Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





De aantallen munten die van 1838 tot 1859 op de Ommerschans in omloop geweest zijn

Op deze pagina proberen we bij te houden hoeveel munten er bestaan hebben die op de Ommerschans in omloop geweest zijn van deze serie, die op 8 februari 1838 op de schans werd geοntroduceerd en daar tot en met 1859 gangbaar bleef. Ze zijn, in ieder geval tot 1853, gemaakt door de firma G. van Maanen & zoon en het gaat om munten met een blanco achterkant.

1838: DE EERSTE NIEUWE MUNTEN

De nieuwe munten worden op 31 januari 1838 N3, invnr 468, door de permanente commissie naar de directeur gestuurd. Ze schrijven:

Bij dezen hebben wij de eer UWEd te doen toekomen ƒ 925.- koloniale munt van koper en zink bestemd voor de Ommerschans, als

150 stuks van ƒ 1.--
ƒ 150.---
375 stuks van 0.50
ƒ 187.50
750 stuks van 0.25
ƒ 187.50
750 stuks van 0.20
ƒ 150.---
750 stuks van 0.15
ƒ 112.50
750 stuks van 0.10
ƒ   75.---
750 stuks van 0.05
ƒ  37.50
750 stuks van 0.02
ƒ   15.---
750 stuks van 0.01
ƒ    7.50
500 stuks van 0.00½
ƒ    2.50
Totaal
ƒ 925.---

IN OMLOOP

De directeur schrijft op 11 februari 1838 in een brief met nummer N309, invnr 192 scan 235, dat hij het nieuwe geld in omloop heeft gebracht:

Frederiksoord, den 11 Febr. 1838

Ik heb de eer UwEdG de goede ontvangst te berigten des briefs van den 31 January jl. N3 met ƒ925.- nieuwe koloniale munt voor de Ommerschans, welke ik den 3 dezer maand heb in ontvang genomen en den 8e te Ommerschans weκr uitgegeven, tegen inname der oude koloniale munt,

NABESTELLING APRIL 1838

Al kort daarna, op 6 april 1838, in een brief met nummer N795, invnr 194 scan 112, schrijft de directeur:

Daar het gebleken is, dat er bij de jongste omwisseling van koloniale munt te Ommerschans, veel te weinig klein geld in omloop gebragt is, waardoor aldaar groote ongelegenheid ontstaan is, die tot ongenoegen en verschil leidt, zoo heb ik de eer UwEdGeb. te verzoeken, om daarin wel zoodra mogelijk te willen voorzien.

De permanente commissie stuurt 11 april 1838 N8, invnr 472, 'ƒ 20:-- aan kleingeld voor de Oschans'.


Gelezen den brief van den Directeur der kolonien van den 6 dezer N795
Besluit
die te houden in advies en aan dezelven te schrijven als volgt:

In voorloopig antwoord op UWED brief van den 6 dezer N795 hebben wij de eer UwEd hiernevens te doen toekomen ten behoeve van de Oschans ƒ 20:- koloniale munt als

250 stuks a ƒ 0.01 ... ƒ 2:50
250 stuks a ƒ 0.02 ... ƒ 5.---
250 stuks a ƒ 0.05 ... ƒ 12:50

De directeur meldt 17 april 1838 in een brief met nummer N881, invnr 194 scan 338. de ontvangst van twintig gulden 'nieuwe koloniale munt'.

ZENDING JULI 1840

In 1839 worden er geen munten naar de Ommerschans gezonden. Op 6 juli 1840 in een brief met nummer N1712, invnr 232 scan 155, schrijft de directeur:

Ik heb de eer UwEdGeb. te berigten, dat de plaatselijke Directie te Ommerschans, met overleg van den Heer Directeur voor de administratie, van mening is, dat er nog de volgende koloniale munt benoodigd is, om de verrekeningen gemakkelijk te kunnen doen, als
voor ƒ 30.-- aan halve centen
voor ƒ 30.-- aan cent stukken
voor ƒ 30.-- aan twee centen,
ten einde UwEdGeb. in deze behoefte zouden kunnen voorzien.

