Naar het overzicht
van de maandbladen



Aantekeningen bij het maandblad de Star in 1819


De eerste jaargang met vrij veel artikelen over de koloniŽn, zoals enkele reglementen (pagina 195 en pagina 268) die daarna als kopietjes in het archief (respectievelijk invnr 4 en invnr 3) zijn terechtgekomen.
Lezenswaardig is het artikel van Johannes van den Bosch in het eerste nummer, waarin de toekomst van de koloniŽn alvast geschetst wordt. Maar wel voor de doorzetters, want het is bijna zeventig kantjes: pagina 18 begint het.
Op pagina 424 en verder wordt vooruit gekeken naar de oprichting van een bedelaarskolonie.

Ook interessant zijn de stukken over de mogelijkheid om een contract af te sluiten met de Maatschappij voor het plaatsen van gezinnen en wezen in de koloniŽn. Nu is dat ook knap ingewikkeld - ik heb daar een apart gedeelte van de site aan gewijd, zie hier - maar hoofdredacteur Ockerse legt het niet al te helder uit en wordt steeds kwader naarmate meer mensen laten blijken het niet helemaal te begrijpen. Dit begint op pagina 469, gaat door op pagina 694 en eindigt op pagina 990.

De Star, het nummer van JANUARI 1819

pagina 1 Inleiding op het maandblad.

Daarna een stuk overgenomen uit de Leeuwar≠der Courant van 25 december 1818, dat volgens de redactie een uitsteken≠de inleiding is over het hoe en waarom van armenkolo≠niŽn.
Twee voetnoten daarbij: H.W.C.A.Visser, redevoering over het lot der armen, Sneek 1818 en een officieel rapport 09-03-1818.
Het artikel somt ondermeer op wat allemaal niet werkt: fabrijks≠matige inrigtingen, stede≠lijke werkhuizen, publieke bedelaarshuizen (zie noot pagina 4).
Verwezen wordt naar het algemeen verslag der provisionele kommissie van 22 juni 1818 en op pagina 10 begint een opsomming van de tegenwerpingen die men tegen het project van de Maatschappij kan maken.
Op pagina 12 wordt verwezen naar de Engelse landbouwende volks≠planting in Nieuw-Zuid-Wallis (zie Mengelwerk der Vaderlandse Letteroefeningen), hetgeen als positief voorbeeld naar voren gehaald wordt en naar de Staatscourant 1818, nr. 288, 1 december.


pagina 18 Verhandeling van den Generaal-Majoor J. van den Bosch, Tweeden Assessor der Kommissie van Weldadigheid, over den werkelijken staat der Kolonie Frederiks-Oord, - de proefondervindelijk bewezene uitvoer≠baarheid van het Kolonisatiestelsel op de aangenomene grondbeginse≠len, - en de middelen, om aan dat stelsel verders eene spoedige en aanzienlijke uitbreiding te geven.

Dit is een belangrijk stuk voor de toekomstige ontwikkelingen van de Maatschappij en grote gedeelten eruit zijn ondergebracht op een aparte pagina.


pagina 88 Kolonieberichten (januari)

Met o.a. een brief van dominee de Kemper over de godsdienstige toestand van de kolonie. Hij maakt daarin melding van een brief die hij gekregen heeft van kolonist Visser, "bevattende zijne vreugde-betuiging over de geschonkene gelegenheid tot het uitoefenen van den openbaren Godsdienst".

Verder komen aan bod:
- godsdienst andere gezindten
- dood Stellinga
- vaccinatie door dokter Schuurman
- de geboorte van 2 kinderen op de kolonie
- verlof voor kolonisten tijdens kerst
- onderwijs in de kolonie: In het laatst van December is de School der Kolonie door den verdienstelijken Schoolonderwijzer van Vledder, J. H. VAN WOLDA, georganifeerd geworden, met dat gevolg, dat, hoe ruim het lokaal ook is, hij de leerlingen in twee afzonderlijk onderwezene klassen heeft moeten schiften, wijl hetzelve de menigte van kinderen niet op ťťns bevatten kan. -- De avondschool, inzonderheid, wordt zeer druk bezocht.
- het nieuwjaarsfeest
- huwelijk Rikmond
- tevredenheid directeur
- twee kolonisten tot onderopziener benoemd

De Star, het nummer van FEBRUARI 1819

pagina 96 Nieuwe landbouwkundige of fabrijkmatige ontdekkingen + zeden aan het Russische hof in de zestiende eeuw.

