Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Samenvatting van de informatie op deze muntenpagina's

In mei 1821 wordt besloten dat de koloniŽn eigen betaalmiddelen nodig hebben. De uitvoering van dat besluit laat men over aan de directie in Frederiksoord en blijkbaar laat die het deels weer over aan de plaatselijke bestuurders in Veenhuizen en Ommerschans.

Het gevolg is dat het een zootje wordt. Bij de Ommerschans worden papieren winkelkaartjes, ijzeren munten en koperen munten door elkaar gebruikt, in Veenhuizen geelkoperen munten, roodkoperen munten en papieren winkelkaartjes, en koperen munten en daar is het aantal variaties in munten nauwelijks nog te tellen.

In 1830/1831 maakt de nieuwe directeur een einde aan de wildgroei. Binnen een tijdsbestek van vijftien maanden voert hij in de vrije koloniŽn (Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord) en in Veenhuizen uniforme winkelkaartjes in en op de Ommerschans ťťn soort munten.

Januari 1837 besluit de permanente commissie het aanmaken en distribueren van koloniaal geld in eigen hand te nemen. Vanaf dan wordt alles in Den Haag vervaardigd.

In 1841/1842 vindt een verdere uniformering plaats. Eerst in Veenhuizen en daarna in de vrije koloniŽn verdwijnen de papieren winkelkaartjes en komen er munten met hetzelfde uiterlijk als te Ommerschans.

Voor de afzonderlijke koloniŽn:

VRIJE OF GEWONE KOLONIňN

● Er zijn eerst winkelkaartjes met de handtekening van algemeen boekhouder William Reese, zie hier.

● Vanaf 2 juni 1825 zijn er daarnaast koperen muntjes met kleingeld die bijna twintig jaar in omloop zijn, zie hier.

● Vanaf 1 april 1826 zijn er naast gewone winkelkaartjes en koperen muntjes ook broodkaartjes met de handtekening van William Reese erop, zie hier.

● De directeur reorganiseert en neemt de winkelkaartjes en broodkaartjes in en vanaf 22 september 1830 zijn er winkelkaartjes met de handtekeningen erop van directeur der koloniŽn Jan van Konijnenburg en boekhouder Perizonius van Marle, zie hier. Als kleingeld worden de genoemde muntjes gebruikt.

● De permanente commissie trekt het naar zich toe en vanaf 23 januari 1837 zijn er winkelkaartjes met de handtekeningen erop van directeur der administratie H.W.L.Post en inspecteur der koloniŽn Wouter Visser, zie hier. Hoogstwaarschijnlijk blijven de muntjes met kleingeld tegelijk nog gebruikt worden.

● Er wordt geŁniformeerd en vanaf december 1842 zijn er in Den Haag gemaakte munten van roodkoper (hoge waarden) en zink (lage waarden), zie hier. Dit oude muntjes worden niet meer gebruikt en deze situatie duurt tot eind 1859.

DE OMMERSCHANS

● Vanaf de start van het bedelaarsgesticht in september 1822 wordt er gewinkeld met winkelkaartjes en blikken muntjes, zie hier.

● Al 'vrij spoedig' na het begin verdwijnt het blik en komen er een serie munten van roodkoper en een serie munten van gegoten ijzer, zie hier.

● De directeur reorganiseert en op 24 december 1830 worden die twee series plus de winkelkaartjes buiten gebruik gesteld en komt er een serie munten van roodkoper (hoge waarden) en zink (lage waarden), zie hier. Eerst vervaardigd in de buurt van de koloniŽn, maar vanaf 1837 in Den Haag gemaakt. Dit duurt tot eind 1859, zie voor daarna onderaan.

VEENHUIZEN

● Er zijn in alle gestichten vanaf het begin winkelkaartjes. Alleen van het eerste gesticht zijn er bewaard gebleven met de naam van Jannes Poelman erop, zie hier.

● Vanaf de start (?) is er een serie munten van roodkoper en geelkoper, met of geen opschrift of het opschrift '2-G' of het opschrift '3-G', zie hier.

● De directeur reorganiseert en op 24-26 november 1831 wordt al het bovengenoemde ingenomen en komen er papieren winkelkaartjes met de handtekeningen erop van directeur der koloniŽn Jan van Konijnenburg en boekhouder Perizonius van Marle, zie hier.

● De permanente commissie trekt het naar zich toe en vanaf 23 januari 1837 zijn er winkelkaartjes met de handtekeningen erop van directeur der administratie H.W.L.Post en inspecteur der koloniŽn Wouter Visser, zie hier.

● Er wordt geŁniformeerd en vanaf 11 mei 1841 worden de winkelkaartjes opgevolgd door een serie in Den Haag gemaakte munten van roodkoper (hoge waarden) en zink (lage waarden) - zie hier. Dit duurt tot eind 1859, zie voor daarna onderaan.

NA 1859

Als de Staat de gestichten te Ommerschans en Veenhuizen heeft overgenomen van de Maatschappij van Weldadigheid zijn er daar ook nog eigen munten, zie hier..