Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Na 1859 is er geen koloniaal geld meer, maar wel Rijksinrichtings-geld

Eind 1859 neemt de Staat de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans over van de Maatschappij van Weldadigheid, zie ook deze pagina. Voor het koloniale geldstelsel heeft dat de navolgende gevolgen:

■ De vrije of gewone koloniŽn Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord blijven onder het beheer van de Maatschappij van Weldadigheid. Hier wordt het eigen geldsysteem afgeschaft, er zijn geen eigen metalen munten en geen winkelkaartjes meer.

■ Veenhuizen en Ommerschans zijn voortaan Rijksgestichten en komen eerst onder het beheer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en vanaf 1 januari 1875 onder het beheer van het ministerie van Justitie. Hier blijft wel een eigen muntstelsel bestaan, dat er als volgt uitziet:

DE ACHTERKANT

Volgens het Handboek van de Nederlandse munten van 1795 tot 1975, door J. Schulman, is er vanaf 1859 een serie van vijf munten, die in het Handboek de nummers 438, 439, 440, 441 en 441a hebben. Aan de ene kant staat in sierlijke letters het opschrift 'O & V' voor 'Ommerschans en Veenhuizen'. Deze afbeelding komt uit de collectie van Museum Rotterdam nummer 56426.

WAARDEN EN MATERIAAL

De voorzijde heeft boven de waardeaanduiding het opschrift 'R.Gestn' voor 'Rijksgestichten'. De waarden en het materiaal van de serie zijn:
▪ 25 cent, koper,
▪ 10 cent, zink,
▪ 5 cent, zink
▪ 1 cent, zink, en
▪ Ĺ cent, zink.

Het Rijksmuseum heeft vier van de vijf munten in haar collectie, net als de serie van blik en de serie van gegoten ijzer in 1885 verkregen uit een schenking van ene mevrouw J.M. van Gelder-Nijhoff. De Nationale Numismatische Collectie (NNC) heeft de serie compleet. Hieronder de afbeeldingen die ik het mooist vond van klein naar groot met de gegevens van de sites van de desbetreffende instanties:

WAARDE Ĺ CENT

Rijksmuseum objectnummer NG-VG-19-313, zink, slaan, diameter 1,7 cm, gewicht 1,16 gram.

WAARDE 1 CENT

Rijksmuseum objectnummer NG-VG-19-312, zink, slaan, diameter 1,9 cm, gewicht 1,80 gram.

WAARDE 5 CENT

NNC inventarisnummer NM-00829. Ook NNC inventarisnummer MU-19987, diameter 21,79 mm, gewicht 4,243 gram.

WAARDE 10 CENT

Rijksmuseum objectnummer NG-VG-19-311, zink, slaan, diameter 2,6 cm, gewicht 3,24 gram.

WAARDE 25 CENT

Bij het Rijksmuseum objectnummer NG-VG-19-310-A, koper, slaan, diameter 2,2 cm, gewicht 4,67 gram, maar dat vind ik niet zo'n mooi exemplaar en dus doe ik hieronder de foto van de collectie van Museum Rotterdam nummer 56426, waar ze bij meting uitkwamen op een diameter van 2,3 cm.

DATERING

Vermoedelijk zijn deze munten meteen in gebruik gekomen zodra eind 1859 de Staat de gestichten had overgenomen. Van het voorafgaande Maatschappij van Weldadigheid-geld, zie hier, heeft men overgenomen om de lage waarden in zink en de hogere waarden in koper te doen.

In de 'Begrooting van uitgaven voor de Rijksgestichten Ommerschans en Veenhuizen, dienst 1871', afgedrukt in het Algemeen Handelsblad van 12 oktober 1870, staat:

In de tweede plaats wordt betaling aan de verpleegden in fictieve munt met 1e January 1871 niet meer toegelaten. Hiervan is het gevolg dat hetgeen vroeger, in die munt, tot aankoop van warm drinken, als winkelgeld en wegens aandeel in arbeidsloon als zakgeld werd gekweten, voortaan in comptant geld, ten laste der begrooting, is voldaan.

Als einddatum van dit geld kan dus 1 januari 1871 worden genomen.