Blijkbaar is de directeur voor de administratie H.W.L. Post voor overleg in de kolonie geweest. Op 24 juli 1840 N3, invnr 505, stuurt de permanente commissie 'ƒ 35.-- koloniale munt uit stukken van 2, 1 en ½ cent bestaande'.

Gehoord het rapport van de Dir der Adm gevraagd 13 dezer 5
Besluit
om den directeur te schrijven als volgt

Ter gedeeltelijke voldoening aan de bij UWE brief van den 6e dezer N1712 gedane aanvrage van koloniale munt voor de Ommerschans hebben wijd e eer UWE hierbij te doen toekomen:

1000 stuks a ƒ 0.02, makende ƒ 20.---
1000 stuks a ƒ 0.01, makende ƒ 10.---
1000 stuks a ƒ 0.00½ makende ƒ 5.---
                            te zamen ƒ 35.---

waarmede zoo wij vertrouwen vooreerst op eene voldoende wijze in de behoefte van kleine munt zal zijn voorzien. 

Op 27 juli 1840 in een brief met nummer N1896. invnr 233 scan 144 bevestigt de directeur de ontvangst daarvan.

ZENDING DECEMBER 1840

Op 30 november 1840 in een brief met nummer N2999, invnr 237 scan 744, schrijft de directeur:

Voornamelijk ten gevolge der toeneming van de bevolking, welke thans ook te Ommerschans plaats heeft, bestaat er aldaar behoefte aan ƒ 100.-- ΰ ƒ 150.-- meerder koloniale munt in omloop, onverschillig van welke waarde de stukken zijn, mits geen 20 cents stukken, die, als nagenoeg van gelijke grootte als de 25 cents stukken zijnde, buiten omloop gebragt zijn, zoo als UwEdGeb. geacht medelid den WelEdG. Heer Mr J.C. Faber van Riemsdijk laatst in loco bepaald heeft.

Ik heb de eer UwEdGeb. om die meerder koloniale munt te verzoeken, met voorstel tevens, om de 20 cents stukken, als ongeschikt geheel intenemen en UwEdGeb terug te zenden.

De permanente commissie bespreekt de brief op 4 december 1840 N30 en stuurt op 22 december 1840 N36, invnr 510, voor 150 gulden koloniale munt voor de Ommerschans naar de directeur (tegelijk met kaartjes voor Veenhuizen-3). Bij die brief is een nota gevoegd:.

Nota van op den 22 December 1840 aan den Directeur der kolonien toegezonden koloniale munt ten behoeve van de Ommerschans, ter voldoening aan deszelfs aanvrage van den 30 Nov 1840 N2999.

20 stuks a 100 cents ........ ƒ 20.---
60 stuks a 50 cents .......... ƒ 30.---
200 stuks a 25 cents ........ ƒ 50.---
200 stuks a 15 cents ........ ƒ 30.---
200 stuks a 10 cents ........ ƒ 20.---
                    te zamen ƒ 150.---

Op 30 december 1840 in een brief met nummer N3257, invnr 238 scan 736 bevestigt de directeur de ontvangst.

MAART 1842; MUNTEN TER VERVANGING-1

Op 16 maart 1842 N10, invnr 525, stuurt de permanente commissie ƒ 295.- koloniale munt voor de Ommerschans ter vervanging van de uit de roulatie genomen munten van 2, 15 en 20 cent. Dat blijkt te zijn in reactie op een brief van de directeur van 15 januari 1842 N18, die ik niet heb gezien.

