Koloniale munten en winkelgeld voor in de koloniale winkels

Vanaf enkele jaren na de start in 1818, hebben de koloniŽn een eigen geldstelsel. Dat duurt tot 1859, het jaar dat de Staat de gestichten te Ommerschans en Veenhuizen overneemt en de Maatschappij van Weldadigheid alleen doorgaat met de koloniŽn Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord.
Het stelsel komt er op neer dat het officiŽle geld grotendeels verdwijnt en wordt vervangen door speciaal geslagen muntjes en zogeheten 'winkelkaartjes', gedrukte kaartjes met een bedrag erop, die alleen waarde hebben in de koloniale winkels.
De situatie rond het koloniale geld verschilt per kolonie, is erg ondoorzichtig en is nooit eerder helemaal uitgezocht. Op deze pagina's proberen numismaticus Wiebe Nijlunsing en Wil Schackmann het geheel in kaart te brengen. Voor zover dat lukt, want we komen een heel eind, en verder dan ooit iemand eerder is gekomen, maar er blijven tal van onduidelijkheden.
Hoewel dat geen betaalmiddelen zijn, nemen we herdenkingspenningen en aan kolonisten uitgereikte medailles ook mee. Met deze 'munten en penningen-pagina's' zijn we eind juli 2018 begonnen en we zullen ze geleidelijk aanvullen tot een zo volledig mogelijk beeld.


Herdenkingspenning oprichting

Ter herdenking van de oprichting maart 1818 van de Maatschappij is een penning gemaakt. Zie de informatie erover en de verwijzing naar een plaatje.

Medailles voor kolonisten

Najaar 1820 krijgen kolonisten in de proefkolonie Frederiksoord medailles uitgereikt. Alles wat we over die medailles weten en de plaatjes.

Eigen geld

Het eerste signaal dat de Maatschappij een eigen geldstelsel wil voor vrije kolonisten, staat in een besluit van 21 mei 1821. De aanleiding is...: drank!
 Daarna gaat het snel. In het maandblad de Star van augustus en september 1821 is sprake van winkelkaartjes voor ALLE vrije kolonisten.
Bij de start van de bedelaarsopvang in de Ommerschans in 1822 wordt bepaald dat er geen gewoon geld is. Alleen 'lootjes' en winkelkaartjes.

Veenhuizen-1

Met het geld van het februari 1824 gestarte wezengesticht in Veenhuizen hebben we het makkelijker. Ondertekening door Poelman zegt alles.

Twee soorten kaartjes

In maart 1826 besluit de permanente commissie tot de instelling van TWEE soorten winkelkaartjes, het Winkelgeld en het Broodgeld.
Sommige van die in maart 1826 genoemde kaartjes zijn bewaard gebleven. Een pagina met afbeeldingen. Met rare afgeknipte hoekjes...?

Voortaan vanuit Den Haag:

● Eind december 1836 stuurt de directeur der koloniŽn de 'gedrukte vellen koloniale munt' naar Den Haag die nog niet uitgegeven zijn.
Daarop wordt op 10 januari 1837 besloten de directeur voor de administratie een advies te laten uitbrengen over
Op 23 januari 1837 besluit de permanente commissie het aanmaken van de koloniale munt zelf te regelen. En wie de winkelkaartjes voortaan tekent.

Bijsturing

De permanente commissie besluit 11 oktober 1841 welke waarde de munten in de gestichten hebben. Het 20 centsstuk verdwijnt.

Johannes van den Bosch

Na de dood van Johannes van den Bosch op 28 januari 1844 worden herdenkingspenningen uitgegeven in zilver en brons.