Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





De geldstromen van koloniale munt en gewoon geld (Rijksmunt, 'zilver') op de Ommerschans

Vanaf 1831 moeten de diverse kasboeken in de koloniën worden opgesplitst in koloniale munt en gewoon geld. Van die 'kassa en koloniale muntrekeningen' zijn een aantal bewaard gebleven, zie op deze pagina. Hieronder hoe de geldstromen lopen bij de Ommerschans.

Er zijn van de Ommerschans de volgende extracten uit de kasboeken bewaard gebleven. Bij die van december 1838 mist dus de onderdirecteur-binnen, bij februari 1841 en januari 1842 is het volledige geldverkeer op de schans in kaart.

Ommerschans, adjunctdirecteur december 1838 invnr 204 scan 28
Ommerschans, onderdir buiten december 1838 invnr 204 scan 17-19



Ommerschans, adjunctdirecteur februari 1841 invnr 240 scan 692
Ommerschans, onderdir binnen februari 1841 invnr 240 scans 695-698
Ommerschans, onderdir buiten februari 1841 invnr 240 scans 693-694
Ommerschans, onderdir buiten 1 t/m 4 maart 1841 invnr 241 scans 173-174



Ommerschans, adjunctdirecteur  januari 1842 invnr 256 scan 807
Ommerschans, onderdir binnen  januari 1842 invnr 256 scans 808-811
Ommerschans, onderdir buiten  januari 1842 invnr 256 scans 812-813

DE ADJUNCT-DIRECTEUR ALLE JAREN

December 1838, februari 1841 en januari 1842 krijgt de adjunct-directeur zilvergeld van de directeur der koloniën en koloniale munt van de onderdirecteur-binnen. Die laatste levert grote bedragen per week, de laagste is 647 gulden koloniale munt, meestal is het over de 900 gulden.
Die bedragen koloniale munt geeft de adjunct-directeur meteen dezelfde dag aan de onderdirecteur-buiten. Het was dus handiger geweest als de onderdirecteur-binnen ze rechtstreeks aan de onderdirecteur-buiten had gegeven, maar alla.
Het van de directeur ontvangen zilvergeld geeft de adjunct-directeur aan zijn beide onderdirecteurs, waarbij die van binnen meer krijgt dan die van buiten.

ONDERDIRECTEUR-BUITEN, DEC 1838, IN

Zie voor de belangrijkste ontvangsten in koloniale munt bij de adjunct-directeur. Verdere ontvangsten in deze munt bestaan uit:
▪ inlossing op oude schuld door hoevenaars, ƒ 3, 20 à ƒ 4,80 per week;
▪ gulden per week die de hoevenaars inlossen op hun  of ter verrekening van hun in een vorige maand teveel betaalde gelden.
▪ de hoevenaar Dijkstra moet volgens besluit van de PC van 13 november 1838 N12 bovendien een vergoeding betalen, daarvan doet hij ƒ 1,25 in koloniale munt;
▪ de hoevenaar Fukke heeft een 'boterschuld' (hij heeft dus in het verleden wel eens minder boter afgeleverd dan bepaald), daarvan betaalt hij ƒ 5.-- in koloniale munt;
▪ de hoevenaar Nak heeft een 'aardappelschuld' en betaalt per maand ƒ 3.-- in koloniale munt;

Zie voor de belangrijkste ontvangsten in zilver bij de adjunct-directeur. Verder komt er in deze valuta binnen:
▪ de hoevenaar Dijkstra moet volgens besluit van de PC van 13 november 1838 N12 bovendien een vergoeding betalen, daarvan doet hij ƒ 3,50 in zilver;
▪ van drie vreemde arbeiders die in mei 1838 teveel uitbetaald was 20, 14 en 30 cent, en van eentje die in juni teveel betaald was 54 cent;
▪ van de adjunct-directeur voor de zuivel van één koe gedurende de lopende maand ƒ 3,25;
▪ van particulieren de opbrengst van de verkoop van 19 'nuchteren kalveren' à 1,55 het stuk, dus ƒ 29,45;
▪ de hoevenaar Fukke heeft een 'boterschuld' (hij heeft dus in het verleden wel eens minder boter afgeleverd dan bepaald), daarvan betaald hij ƒ 5.-- in zilver;
▪ van de hoevenaar Hogenberk voor 'melkgereedschappen' ƒ 3.--.

ONDERDIRECTEUR-BUITEN, DEC 1838, UIT

De onderdirecteur-buiten spendeert in december 1838 zijn koloniale munt wekelijks aan
- de verdiensten van bedelaarskolonisten (het overgrote merendeel) en die van de kinderen van hoevenaars, strafkolonisten en employés en die van '4 buitengewone nachtwachten';
- een beperkt deel van de salarissen van geemployeerden en hoevenaars.

In zilver gaat uit:
- de salarissen van de veteranen;
- het merendeel van de salarissen van geemployeerden;
- de salarissen van 'vreemde arbeiders' (niet zo veel, 23 à 50 gulden per week);
- scheepsvracht voor 25 houten schoppen, idem voor 1000 vloeren; idem voor mestspecien;
- transport 3 koeien en 1 os naar VH-2; transport van aangekocht hout vanaf Zwolle;
- accijns op 49 varkens (à 2,43 per varken), belasting op de paarden, accijns op turf (700 gulden!)
- grondbelasting aan stad Ommen, ambt Ommen en Avereest;
- leveranties: koemest, 1000 twieg(?), 1000 vloeren; spijkers; houtwaren; paardendekens; 1/2 aam oliedr??'; 5800 twieg(?)
- bureaukosten boekhouder.