In vervolg op Uwen brief van den 15 January ll N18 hebben wij de eer UWEd hiernevens te doen toekomen de navolgende koloniale munt ten behoeve van de Ommerschans, te weten:

200 stuks van 0.50
ƒ 100.---
400 stuks van 0.25
ƒ 100.---
500 stuks van 0.10
ƒ   50.---
600 stuks van 0.05
ƒ  30.---
1000 stuks van 0.01
ƒ    10.---
1000 stuks van 0.00½
ƒ    5.---
Totaal
ƒ 295.---

JULI 1842: MUNTEN TER VERVANGING-2

Op 17 mei 1842 noteert de permanente commissie: 'Den Directeur den inhoud herinnerd van artikel 2 en 3 van de resolutie van 11 October 1841 N3 betrekkelijk de inwisseling en terugzending der buiten omloop gestelde koloniale munt'. Daarop reageert de directeur op 3 juni 1842 N1429, invnr 261 scan 578:

Ik heb de eer UwEdGeb op de missive van den 17 Mei jl N5 te antwoorden dat de bij resolutie van den 11 October 1841 N3 afgeschafte coloniale munt thans werkelijk buiten omloop gebragt is bij de Gestichten N2 en 3 te Veenhuizen en te Ommerschans met uitzondering van ƒ 130.-- 15 cents stukken, waarvoor men hier eerst nog onvermijdelijk noodig heeft andere stukken als:

van 1 cent
ƒ 20.--
van 5 cent
ƒ 50.--
van 10 cent
ƒ 60.--
Zamen ƒ 130.--

waarom ik dus de vrijheid neem UwEdGeb te verzoeken;
zijnde men met de inneming van de afgeschafte coloniale munt bij het 1e Gesticht nog bezig, doch het geen zonder meerdere nieuwe munt wel zal kunnen geschieden.

Er wordt een bestelling bij Van Maanen geplaatst en op 20 juli 1842 N8, invnr 530, zendt men de directeur 'eenige koloniale munt ten behoeve van de Ommerschans'.

In antwoord op UwEd missive van den 3 Juny ll N1429, hebben wij de eer UWEd hiernevens te doen toekomen de navolgende koloniale munt ten behoeve van de Ommerschans, te weten:

2000 stuks van 1 cent
ƒ 20.--
1000 stukjs van 5 cent
ƒ 50.--
600 stuks van 10 cent
ƒ 60.--
Zamen ƒ 130.--

ZENDING JANUARI 1843

Op 2 januari 1843 in een brief met nummer N5 vraagt de directeur om toezending van 300 gulden koloniale munt voor de Ommerschans, wat de permanente commissie behandelt op 13 januari 1843 N3 door een rapport van de directeur voor de administratie te vragen, invnr 536,
Op 18 januari 1843 in een brief met nummer N136 vraagt de directeur of die 300 gulden eerlang te verwachten is. Daarop wordt hem op 30 januari 1843 N26, invnr 536, toegezonden 90 gulden.

In antwoord op het 1 punt van UWEd missive van den 18 Jan ll N136 hebben wij de eer UWEd te kennen te geven, dat wij voor het tegenwoordige aan de aanvrage van ƒ 300.- koloniale munt voor de Ommerschans niet geheel kunnen voldoen, ?? wij ons echter vleijen dat geene ongelegenheid zal ontstaan, wanneer men zorgt dat de overstortingen van den winkelier ten spoedigste plaats hebben, waarop UWEd wel order zal willen stellen.

Hetgeen wij kunnen zenden voegen wij hiernevens, te weten:

29 stuks ΰ 100 cents
ƒ   29.---
65 stuks ΰ 50 cents
ƒ  32.50
54 stuks ΰ 25 cents
ƒ  13.50
60 stuks ΰ 10 cents
ƒ    6.---
130 stuks ΰ 05 cents
ƒ   6.50
170 stuks ΰ 01 cent
ƒ    1.70
160 stuks ΰ 00½ cent
ƒ    0.80
Te zamen:
ƒ 90.---

waarvan het ons aangenaam zal zijn de goede ontvangst te vernemen.

Waarna als mosterd na de maaltijd op 7 februari 1843 N17, invnr 537, het rapport van de directeur voor de administratie komt.

