Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde bij de kleinen raad, in de gewone kolonien gedurende de Maand Augustus 1842



Zaturdag den 6e augustus 1842

Alleen tegenwoordig de secretaris, zijnde de overige leden verhinderd, gedeeltelijk door de komst van de Commissie van toezigt en gedeeltelijk door de rogge-taxatie.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten.

Verschenen zijn:

De weduwe van Driel en haar zoon, van kolonie no 2, verzoeken met verlof te gaan naar Bommel, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

G, J. ter Hulscher, van kolonie no 2, verzoekt met verlof te gaan naar Deventer, voor den tijd van twaalf dagen.
Is toegestaan.

Hilletje Pothuis, oud 22 jaren, van kolonie no 3, verzoekt een verlofpas voor den tijd van drie maanden om te Oldemarkt te gaan dienen.
Is geweigerd, daar zij vroeger dienstbaar is geweest en nog geen jaar in de kolonie terug.

H. de Vormer, ingedeelde bij A. Klaver, in kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Bergen op Zoom, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan, hebbende zij de toestemming harer besteders getoond.

Wesseling, van kolonie no 2, verzoekt met verlof te gaan naar Monnickendam, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Voogd, Nijkink, Vogel, Menist, Winnik, Werkendam en Boas, allen kolonistenvrouwen van kolonie no 3, verzoeken met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Keizer, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Nijmegen voor den tijd van veertien dagen, en hare dochter Johanna, oud 19 jaren, een verlofpas voor den tijd van drie maanden om aldaar te gaan dienen.
Het eerste verzoek toegestaan, doch het laatste geweigerd, uit hoofde de dochter vroeger dienstbaar is geweest, en nog geen twee maanden in de kolonie terug was.

Antje, dochter van kolonist Brada, van kolonie no 2, oud 21 jaren, verzoekt een verlofpas voor den tijd van drie maanden om te Leeuwarden te gaan dienen.
Is toegestaan.

Art. 2
Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week, en bevonden er van de kolonisten v.d. Kleij, Wulfling, Laverman, van Putten, en van Eijsden en van de ingedeelden T. Blijker, C. Kleijsen en I. Aaldring, respectievelijk bij P.J. de Vries, Grooters en Tilsing ieder 20 centen is moeten worden ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en ter beoordeeling en beboeting aan de Onderdirecteurs afgegeven.



Zaturdag den 13e augustus 1842

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten.

Verschenen zijn:

Hameka, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Koog aan de Zaan, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

Anna Christina Lawende, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Delfshaven, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Coenrades, van kolonie no 2, verzoekt het ontslag uit de kolonien voor hare dochter Johanna, oud 19 jaren, daar zij voornemens is naar haar oom en tante te Amsterdam te gaan.
De raad zou anders zoo zeer geen bedenkingen hebben tegen het onstlag, wanneer zich niet het gerucht verspreid had, dat het meisje in eenen zwangeren staat zoude verkeren, hetgeen nader zal moeten blijken.

Cornelis, zoon van de weduwe Jacobs, van kolonie no 2, oud 32 jaren, verzoekt uit de kolonie te worden ontslagen, daar hij voornemens is te huwen en zich in de gewone maatschappij een bestaan te verschaffen.
Het ontslag zal wel niet tegen te gaan zijn, maar daaruit volgt dat de moeder alleen op de hoeve blijft, dat niet kan; het zou wenschelijker geweest zijn, dat de hoeve op naam van Cornelis, die voornemens is te trouwen, wierd overgeschreven, hetgeen echter de subcommissie van de Beemster niet schijnt te willen.

((NB: Cornelis Jacobs, zoon van Akke Jacobs-Beezem, trouwt 04-12-1842 met Roelofje Room uit Nijensleek; wordt dan alsnog kolonist))


- Posener, van kol no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

- Duiker, van kol no 1, verzoekt met verlof te gaan naar de Dedemsvaart, voor den tijd van drie dagen.
Is toegestaan.

