Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Winkelkaartjes met de handtekeningen van de directeur der administratie en de inspecteur der koloniŽn zijn van NA 23 januari 1837, alle andere zijn van ervůůr

Bij het besluit van 23 januari 1837, zie op deze pagina, wordt bepaald dat op de winkelkaartjes de handtekeningen staan van de directeur der administratie en de inspecteur der koloniŽn.

POST-1

De eerste is Hendrik Willem Lambertus Post. Hij is geboren 22 juli 1806 te Utrecht, en vijf dagen later daar Nederduits Gereformeerd gedoopt, als zoon van Willem Post en Diderica Elisabeth van Schaardenburg.

Hij treedt maart 1830, dus 23 jaar oud, in dienst van de Maatschappij van Weldadigheid als 'directeur voor de comptabiliteit', in de stukken ook wel aangeduid als 'directeur voor de administratie', voor 1500 gulden per jaar, invnr 1007 mapje 1 (met de initialen H.L.W.  in plaats van H.W.L., maar dat wordt in volgende overzichten verbeterd).

Het werk op het bureau in Den Haag is onderverdeeld in 'secretarij' en 'comptabiliteit'. Die organisatiestructuur zal zijn in gang gezet door de reorganisatie van 1 juni 1829 toen de voormalige secretaris van de permanente commissie Jan van Konijnenburg werd bevorderd tot directeur der koloniŽn. Hendrik Willem Lambertus leidt dus de comptabiliteit en heeft daarbij onder zich een 'verificateur' (1.000 per jaar) en enkele 'geŽmployeerden' met salarissen tussen de 350 en de 500.

POST-2

Zo'n inkomen biedt de mogelijkheid een gezin te stichten. Hij trouwt 27 augustus 1830 te Monnickendam met Cornelia Petronella Thierens. Zij is een dochter van een zus van zijn moeder, dus een nicht van Hendrik Willem Lambertus. Hun kinderen worden in Den Haag geboren, maar drie van de vijf overlijden heel snel en slechts eentje zal later zelf een gezin stichten.

Zijn salaris wordt per 1 februari 1840 verhoogd tot 1700 per jaar, invnr 1007 mapje 5. Per 1 juli 1847 worden de secretarie en de comptabiliteit samengevoegd. Hendrik Willem Lambertus Post is vanaf dat moment, invnr 1007 mapje 7, 'secretaris en tevens directeur voor de administratie' en hij verdient dan 2.000 gulden per jaar. Dat is heel veel, binnen de Maatschappij van Weldadigheid verdienen alleen de directeur en de inspecteur (zie hieronder) der koloniŽn met 2.500 per jaar mee.

Hendrik Willem Lambertus Post behoudt die functie en die salariŽring tot en met 1859. Dan neemt de Staat de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans over en moet de Maatschappij van Weldadigheid met Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord de eigen broek ophouden. Onderdeel daarvan is dat het kantoor in Den Haag (een in verhouding tot het hele project waanzinnig hoge kostenpost) in zijn geheel wordt opgeheven. Dus Hendrik Willem Lambertus vliegt dan ook de laan uit. Hij overlijdt te Den Haag op 19 november 1886.

VISSER

De inspecteur der koloniŽn, die tevens 'adviseur der permanente commissie' is en 2500 gulden per jaar verdient voor het regelmatig bezoeken en inspecteren van alle koloniŽn, is Wouter Visser, geboren 17 oktober 1789 te Sliedrecht, bij de Maatschappij begonnen als adjunct-directeur van de Ommerschans augustus 1820, daarna directeur der koloniŽn van april 1821 tot 1 juni 1829 en sindsdien inspecteur der koloniŽn. Zie iets meer informatie over hem op deze pagina.

Het betekent dat alle bewaard gebleven winkelkaartjes met ANDERE handtekeningen erop, van vůůr 23 januari 1837 zijn.

NA 23 JANUARI 1837

Van de kaartjes met de handtekeningen van Post en Visser zijn voor zover ons bekend twee bewaard gebleven.

De ene is van het derde gesticht te Veenhuizen en staat op deze pagina,

Het andere bewaard gebleven exemplaar bevindt zich in de Nationale Numismatische Collectie bij de Nederlandse Bank en is gecatalogiseerd GP-00834. De werkelijke grootte is 54 bij 41 mm en hij is van wit karton en omdat er bovenaan geen nummer staat is hij in gebruik geweest in de vrije koloniŽn (Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord).

EINDDATUM

Dit soort kaartjes blijft in de vrije koloniŽn in gebruik tot 28 december 1842 als ze allemaal worden ingenomen en er ook in die koloniŽn munten van koper en zink worden ingevoerd, zie deze pagina.