pagina 101 Johannes van den Bosch: De algemeene, en in het bijzonder Nederlands nijver≠heid, benevens de middelen om die te bevorderen, staathuishoudkun≠dig onderzocht.

pagina 157 Geschied- en zedekundig tafereel van Aziatisch IndiŽ

pagina 192 Berichten uit Frederiksoord (februari)
De algehele tevredenheid.
Enkele schijnbaar-misnoegden zijn, door eene zagte wederlegging en berisping, terstond tot reden gebragt, en hebben, op hunne vrijstelling om de Kolonie te verlaten, met aandrift verzocht, daarin te mogen blijven, Een enkel gezin, dat zich op allerlei wijzen dit voorrecht had onwaardig gemaakt, is verwijderd, en door een ander, meer geschikt, uit dezelfde plaats vervangen.

Verder aan de orde:
overlijden Weender
de stand van de spinarbeid en van de veldarbeid

pagina 194 Het van eenen Kolonist, hier tegenover geplaatst, zal, vertrouwen wij, den Lezer niet onaangenaam zijn.

pagina 195 Reglement voor de kolonisten (= inventarisnummer 4). Zie hier voor de tekst.

De Star, het nummer van MAART 1819

pagina 201 Nederlands nijverheid, deel twee.

pagina 239 Natuur- en aardrijkskundige beschrijving van Aziatisch IndiŽ, deel twee.

pagina 260 berichten uit Frederiksoord (maart)
Met als onderwerpen:
- gezondheid der kolonisten
- veld- en spinarbeid
- verlof joodse huisvaders
- arbeidshulp voor de zieke huisvaders
- spinnen van vlasgaren
- viering van de verjaardag van prins Frederik
- onderwijs en godsdienst
- een legaat aan de Maatschappij

pagina 266 Nieuw middel tegen de veldmuizen (de muizen worden mbv zwavelstokjes verstikt)

pagina 268 Reglementaire beginselen (= inventarisnummer 3)

Het groote doel der Maatschappij van Weldadigheid is, aan arbeidzame behoeftigen, die in de gemeene samenleving geen toereikend middel van bestaan vinden kunnen, arbeid tot eigen onderhoud te verschaffen, en wel, produkttven arbeid, door hen, bij wijze van Kolonie vereenigd, op onbebouwde, maar voor kultuur vatbare, gronden over te brengen.

De Star, het nummer van APRIL 1819

pagina 285 Nederlands nijverheid, deel drie, vervolg van pagina 201.

pagina 301 Natuur en aardrijkskundige beschrijvingen van Aziatisch IndiŽ, deel drie

pagina 322 Beknopt berigt wegens den oorsprong, de inrigting, en den tegenwoordigen staat van het instituut tot opvoeding der armen, gevestigd door e. van fellenberg te Hofwyl, een landgoed in het Zwitsersch kanton Bern.
Dit artikel is opgenomen op de site van de proefkolonie.

pagina 336 Iets over de oorzaken der Armoede en de hulpmidde≠len daartegen
(...)
Meermalen hebben wij andere volken eenen nagenoeg gelijken graad van beschaving zien bereiken, als tot welken wij thans zijn opgeklom≠men; dan, tot dien hoogte gestegen, hebben zij den verkeerden weg ingeslagen: de baatzucht, door alle vuige hartstogten ondersteund, vestigde zich op de puinhoopen van het algemeen geluk; de wanzede≠lijkheid nam hand over hand toe; volken, weleer tot groote opofferingen voor het algemeen in staat, veranderden in lafhartige, egoistische wezens, en werden eindelijk, na door het zwaard der barbaren gelou≠terd te zijn, in den voorgaande staat van onbeschaafdheid terug geworpen, opdat volgende geslachten, door de ondervinding hunner vaderen geleerd, andermaals uit het stof verheven, bij eene steeds toenemende bescha≠ving den dwaalweg vermijden, en dien der zedelijk≠heid inslagen mogten: eene poging, die welligt, om te kunnen gelukken, niets anders vordert, dan den invloed van eenen godsdienst, welke door de krachtigste beweeggronden den mensch aanspoort tot de grootste zuiverheid in zijne bedoelin≠gen en handelingen.

pagina 364 Merkwaardig advijs van den voorzittenden regter van het admirali≠teitsgeregtshof te Londen (doctors commons), in de zaak van het Fransche slavenschip Le Louis, genomen op de hoogte van Kaap Mascerada, door Z.M. kruiser The Caesar (over de strijd tegen de slavenhandel)

pagina 378 Berichten uit Frederiksoord (april):
Een verslag van de 2 assessor (= Johannes van den Bosch) aan prins Frederik:
Het gedrag der kolonisten is, ten aanzien van mijverheid, ondergeschikt≠heid en tevre≠denheid, bijna zonder uitzondering voorbeeldig.