JULI 1847: NIEUWE ZINKEN MUNT

In 1845 en 1846 worden geen munten naar de kolonie gezonden. Op 29 april 1847 in een brief met nummer N1205, invnr 340 scan 135, schrijft de directeur aan de permanente commissie:

Daar er van de zinken munt te Ommerschans vele stukjes zoo afgesleten zijn, dat er geen merk meer op te herkennen is, welke daarom dienen te worden ingewisseld, en ook eene grotere bevolking aan meer munt behoefte heeft doen ontstaan, zoo neem ik de vrijheid ued te verzoeken om de navolgende nieuwe zinken munt:

Van 10 cent stukken voor ƒ 50
Van 5 cent stukken voor ƒ 30
Van 1 cent stukken voor ƒ 15
Van ½ cent stukken voor ƒ 10

Die brief wordt in advies gehouden op 4 mei 1847 N7, invnr 593, en op 9 juli 1847 N1, invnr 595, wordt er nieuwe munt naar de directeur gezonden.

In antwoord op den missive van den 29 April ll N1205 doen wij UWEd hiernevens toekomen de navolgende koloniale munt voor de Ommerschans te weten:

500 stuks van ƒ 0.10
ƒ  50.---
600 stuks van ƒ 0.05
ƒ  30.---
1500 stuks van ƒ 0.01
ƒ  15.---
2000 stuks van ƒ 0.00½
ƒ  10.---

ƒ 105.---

Het zal ons aangenaam zijn de goede ontvangst daarvan te vernemen.

De directeur bevestigt de ontvangst op 17 juli 1847 in een brief met nummer 2038, invnr 340 scan 562.

ZENDING OKTOBER 1847

Op 26 augustus 1847 in een brief met numer N2458, invnr ??? scan ???, zendt de directeur een aanvraag van de Ommerschans 'om meerdere koloniale munt'. Dat wordt in advies gehouden met de kanttekening 'zenden aan den Hr Post' op 7 september 1847 N7, invnr 597.
Op 9 september 1847 in een brief met nummer N2637, invnr ??? scan ???, schrijft de directeur 'betrekkelijk de behoefte aan bovengem: munt'. Dit wordt in advies gehouden 18 september 1847 N8, invnr 597.
Op 2 oktober 1847 N1 worden dan de munten naar de Ommerschans gestuurd, invnr 598.

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Besluit

Aan den directeur der Koloniλn te schrijven als volgt

In antwoord op de missives van den 26 aug No 2458 en 9 sept No 2637 doen wij UwEd hiernevens toekomen de navolgende Koloniale munt voor de Ommerschans, te weten:

200 stuks van 0,50 ƒ 100
400 stuks van 0,25 ct ƒ 100
1000 stuks van 0,10 ct ƒ 100
1000 stuks van 0,05 ct ƒ   50
1500 stuks van 0,01 ct ƒ   15
2000 stuks van 0,005        ƒ   10
Te zamen ƒ 375
        
Het zal ons aangenaam zijn de goede ontvangst van Ued te vernemen.

De P.C.

Op 16 oktober 1847 in een brief met nummer 3008, invnr 345 scan 690, bevestigt de directeur de ontvangst van 375 gulden koloniale munt voor de Ommerschans. Dit wordt voor notificatie aangenomen op 20 oktober 1847 N9, invnr 598.

ZENDING OKTOBER 1851

Op 19 september 1851 N2542 schrijft de directeur:

Ik heb de eer UwHoogEdG onder de aandacht te brengen, dat er te Ommerschans grootelijks behoefte bestaat aan pas-munt, waartoe onder anderen in de plaats wordt gebezigd pakjes cichorei en strengetjes garen, die beide bederven en dat bovendien zeer onvoegzaam is, waarom ik de vrijheid neem UwHEdG te verzoeken hierin te voorzien door door aanmaking en herwaarts zending van
ƒ 50.-- aan centen,
en ƒ 30.-- aan halve centen,
dat men meent voldoende te zullen zijn.

De brief wordt 23 september 1851 N28 in advies gehouden en op 15 oktober 1851 N5, invnr 710, schrijft de permanente commissie:

In antwoord op Uwe missive van den 19 Sept ll N2542, doen wij UWEd hiernevens toekomen ƒ 80.-- aan koloniale munt voor de Ommerschans, bestaande uit
5000 stukken van een cent, &
6000 stukken van een halve cent.

