Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





De geldstromen van koloniale munt en gewoon geld (Rijksmunt, 'zilver') bij het TWEEDE gesticht te Veenhuizen

Vanaf 1831 moeten de diverse kasboeken in de kolonin worden opgesplitst in koloniale munt en gewoon geld. Van die 'kassa en koloniale muntrekeningen' zijn een aantal bewaard gebleven, zie op deze pagina. Hieronder hoe de geldstromen lopen in het tweede gesticht te Veenhuizen.

Het tweede gesticht heeft GEEN onderdirecteur-buiten omdat de landarbeid onder het derde gesticht valt. Van de kassaboeken van adjunct-directeur en onderdirecteur-binnen zijn de volgende bewaard gebleven:

Veenhuizen-2, adjunctdirecteur 1 t/m 26 augustus 1833 invnr 139 de scans 322-324
Veenhuizen-2, onderdir binnen 1 t/m 26 augustus 1833
invnr 139 de scans 317-321



Veenhuizen-2, onderdir binnen 1 t/m 4 januari 1839 invnr 204 scan 101



Veenhuizen-2, adjunctdirecteur januari 1840 invnr 223 scan 127
Veenhuizen-2, onderdir binnen
januari 1840 invnr 223 scans 128-131



Veenhuizen-2, adjunctdirecteur februari 1841 invnr 240 scan 796
Veenhuizen-2, onderdir binnen
februari 1841 invnr 240 scans 792-795



Veenhuizen-2, adjunctdirecteur  januari 1842 invnr 256 scan 819
Veenhuizen-2, onderdir binnen
 januari 1842 invnr 256 scans 820-821

ADJUNCT-DIRECTEUR, ONTVANGSTEN

De adjunct-directeur ontvangt in 1833 cash van de directeur der kolonin en eenmaal (waar slaat dat nou weer op) 8,36 koloniale munt van de directeur. Hij ontvangt koloniale munt van zijn onderdirecteur (3 400 gulden per week) en van de adjunct-directeur van het derde gesticht (enkele tientjes per week). Aan het eind van de maand heeft hij 117,96 aan koloniale munt in kas en op scan 322 noteert hij in welke waarden dat is (ook hier is het kleingeld schaars):

92 a 50 ct
46.---  
90 a 25 ct
22,25  
117 a 10 ct
11,70  
21 a 5 ct
  1,05  
1 a 2 ct
0,02
1 pakje
36,93

117,96

In 1840 hetzelfde beeld qua ontvangsten, evenals in 1841 en 1842.

ADJUNCT-DIRECTEUR, UITGAVEN

De adjunct-directeur spendeert in 1833, 1840 en 1841 zijn cash uitsluitend aan zijn onderdirecteur (voor wat die er mee doet zie onder). In 1842 geeft hij geen cash uit.

Koloniale munt betaalt hij in 1833 aan zijn onderdirecteur (waar hij het van gekregen heeft, vreemd), aan de adjunct-directeur van het derde gesticht (aanzienlijk meer dan hij van die ontvangt), eenmalig aan de directeur (111 gulden) en aan de adjunct-directeur van het eerste gesticht.
In 1840 betaalt hij koloniale munt alleen aan zijn onderdirecteur, in 1841 krijgt die er niets van, maar gaat het naar de adjunct-directeuren van het eerste en derde gesticht en (164 gulden) naar de directeur der kolonin.
In 1842 betaalt hij koloniale munt aan zijn onderdirecteur, aan de adjunct-directeuren van het eerste en derde gesticht en aan de boekhouder van de katoenspinnerij.

ONDERDIRECTEUR, ONTVANGSTEN

De onderdirecteur ontvangt contant geld vooral van de adjunct-directeur van het gesticht. Verder kleine bedragen als storingen van geemployeerden voor de geneeskundige dienst (maandelijks) of voor achterstallige schulden. een klein bedrag van particulieren voor genoten reparatien, en af en toe een schuld die een bedelaar inlost bij vertrek.

Koloniale munt ontvangt hij in 1833 af en toe van de adjunct-directeur, verder van de winkelhouder (zie het schema hieronder) en stortingen van bedelaars (in 1833 bijna duizend gulden per week, in 1840 meer dan 1400 gulden per week, in 1841 meer dan 1600, in 1842 wisselend), bedelaarshuisgezinnen, arbeiders, veteranen. Met af en toe een klein bedrag voor omwisseling (meestal iets meer dan een tientje, maar in 1841 187.25.

Hieronder de stortingen door de winkelhouder:
03-08-1833
250,90
10-08-1833 194.99
17-08-1833 421.---
24-08-1833 139,12
26-08-1833 248,45
Maandomzet
1254


11-01-1840
554.28
Halve maandomzet 554


06-02-1841
300.---
13-02-1841 500.---
20-02-1841 500.---
27-02-1841 600.---
Maandomzet
1900


01-01-1842
200.---
08-01-1842 600.---
Halve maandomzet 800

ONDERDIRECTEUR UITGAVEN 1833


VERHOUDING GELDSOORTEN VEENHUIZEN-2

Ik negeer 1839 omdat daar de adjunct-directeur ontbreekt, dus het gaat alleen om de onderstaande jaren. Alles is afgerond op hele guldens. In de laatste kolom staat het percentage dat de koloniale munt uitmaakt van het geldverkeer.


Kassa
Kol.munt
percentage
adjunct, augustus 1833 8378
2116
20 %
onderdir, augustus 1833 6160
6465
51 %
Samen: 14538
8581
 37%




adjunct, januari 1840 1946
468
19 %
onderdir, januari 1840 2034
5508
73 %
Samen:
3980
5976
60 %




adjunct, februari 1841 3600
1624
31 %
onderdir, februari 1841 3185
9038
74 %
Samen:
6785
10662 61 %




adjunct,  januari 1842 1000 1859
65 %
onderdir,  januari 1842 962
4919
84 %
Samen:
1962 6778 78 %