Dan over het wegzenden van de familie Metz. Meer algemeen:
Vele huisgezinnen munten uit door zindelijkheid en netheid; eenige anderen echter, door langdurige armoede, als het ware, aan de orden en propriŽteit ontwend, doen zich van deze zijde minder gunstig kennen; dan, onze inrigtingen zijn echter volkomen toereikende, om dien aangaande de noodige verbeteringen daar te stellen, en de Permanente Kommissie is bedacht, om daaromtrent meer bepaalde maatregelen in te voe≠ren.
Geene klagten, van wat aard ook, zijn tot dus verre van de omliggende inwoners ingebragt, en alle gekonstitu≠eerde Autoriteiten in den omtrek hebben meerma≠len hunne bijzondere tevredenheid over het geschikt gedrag der kolonisten betuigd.
Ik kan hierbij voegen, dat het misbruik van sterken drank in de kolonie zelve onbekend is, en zich slechts drie kolonisten ťťne eenige maal, met konsent afwezig, daarin te buiten zijn gegaan.
Deze geest van goede orde ver≠dient te meer opmerking, daar niet al de kolonisten, vůůr hunne aankomst in de kolonie, van het misbruik van sterken drank vrij te pleiten waren.

De gehele kolonie ziet er netjes uit. Vrucht- en andere bomen zijn in de tuintjes aange≠plant. Sommige hebben zelfs bloemperkjes.
Het geheel heeft het voorkomen van eene aange≠name, nieuw aangelegde lustwaran≠de.

Voorts nog melding van een brand in de schoorsteen van het kookhuis, waar door voorbeeldig ingrijpen van de directeur en de kolonisten een spoedig einde aan gemaakt kon worden.

De Star, het nummer van MEI 1819

pagina 385 Nijverheid, deel vier, vervolg van pagina 285.

