegenheid, betrekkelijk het ťťn en ander, een meer voldoend Rapport te mogen doen toekomen.

Intusschen neem ik de vrijheid, het Koloniale Schoolwezen verder in UWEd. Gestr. protektie aan te bevelen, en heb de eer met ware hoogachting te zijn:

Frederksoord, UWEd. Gestr. Ootm. Dienaar,
3 Januarij 1825. (Get.) J.H. van WOLDA.