ONDERDIRECTEUR-BINNEN, FEBRUARI 1841, IN

De onderdirecteur-binnen ontvangt het grote zilvergeld van de adjunct-directeur en daarnaast kleine beetjes van enkele bedelaars die bij ontslag nog schuld hebben staan en van de hogere ambtenaren voor geneeskundige hulp.

Koloniale munt krijgt hij van:
▪ de stortingen van bedelaars (1500 à 1750 per week);
▪ de winkelhouder wegens verkochte winkelwaren (een week 284, twee weken 446 gulden, dus gemiddelde weekomzet 244 gulden);
▪ klein beetje van ontslagen kolonisten voor omwisseling
▪ klein beetje bedelaars die bij geemployeerden dienstbaar zijn
▪ klein beetje stortingen door huisgezinnen.

ONDERDIRECTEUR-BINNEN, FEBRUARI 1841, UIT

Nog doen


ONDERDIRECTEUR-BUITEN, FEBRUARI 1841, IN

Nog doen

ONDERDIRECTEUR-BUITEN, FEBRUARI 1841, UIT

Nog doen


ONDERDIRECTEUR-BINNEN, JANUARI 1842, IN

De onderdirecteur-binnen ontvangt zilver van de adjunct-directeur en verder van
▪ de ambtenaren, veteranen en hoevenaars voor het abonnement op de geneeskundige hulp;
▪bedelaars die bij ontslag hun schuld aflossen;

Hij ontvangt koloniale munt van:
▪ de stortingen van bedelaars (1970, 1812, 2079, gulden) en kleine beetjes van huisgezinnen, bedelaars die bij geemployeerden dienstbaar zijn, en zelfs een 'vrijwillige storting'
▪ de winkelhouder (01-01: 108; 08-01: 541; 14-01: 605 gulden)
▪ en de interessantste: Voor het meerder bedrag der in 1841 voorhanden 20 cents stukken ten bedrage van f 150.-- welke munt in omloop is gebragt tegen 25 centen alzoo eene somma van f 37.50

ONDERDIRECTEUR-BINNEN, JANUARI 1842, UIT

Nog doen.
Melk voor de katten in de fabriek


ONDERDIRECTEUR-BUITEN, JANUARI 1842, IN

De onderdirecteur-buiten ontvangt zowel gewoon geld als koloniale munt van de adjunct-directeur van de Ommerschans. Verder krijgt hij kleine bedragen koloniale munt van de hoevenaars ''in mindering van schuld' en van stortingen door veteranen (de veldwachters).

ONDERDIRECTEUR-BUITEN, JANUARI 1842, UIT

Hij geeft uit koloniale munt aan 'kinderen van geemployeerden enz hun verdiensten', een deel van het salaris van employés, hoevenaars en de veteranen, en aan de binnenkolonisten (= de bedelaars) hun verdienste. Het laatste is verreweg het grootste bedrag, rond de duizend gulden koloniale munt per week.
Hij geeft Rijksmunt uit aan 'de ontvanger te Avereest voor accijns op de turf' (meer dan 800 gulden), het grootste gedeelte van de salarissen van employés, hoevenaars en veteranen enkele malen aan Klaas Oostwoud (zie De strafkolonie pagina 261) voor transport van vee, en zestig gulden aan 'de gewezen hoevenaar H.J. Kuipers voor van hem overgenomen en overgedaan melkgereedschap aan den hoevenaar J. Nieuwenhuis' (de hoevenaar Herre Jacobs Kuiper gaat 23 december 1841 met ontslag en wordt op hoeve 12 van de Ommerschans opgevolgd door Jannes Nieuwenhuis)

VERHOUDING GELDSOORTEN: OMMERSCHANS


VERHOUDING GELDSOORTEN

Voor die verhouding laat ik december 1838 even zitten, behalve als vergelijkingsmateriaal (zie onder de tabel). Ik kijk alleen naar de volledig bewaard gebleven perioden:

Februari 1841
Kassa
Kol.munt
Samen
% kol.munt
adjunct-directeur 2620 2676 5296
51 %
onderdir-binnen 2125
6351
8476
75 %
onderdir-buiten 673
2722
3395
80 %
samen:
5418
11749
17167
68 %





Januari 1842
Kassa
Kol.munt
Samen
% kol.munt
adjunct-directeur 5500 3226 8726
 37 %
onderdir-binnen 1525
7860
9385
84 %
onderdir-buiten 1317
3272
4589
 71 %
samen:
8342
14358
22700
 63 %

Voor de vergelijking:
- In december 1838 heeft de adjunct-directeur in kas 4449 gulden koloniale munt en 5709 gewoon geld en maakt de koloniale munt op dat moment dus 44 procent uit. Dat past binnen de bandbreedte uit de tabel van 37 tot 51 %.
- De onderdirecteur buiten heeft in december 1838 2357 cash en 4513 koloniaal en de laatste maakt 66% uit van het geldverkeer, wat minder is dan de bandbreedte hierboven (71-80 %)..