pagina 399 Aziatisch IndiŽ, deel vier

pagina 424 Oorzaken armoede, deel twee
(...)
Voorzeker, indien door middel van eene bijdrage van É2:12:- jaarlijks van ieder lid, al onze behoeftigen in de kolonie hadden moeten worden gevestigd, dan ware Methuzalems leeftijd niet langdurig genoeg geweest, ter uitvoering van het ontwerp; dan, reeds meermalen hebben wij wenken gegeven, ten aanzien der hulpmiddelen, waarop wij hoop≠ten, en deze hoop is niet beschaamd geworden.
In het voorgaande jaar heeft onze Maatschappij honderden onzer behoeftige landgenooten aan de armoede onttrokken, en tot een eerlijk zelfbestaan opgeleid. Dit jaar zullen wij, indien het gouvernement blijft voortgaan met onze pogingen te bevorderen, en de natie met ons te ondersteunen, duizen≠den aan de ellende onttrekken.
Eerlang hopen wij dit getal tot tien duizend te brengen, en bedriegt ons niet alles, dan zal binnen weinige jaren, zeker minder dan tien, niemand onzer landgenooten, gewillig en bekwaam om te arbeiden, of geschikt om hen daartoe op te leiden, door het gebrek behoeven gefolterd te worden.
(...)
Wij houden ons verzekerd, dat ook in het vervolg op onze landgenooten het verwijt van wuftheid en wankelbaarheid even weinig kleven zal, als dat van beslui≠teloosheid ter benuttiging van eene zoo gunstige gelegenheid.
Ten allen tijde is ons, Nederlanderen, de eigenschap toegekend, van moeijelijk tot eene onderneming over te gaan; maar, deze eens onder≠nomen hebbende, met standvastigheid daarin te volharden; en het is dan ook daarop, dat wij met gerustheid onze hoop voor de toekomst zullen bouwen.
(...)
Een nauwkeurig toezigt en aanmoediging moeten genoeg zijn, om ieder tot zijne pligt te houden, en niemand moet daarin worden geduld, wiens voorbeeld voor anderen tot een ergerlijk of tot een schadelijk voorbeeld zou kunnen strekken.
(...)
Eene tweede kolonie derhalve, afgescheiden en verwijderd van deze, is eene volstrekte behoefte, waar ook soortgelijke wezens, door gepaste maatregelen, tot hunnen pligt gebragt kunnen worden.
De vrijheid van ieder daarin opgenomen gezin moet eenen graad van beperking ondergaan, toereikend om alle wanhebbelijkheid van gedrag te voor te komen, en deze kan in eene kolonie, als die van Frederiks-Oord, niet worden daargesteld, zonder de vrijheid van oppassende huisgezinnen te veel te belemmeren.
Door het voorgestelde hulpmiddel, en door de hoofd-kolonie van alle schade≠lijke voorwerpen te zuiveren, en in dezelve alleen geschikte voorwer≠pen op te nemen, mogen wij ons vleijen, een publieken geest in deze kolonie te vormen, welken men moeijelijk in de gewone maatschappij zoude kunnen daarstellen, en aan het godsdienstig onderwijs eenen klem bij te zetten, die ons althans van het aankomend geslacht ijverige, sterke, brave en zedelijke menschen mag doen verwachten.
Eenen geest, waardoor onze voorvaderen zich zoo zeer onderscheiden hebben, en die allerwegen kiemt, waar besmettelijke voorbeelden geweerd worden, en eene afwijking van den regten weg onmogelijk verholen blijven kan, maar altijd regtstreeks tot eigen nadeel geleidt.
(...)
Gaan wij thans over, om den lezer in te lichten, hoedanig er gehan≠deld zal worden met die voorwerpen, welke niet in Frederiks-Oord kunnen worden opgenomen, en welke middelen de Kommissie zich voorbehouden heeft, om dezen te vestigen.
Ook deze soort van menschen, waartoe dan mede behoren zullen de inheemsche bede≠laars, moet in twee hoofdklassen verdeeld worden: de eerste zal bestaan uit de zoodanigen, die niet geheel onwillig zijn tot den arbeid, en door min gestrenge middelen tot hunnen pligt gehouden kunnen worden, gelijk ook uit zoodanigen, die, weleer gebedeld hebbende, vrijwillig verzoeken, om in dit etablissement te worden opgeno≠men.
De tweede klasse daarentegen, zal bestaan uit hardnekkige, verstokte luijaards, en uit zoodanige bedelaars, die, nu ťťnmaal de bedelarij geheel zal kunnen verboden worden, door ieder in de gelegenheid te stellen van in de kolonie eene toevlugt te vinden, zich daaraan niette≠min bij volharding hebben schuldig gemaakt.
De huishoudelijke inrigting der eerste klasse kan, met eenige wijziging, nagenoeg dezelfde zijn, als die van Frederiks-Oord; bijzondere gebreken moeten ook hier door bijzonder middelen beteugeld worden.
Is, bij voorbeeld, misbruik van sterken drank het hoofdgebrek van eenigen, men stelle hen buiten de mogelijkheid om dien te bekomen; is de hoofd-misdaad luiheid, men verdubbele het toezigt, en sta een gedeelte van de vruchten van hunnen arbeid af aan de opzieners, over hen gesteld; is het halsstarrig≠heid, men zondere hen van anderen af, en het noodige voedsel zij alleen eene vergelding van een betamelijk gedrag; is het verregaan≠de zedeloosheid, men brenge hen tot de tweede klasse over, ontneme hun hunne kinderen, en zondere die tevens van elkanderen af; men doe ieder geslacht in bijzonder verlichte zalen slapen, stelle hen nacht en dag onder het toezigt van vertrouwde wachten, en geve ieder een het vooruitzigt, van door oppassendheid en braafheid zich tot eenen beteren toestand te kunnen verheffen, gelijk aan dien der eerste klasse, en omgekeerd, bij een slecht gedrag, dat van tot nog treuriger omstandigheid gebragt te worden.
Aan de uitwerking eener zoodanige inrigting kan niemand twijfelen; men lette slechts op die der militaire discipline: nimmer heeft men den matroos of soldaat naar zijn' zedelij≠ken aanleg of moed gevraagd; men was zeker, dat de inrigting van den dienst hem binnen de grenzen der betamelijkheid houden zoude, en hem koelbloedig in den dood zoude doen gaan, wanneer zijn leven aan zijne medeburgeren tot een nuttig offer verstrekken kon.
Inderdaad, dit vordert eene geheele andere zelfopoffering, dan ten eigen nutte het spinnen en het planten van aardappelen te leeren.