Op 22 oktober 1851 N2823 bevestigt de directeur de goede ontvangst van dat geld, welke brief wordt opgeborgen bij 28 oktober 1851 N6, invnr 711.

CIRCULATIE-GEDOE IN 1853

In 1853 is er gedoe over munten van de ene kolonie die in een andere kolonie gevonden zijn. Daarom houdt de permanente commissie de leveringen van munten even op. Dit hele verhaal staat op een aparte pagina.

ZENDING MAART 1855

De directeur stuurt op 22 september 1854 twee extracten van brieven van de adjunct-directeur van de Ommerschans naar de permanente commissie. Zowel die extracten als de begeleidende brief van de directeur bevinden zich in nvnr 800 bij 17 maart 1855 N14.
Het eerste extract is gedateerd 15 september 1854 en luidt:

Ommerschans 15 September 1854
Extract N283

Hiernevens enz.
De koloniale munt blijft nog steeds in handen van de kolonisten, zoodat er reeds in papier, om in den nood te voorzien, is uitgegeven voor ƒ 300.-- en zoude het derhalve wenschelijk zijn, dat door de Permanente Commissie wederom zekere som van die munt werdt verstrekt bijv: ƒ 600.-- en wel in stukken van 1, 5, 10 en 25 ct.

De Adjunkt-Direkteru
(get) A. Hulst

Blijkbaar wordt de directeur daar nieuwsgierig van en stelt hij adjunct-directeur Adrianus Hulst schriftelijke vragen, want die reageert meer uitgebreid een paar dagen later:

Ommerschans 20 September 1854
Extract N289

In antwoord op het daartoe betrekkelijk gedeelte van UwelEdG missive dd 17 dezer N2539 dient dat de oorzaak van het minder besteden van zakgeld door de kolonisten in den winkel, moeijelijk kan worden opgegeven, doch is het waarschijnlijk dat zulks aan het 4 malen eten 's weeks van aardappelen kan worden toegeschreven, waarvan om dezen tijd weinig afvalt, en die dus grootere portien opleveren, zoodat er meer dan anders overblijft, voor den avond, en die spijs nu zeker ook op het voedzaamst is, waaruit dan van zelve volgt, dat er minder behoefte aan brood bestaat, uitwijzens de mindere ponden die er tegenwoordig uit den winkel verkocht worden.

Dat de ƒ 300.--(nu sedert zaturdag wel ruim ƒ 400.--) welke in papier is uitgegeven, in vervanging strekt van koper en zink en dus niet aan een bepaald persoon of personen, maar aan diversen uitgegeven is, zoo als zulks meermalen bij gebrek aan koloniale munt heeft plaats gehad, welk papiergeld later weder tegen koloniale munt wordt ingewisseld en vernietigd.
Ik enz

De Adjunct Directeur
(get.) A. Hulst
Voor extract conform,
De directeur der kolonien
J. van Konijnenburg

Oftewel, de adjunct-directeur kent zijn kolonisten zo slecht dat hij niet weet waarom ze minder geld in de winkel uitgeven, maar denkt dat het komt omdat ze vier dagen per week zowel 's middags als 's avonds aardappelen eten. De begeleidende brief van de directeur heeft het nummer N2597en luidt:

Frederiksoord, 22 September 1854
N2597

De Adjunct-directeur te Ommerschans heeft bij nevensgevoegde 2 extractbrieven, de laatste op door mij gevraagde inlichtingen, om nog ƒ 600.--koloniale munt gevraagd.

De eer hebbende UwHoogEdG daarvan mededeeling te doen, meen ik er te moeten bijvoegen, dat ƒ 400.-- ten minste voldoende moet zijn en deze som genoegzaam geheel uit stukken van de grootste waarde als geheele, halve en quart guldens kan bestaan, daar dezelve slechts in sommige tijden buiten gewoon benoodigd zijnde, toch merendeels buiten omloop blijft en derhalve ook en zelfs nog beter in grootere stukken kan worden bewaard.

