Naar het
  overzicht

    van alle
munt-pagina's





December 1836: de directeur der koloniŽn stuurt de nog niet gebruikte gedrukte vellen koloniale munt naar Den Haag

Het lid der permanente commissie Faber van Riemsdijk bezoekt minimaal jaarlijks de koloniŽn en heeft bij de laatste gelegenheid blijkbaar aan de directeur verteld dat de permanente commissie in Den Haag het aanmaken en verdelen van de winkelkaartjes en munten in eigen hand wil nemen. Daarop schrijft de directeur op 29 december 1836 in een brief met nummer N2639, invnr 178 scans 453 en 454:


Van Uwed geacht Medelid, den Weled Gestr Heer Mr Faber van Riemsdijk, bij deszelfs jongste inspectie van de KoloniŽn, vernomen hebbende dat UwEd met het aanstaande Nieuwe jaar, de Koloniale munt van UwEd zelve verlangen te doen uitgaan, als meer eigenaardig zijnde, zoo heb ik de eer Uwed hierbij te doen toekomen de navolgende bij mij nog overgebleven onuitgegeven gedrukte vellen Koloniale munt, als:

11 vellen voor de gewone koloniŽn waarvan ťťn waarvan in der tijd een stel kaartjes tot model aan Uwed is ingezonden geworden
20 vellen voor het eerste gesticht te Veenhuizen (nieuwe)
2 vellen voor het tweede gesticht te Veenhuizen (oude)
En 20 vellen voor het derde gesticht te Veenhuizen (nieuwe)

Om te dienen of tot werkelijk gebruik na verandering der op de kaartjes gedrukte titels der onderteekenaren, indien Uwed zulks goedvinden, of tot model, en in alle gevallen om mij van dezelve geheel te ontdoen.

Ik moet hierbij nog aanmerken dat de proportie van het getal kaartjes van meerdere of mindere waarde op elk blad van die voor de gewone KoloniŽn bij ondervinding gebleken is voldoende te wezen voor de behoefte hetgeen daarentegen niet het geval is met de evenredigheid op de zoogenoemde oude vellen voor de gestichten, waarvan er nog twee hierbij gevoegd zijn, weshalve ik, naderhand, van de zoogenoemde nieuwe heb doen drukken, waarop meerdere stukken van geringere waarde voorkomen, welke laatste mede gezegd kunnen worden, aan het oogmerk behoorlijk te voldoen.

Men is thans overal tamelijk wel van Koloniale munt voorzien, doch na verloop van eene maand zal er echter wel weder enige nieuwe benoodigd wezen.

Voor de Ommerschans doe ik ook eenige munt van Koper en Zink bijmaken, welke nog dit jaar in omloop zal worden gebragt waarna ik Ued ook de hiertoe gebruikte stempels zal toezenden, teneinde Uwed ook deze munt, bij verdere behoefte, ook zelve zouden kunnen aanmaken.

De Directeur der KoloniŽn,
J. van Konijnenburg.


Uid de brief worden de volgende dingen duidelijk:
■ er bestaan vier soorten winkelkaartjes, ťťn soort voor de vrije koloniŽn en drie soorten voor de drie gestichten in Veenhuizen. Dergelijke kaartjes worden weliswaar 'koloniale munt' genoemd, maar zijn van papier/karton;
■ onduidelijk is of in deze koloniŽn ook metalen munten in omloop zijn;
■ op de Ommerschans zijn GEEN winkelkaartjes, maar alleen metalen munten;
■ kaartjes worden gedrukt op vellen waar dan later de kaartjes uitgeknipt worden.


Het in de tweede alinea van de brief genoemde model van kaartjes voor de vrije koloniŽn dat eerder een keer naar Den Haag gestuurd is, zou heel goed het hieronder afgedrukte vel kunnen zijn:




Na de ontvangst van de brief besluit de permanente commissie op 10 januari 1837 de directeur van de administratie een advies te laten uitbrengen. Waarna de permanente commissie op 23 januari 1837 een besluit neemt.