pagina 453 Brief van den Heer J.B.Schuurman, Med. Doktor te Steen≠wijk, aan eenen vriend, over de gezondheid der Kolonie Frede≠riks-Oord
(...)
Op deze hoogte, van het oosten naar het westen, ziet men eene dubbele rij woningen gebouwd, door een ruimen weg van elkander gescheiden, met jonge dennen beplant, waardoor, binnen weinige jaren, zoo wel het aangename, als het gezonde der kolonie bevorderd zal worden.
De woningen zijn ver genoeg van elkander geplaatst, (ik meen ongeveer 14 roeden), om in het vervolg door allerlei soorten van mistbereiding, welke uitwasemingen die ook geven mogen, elkander in geenen deele hinderlijk te zijn, terwijl zij tot behoud der gezondheid overal een frischen luchtstroom doorlaten.
Op denzelfden afstand is, in de afhellingen vůůr en achter in de kolonie, mede van het oosten naar het westen, eene enkele rij woningen gebouwd, waarvan reeds vele, even als bij de dubbele rij in het midden der kolonie met tuintjes voor heesters en bloemgewassen omgeven zijn, die alzoo door welriekende geuren, in het vervolg, de lucht verfrisschen, en op de gezondheid een' weldadige invloed hebben zullen.
(...)
In het midden der kolonie is eene put gegraven, welke uitmuntend goed water oplevert, waarvan men het benoodigde gebruik maakt voor de algemeene keuken, en waartoe alle kolonisten een' vrijen toegang hebben, kunnende zij zich derhalve van gezond water in ruimte voor≠zien.
Rondom de kolonie is een behoorlijk-breede en diepe gracht gegraven, welker bodem een zuivere zand-grond is, in de meeste jaargetijden van frisch water voorzien, hetgeen met het stroomend water in de nabij gelegen rivier de Aa in verbinding staat, en hierdoor verfrischt wordt.
Dus heeft men hiervan ook niets, dan gezonde en zuivere uitwasemingen te verwachten."
(...)
In het oosten grenst de kolonie aan een vlakte van heidevelden, met op een kwartier gaans afstand Vledder, dat wordt begrenst door hoge bomen, die een al te scherpe wind in de winter tegenhouden.
Verder naar het oosten bevinden zich heidevelden en bouwland tot aan de zandheuvels bij Appelscha en derhalve kunnen hier de oostewinden, welke over geenerlei moerassen, met rottende dampen gevuld, henen waaien, niet dan eene fijne drooge lucht, tot versterking van het menschelijk gestel, en instandhouding der gezondheid aanbrengen.
(...)
Over de overledenen op de kolonie: "De eerste was Jakob Stellinga, van Stavoren, uit Vriesland, aangekomen: een bejaard man; hij had onlangs in zijne vorige woonplaats, aan eene aldaar grasserende najaarsziekte, zijne vrouw verloren; al zijne kinderen waaren door dezelfde ziekte aangetast geweest, en dezelve ter naauwernood ontkomen;
zijn eene zoon was zelfs nog naauwelijks in staat de reis herwaarts te doen, en hij, de bejaarde huisvader zelf, tot dus ver van de ziekte vrij gebleven, bevond zich reeds, bij zijne aankomst in Frederiks-Oord, niet al te wel: na eenige dagen werd hij serieus ziek, zoodat zich weldra onderscheidene kenmerken van eene kwaadaardige ziekte opdeden, waartegen een door armoede en gebrek uitgeput ligchaam geenzins bestand was, en waaronder hij bezweek.

De tweede was Johannes Weener, uit Zaandam, in Noordhol≠land. Sedert eenige jaren asthmatiek in eenen hoogen graad, had hij in zijne vorige woonplaats langen tijd aan de derden≠daagsche koorts gesukkeld, met welke hij hier aankwam. Spoedig raadpleegde hij mij over zijne ongesteldheid.
Zijne verregaande asthmatieke gesteldheid van borst, zijne zware verstoppingen in den onderbuik, zijne uit ťťn en ander voortgekomen waterzuchtige constitutie, deden mij reeds in den aanvang onzer bekendschap een ongunstige voorzegging maken omtrent de herstelling van dezen braven man; gelijk hij dan ook, niettegenstaande alle mogelijke aangewende middelen, na veelvuldige sukkelingen overleden is.
Het kind, waarvan ik zoo even melding maakte, was nog zeer jong, en sedert de geboorte niet wel geweest; hetzelve bezweek, na eenige tijd aan gebrekkige spijsvertering, een harden, opgezetten buik, zuur en dergelijke, gewoonlijk daaruit voortkomende toevallen gesuk≠keld te hebben.
(...)
Voorts is het waarheid, dat er zich van tijd tot tijd onderscheidene zieken in de kolonie hebben opgedaan. Vooreerst konde dit niet anders zijn. Bereken slechts even, welke oorzaken hiertoe al aanleiding moesten geven: de woningen waren even vůůr de aankomst der kolonisten gebouwd, en konden dus bij mogelijkheid in dat saizoen nog niet droog zijn, waartoe echter door de uitmuntende voorzorg van den Heer Direkteur Van den Bosch, al wat mogelijk was, werd aangewend; deze had, onder anderen, voor een' zeer overvloedigen voorraad brandstoffen ter droogmaking der gebou≠wen, en verwarming der inwoneren, weldadig gezorgd, welke hun dagelijks in eene ruime mate werden toegedeeld; evenwel waren in het begin vochtig, waardoor rheumatieke koortsen, catarrhale ongesteldheden, verkoudheden, hoesten, ligte ontstekingen en dergelijke, als zijnde hier ook te gelijk de landziekten, voortkwamen.
Daarbij waren de meeste gestellen bij hunne aankomst daartoe gedisponeerd: velen hadden door armoede zeer geleden, waren zwak, ver de meesten waren aan het landleven en den veld-arbeid niet gewoon: geen wonder dus, dat een enkele kolonist ziek werd.