De permanente commissie houdt de aanvraag in advies en vraagt de secretaris (werkt de directeur voor de administratie er niet meer??) een rapport te maken op 3 oktober 1854, invnr 788.
Terwijl dat rapport nog in de maak is, doet de directeur ook een aanvraag voor het derde gesticht te Veenhuizen. Dan wordt het rapport ingeleverd en stuurt de permanente commissie vervolgens de directeur zowel munten voor de Ommerschans als voor het derde gesticht op 17 maart 1855 N14, invnr 800:

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Gehoord het rapport van den secretaris / Compt gevraagd den 3 Oct No 8

Besluit

aan den directeur der Koloniλn te schrijven als volgt

In antwoord op uwe missives van den 22e Sept en 19e Dec No 2597 en 3458 doen wij UwEd hiernevens toekomen de daarbij aangevraagde koloniale munt, als voor de Ommerschans

100 stukken van een Gulden
200 stukken van vijftig cent &
800 stukken van 25 cent

En voor het 3e gesticht te Veenhuizen

2000 stukken van een cent
2000 stukken van een halve cent

Te zamen voor een waarde van ƒ 430,=

Aangenaam zal het ons zijn de goede ontvangst daarvan van Ued te vernemen

De P.C.

Op 28 maart 1855 in een brief met nummer N799 bericht de directeur 'de goede ontvangst en accoord-bevinding' daarvan en die brief wordt 2 april 1855 N17, invnr 801, voor notificatie aangenomen en bij die datum opgeborgen.

ZENDING OKTOBER 1855

Op 14 september 1855 in een brief met nummer N2579, welke brief zich bevindt in invnr 817 bij 24 oktober 1855 N1, schrijft de directeur:

De plaatselijke directie te Ommerschans geeft te kennen wederom behoefte aan koloniale munt te hebben, verzoekende dientengevolge om:
ƒ 200.-- aan 10 cents stukken, en
ƒ 200.-- aan 5 cents stukken,
daar zij van tijd tot tijd voor ƒ 150.-- koloniale munt waardig papier in omloop heeft, om de dienst niet te stremmen.

Mij dunkt echter, dat de helft van het aangevraagde bedrag nieuwe munt voor het oogenblik wel voldoende zoude zijn, waarom ik mitsdien de eer heb UwHoogEdG: te verzoeken.

Deze aanvraag wordt in advies gehouden op 25 september 1855 N5, invnr 815. De permanente commissie stuurt de aangevraagde koloniale munt naar de directeur op 24 oktober 1855 N1, invnr 817:

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Nader gelezen den brief van den directeur der kolonien van den 14 Sept  ll No 2579

Besluit

Daarop te antwoorden als volgt

In antwoord op uwe missives van den 14e  sept No 2579 doen wij UwEd hiernevens toekomen de daarbij aangevraagde Koloniale munt  voor de Ommerschans als

2000 stukken van 10 cent &
4000 stukken van 5 cent
Te zamen voor een waarde van ƒ 400,=

Aangenaam zal het ons zijn de goede ontvangst daarvan van UwEd te vernemen

De P.C.

Blijkbaar is de permanente commissie het niet met de directeur eens dat slechts de helft nodig is en stuurt ze de volle mep. Op 5 november 1855 in een brief met nummer N3078, welke brief zich bevindt in invnr 818 bij 9 november 1855 N13, bevestigt de directeur de ontvangst en blijkt zo'n zak met munten er een volle week over te doen om aan te komen:

Ik heb de eer UwHoogEdG de goede ontvangst te berigten van de bij brief van 24 October jl N1 toegezonden vier honderd gulden koloniale munt voor de Ommerschans, welke op den 31e October jl alhier is in ontvang genomen.

Die ontvangstbevestiging wordt 9 november 1855 N13, invnr 818, voor notificatie aangenomen.

Dit was de laatste zending koloniale munt naar de Ommerschans.