pagina 465 Berichten uit Frederiksoord (mei)
Met als onderwerpen:
- het tweede verslag van Johannes van den Bosch aan Prins Frederik
- aankondiging proefneming met bijen
- geboorten bij Hoofien en De Haan

De Star, het nummer van JUNI 1819

pagina 469 Over de mogelijkheid contracten af te sluiten voor plaatsen in de kolonie:
Berigt aan de Gemeente- en Armen-besturen, enzv in de Noorde≠lijke ProvinciŽn des Rijks, wegens het aannemen van behoeftigen, in de Kolonie Frederiks-Oord, door de Maatschap≠pij van Weldadigheid

pagina 473 Gemengde berichten

pagina 475 Nijverheid, deel vijf

pagina 504 Aziatisch IndiŽ, deel vijf

pagina 533 Hofwyl, deel twee

pagina 542 Berichten uit Frederiksoord (juni)
Met als onderwerpen:
de stand op de velden, de schuurtjes, eigen menage, spinarbeid
de nieuwe kolonie en hoe inteschrijven op de aanbesteding
bezoekers van de kolonie en het in kultuur brengen van de grond
gezondheid kolonisten en het overlijden van een zoontje van Hogenbirk

De Star, het nummer van JULI 1819

pagina 551 Nijverheid, deel zes

pagina 586 Geschied- natuur- en aardrijkskundige overzigt van de Vereenigde Noord-Amerikaanse Staten

pagina 607 Oorsprong van de Pindaries of Pinharezen

pagina 619 Berichten uit Frederiksoord (juli)
Met als onderwerpen:
- de gewassen
- de karnmolen (voor melk)
dochter voor gezin Jansz
tevreden bezoekers
+ lijst verdiensten 25-31 juli

De Star, het nummer van AUGUSTUS 1819

pagina 623 Gemengde berichten: giften en honoraire leden

pagina 629 De jaarverslagen over de periode april 1818 tot sapril 1819.
Met onder andere:

pagina 657 De gezamenlijke uitgaven tot den eerste april laatstleden in al de opgegeven respekten hebben, gelijk reeds gezegd is, É 73,353.49Ĺ bedragen; dan, reeds hebben wij Ul. hierinnerd, dat sedert tot het bouwen van schuurtjes, het aankopen van koeijen, zaadkoorn, en het verder onderhoud der kolonisten, aanzienlijke uitgaven gedaan zijn. -
Wanneer wij echter hiervan aftrekken de bijzondere uitgaven, die eene eerste vestiging boven de volgende kosten moest, dan zal het blijken, dat de onkosten, tot eene volledige vestiging van een huisge≠zin, op É 1,400.00 geschat kunnen worden, terwijl voor ieder huisgezin in de kas der Maatschappij, tot het doen der noodige voorschotten, dient te verblijven ongeveer É 300.00, welke laatste som evenwel reeds in het eerste jaar na de vestiging in die kas terug keert, als wordende besteed aan vlas en wol ter verarbeiding, met de daaraan verdiende arbeidsloonen, en waarvan de fabrikaten voor de vrijwillige inschrijvers, of tot eigen gebruik der kolonisten, worden aangewend, waaromtrent het eerste nommer van de star, bladz. 31, de nadere bijzonderheden aanwijst (*), terwijl op de overige posten mede reeds in het eerste jaar eenige vermindering plaats heeft;
reeds nu toch betalen de kolonisten wekelijks twee stuivers van iederen gulden, welke door hen zoo aan spin-arbeid, als buiten de kolonie, verdiend wordt: een toereikend bewijs derhalve, dat buiten de grondschuld, die voor huis, grond en mist betaald wordt, en welke op É 1,000.00 geschat kan worden, alle overige schulden successivelijk zullen worden afbetaald, en dat, daar het 1/3 van den oogst zeker meer dan É 50.00 waardig is, de Maat≠schappij de renten harer voorschotten terug erlangen zal; zoodat, bij slot, deze onderneming niets, of althans zeer weinig zal hebben gekost, en het daaraan geÔmpen≠deerde als eene leening zal mogen worden aangemerkt, zelfs voor den geldschieter voordeelig, daar wij in staat zijn, hem eene grootere zekerheid voor zijn uitschot te geven, dan immer buiten 's Lands verkregen kan worden; zelfs zal voor deze rente en aflossing - wordt anders het voorstel, door ons te doen, aangenomen - buiten iemand schade eene dubbele zekerheid gegeven kunnen worden.

Zulke voldoende resultaten, Mijne Heeren! heeft ons de ondervinding verschaft. - Niemand, die den toestand onzer onderneming onderzocht heeft, zal dezelve loochenen; en daarop worde dan ook onze verwachting voor de toekomst gebouwd!


(*) Aldaar is de berekening op de volgende wijze gemaakt:
a. voor het huis                                É 500.00
b. voor mist                                       - 200.00
c. voor grond                                    - 100.00
d. algemeene uitgaven, omteslaan
over de kolonisten                            - 200.00
                                                   ╶───────────   
                                        Totaal    É 1,000.00

e. op afrekening van de kolonisten te verstrekken kleedingstukken, meubelen en gereedschappen                              É 200.00
f. voor koeijen                                   - 200.00
                                                   ╶───────────   
                                        Totaal    É 1,400.00
                                                   ╶───────────   

g. in de kas der Maatschappij tot het doen der noodige voorschotten
aan vlas en wol                               É 100.00
h. tot voorschot aan spin-arbeid     É 100.00
i. onvoorziene uitgaven                  É 100.00
                                                   ╶───────────   
                                          Totaal    É 300.00

Van deze gezamelijke uitgaven behooren echter alleen de posten a, b, c, f, als eene duurzame schuld te worden aangemerkt; de overige worden succes≠sief door de kolonisten afbetaald, gelijk e, h en i, door het debiet der verwerk≠te stoffen worden terug erlangd.


pagina 694 Circulaire aan de subcommissies (opnieuw over het aangaan van contrac≠ten met gemeentebesturen)

pagina 701 Plan tot het opnemen van behoeftige personen

pagina 717 Berichten uit Frederiksoord (augustus)
Met als onderwerpen:
- de school (een kolonistenzoon wordt tot hulp-onderwijzer opgeleid)
- de landbouw
- de spinnerij: De spinzaal der wol, alwaar ook de leerlingen vlas spinnen, is in het gewezen Onder-Direkteurs-huis geplaatst, voor wien nu eene woning bij de melkerij, in het gewezen magazijn, is geppropriŽerd.
- Door de milddadigheid van den Heer J. Bagelaar, luitenant ter zee, is aan de kolonie ten geschenke gezonden eene zware en wellui≠dende klok, van de gepaste inscriptie voorzien, welke boven de school geplaatst is.
- de nieuwe kolonie
- overname Ommerschans
- beschrijving feestelijkheden eerste steen Frederiksoord-2

De Star, het nummer van SEPTEMBER 1819

pagina 721 Nijverheid, deel zeven

pagina 744 Jaarverslag correspondentie

pagina 754 Johannes van den Bosch: Iets over de vruchtbaarheid van den grond, en de midde≠len, die kunnen worden aangewend, om dezelve voort te bren≠gen, waar zij ontbreekt.

pagina 804 Besluiten van de Commissie van Weldadigheid

pagina 807 Gemengde berichten

pagina 810 redactieberichten:
Terwijl men bij ons bezig is, aan het kolonisatiestelsel eene snelle en magtige uitbreiding te geven, is het oog van Europa daarop van alle kanten gevestigd, en de eer van het voorbeeld in dezen aan de natiŽn gegeven te hebben zal aan den Nederlander nimmer kunnen betwist worden.
Het rijk en magtig Engeland, gewekt door onzen voorgang, en gedrongen door de ontzettend toenemende verarming van een gedeel≠te zijner bevolking, zoo wel als door de bedenkelijke woelingen, die daarvan het gevolg zijn, moge zich haasten, om, behalve de aanmoedi≠ging der uitverhuizingen naar de Kaap de Goede Hoop en naar het Zuiden van Amerika, ook door ruime inteekeningen tot eene binnen≠landsche kolonisatie, onze Natie te achterhalen, zelfs misschien voorbij te snellen, -
nimmer toch zal hetzelve zich, met regt den roem kunnen verwerven, van den eersten schok daartoe gegeven te hebben, daar het blijkbaar is, dat de berigten en inlichtingen, van meer dan ťťnen kant door de Britten bij onze Maatschappij ingewonnen, het beweegrad zijn geweest, waardoor vermogende menschenvrienden onder hen zijn opgewekt ter vestiging van een binnenlandsch kolonisatiestelsel, zoo wel als de leidstar, waarnaar zij hun ontwerp, met de noodige lokale wijzigingen, hebben ingerigt. Misschien geven wij hieromtrent eerlang eenige meerder dťtails.

pagina 811 Berichten uit Frederiksoord (september)
Met als onderwerpen:
- de staat der gewassen
- het goede gedrag der kolonisten.
- De Kommis≠sie heeft echter met leedwezen ondervonden, dat in vele huisgezinnen niet die geest van spaarzaamheid bestaat, welke zij van huisgezinnen had mogen verwachten, bij welke, als bekend met al het kwellende der behoefte, de neiging mogt worden ondersteld, om, in dit gunstig saizoen, een gedeelte hunner inkomsten voor kleeding te besteden, en iets voor den naderenden winter, als wanneer de verdiensten van den veldarbeid natuurlijk zoo groot niet kunnen zijn, tot een spaarpenning op te leggen.
Dit gebrek schuilt inzonderheid onder eenige vrouwen; de invoer en verkoop van suiker en andere snuisterijen, waarin veel geld verkwist wordt, is dan ook uit dien hoofde verboden;
De Kommissie verwacht, dat dit middel bij zoodanige verkwistende kolonisten zal toereiken, om dezelven tot eene betamelijke spaarzaamheid terug te brengen, dewijl anders dezelver verdiensten onder administratie van den Raad van Toezigt zullen gesteld worden (*).

(*) Het tijdschrift de Star wordt door de kolonisten ook gelezen; de Kommissie ziet dit gaarne, opdat zij, niet onverschillig zijnde omtrent de gevoelens hunner landgenooten, zien mogen, dat gebreken, zoo wel als goede hoedanigheden, openlijk worden bekend gemaakt.

- de nieuwe kolonie
- de spinnerij
- de vaart voor de kolonie
- en bevallin≠gen bij Berends en vd Heide

De Star, het nummer van OKTOBER 1819

pagina 813 Nijverheid, deel acht

pagina 833 Noord-Amerika, deel twee

pagina 867 Eenige berigten aan aanmerkingen, wegens de ontdekkings≠reis, gedaan op bevel van de admiraliteit, door de Britsche schepen Isabella en Alexander, ter nasporing van de Baffins-baai, en van de waarschijn≠lijkheid van een noord-westelijke doortogt; door John Ross, kapitein ter zee. (overgenomen uit de Quarterly Review)

pagina 898 Berichten uit Frederiksoord (oktober)
Met als onderwerpen:
- redelijke oogst
- aankondiging rapport Commissie van Toevoorzicht

De Star, het nummer van NOVEMBER 1819

pagina 899 Rapport Commissie van Toevoorzicht

pagina 927 Missive ter ophelderende beoordeeling van het plan der geŲktroi≠jeerde maatschappij ter waarborging van lijftogten, enz.

pagina 970 Ontdekkingsreis, deel twee

pagina 990 Herinnering, ten aanzien der onderscheidene wijzen van aanne≠ming van kolonisten in Frederiksoord (met bijzonder aandacht voor de keuze van de kolonisten voor de nieuwe kolo≠nie)

pagina 994 Berichten uit Frederiksoord (november)
Met als onderwerpen:
- overlijden kind vd Heijden
- nieuwe huizen

De Star, het nummer van DECEMBER 1819

pagina 995 Nijverheid, deel negen

pagina 1015 Noord-Amerika, deel drie

pagina 1052 Ontdekkingsreis, deel drie

pagina 1063 Berichten uit Frederiksoord (december)
- aankomst nieuwe gezinnen met naam en sterkte