- vrouw Seelenhorst, van kol no 1, verzoekt met verlof te gaan naar 's Gravenhage voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Art. 2.
Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er bij de kolonisten Bijlaart 30 centen, van Eylders, Coenrades, van Essen en van der Kleij ieder 20 centen, van Wulfling en Rutten ieder 10 centen, van ingedeelden bij de weduwe Wiederholt en weduwe Simons ieder 20 centen, en van ingedeelden bij Horst en P.J. de Vries ieder 10 centen is moeten worden ingehouden.
Dezelven zullen aan de adjunt-directeur voor het schoolwezen worden gezonden. Die van deze week ingekomen en ten beoordeeling en beboeting aan de onderdirecteur afgegeven.

Art. 3
Is ingekomen eene lijst van afwezig geweest zijnde cathechisanten in de vorige week, waarbij blijkt, dat er bij Riethagen, van Ooijen, Bleysie en Koenrades ieder 20 centen, en van den bestedeling B. Metselaar zijn zakgeld mede 20 centen is moeten worden ingehouden. Dezelve zal almede aan de Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
 

Zaturdag den 20e augustus 1842

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten.

Verschenen zijn:

Vrouw Kemper, van kolonie no 2, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam, met haar zoontje, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Lembroek, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Smilde voor den tijd van vier dagen.
Is toegestaan.

La Grange, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

C. van den Berg, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Vlaardingen voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Spoel, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan met haar dochter naar Veenhuizen voor den tijd van vijf dagen.
Is toegestaan.

Klaas, zoon van den kolonist Boon, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Oostzaandam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Renske Westra, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Norg voor den tijd van vijf dagen.
Is toegestaan.

Weduwe Oostmeijer, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

S. Wennink, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar 's Gravenhage voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

art 2.
Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week, en bevonden er bij Kranendonk, P.J. de Vries, weduwe Ponse en Bruin ieder .10, bij Krabbendam, Ekhart, van der Kleij, Rutten, en Stelling ieder .20, bij Van Jeveren en Tilsing voor .30 en bij Boas .40 is moeten worden ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en ter beoordeeling en beboeting aan de Onderdirecteurs afgegeven.


Zaturdag den 27e augustus 1842

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten.

Verschenen zijn:

Vaubaillon, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Groningen voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Zwak, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Gorcum voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

B. Spel, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Hoorn voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Stelling, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Enkhuizen voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

T.(?) Rusch, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Stork, van kolonie no 3, verzoekt verlof voor haren zoon Dirk voor den tijd van acht dagen naar Amsterdam.
Is geweigerd, daar hij niet van de fabrijk kan gemist worden.

Jan, zoon van den kolonist P.C. van Es, van kolonie no 2, (bedoeld wordt Van Essen, zie ook hierboven bij 13 augustus bij Coenrades), oud 20 jaren, verzoekt uit de kolonien te worden ontslagen, daar hij voornemens is een huwelijk aan te gaan met de dochter van Coenrades, welke men zegt dat zwanger is, waarom de raad dan ook bedenkingen gemaakt heeft op het door haar gevraagde ontslag ingevolge het genotuleerde in dato 13e dezer maand, zoo als zij ook ter diezelfden oorzake zwarigheid maakt in het ontslag van Van Es.

Pieter Nomen, van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Koog aan de Zaan voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Cornelis en Elisabeth Onrust, beiden van kolonie no 2, verzoeken met verlof te gaan naar Koog aan de Zaan voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Braun, van kolonie no 2, verzoekt met verlof te gaan naar Haarlem voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Jan Dunnink, van kolonie no 1, verzoekt eene verlofpas voor zijne dochter Gerredina oud 17 jaren voor den tijd van drie maanden om te Zwolle te gaan dienen.
Is toegestaan.

Aaltje Wild, ingedeelde bij van der Woude, in kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Jan van Leeuwen, ingedeelde bij Verboom, in kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Utrecht voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Jacoba Alexis, van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Logeman, van kolonie no 3,verzoekt een verlofpas voor den tijd van veertien dagen om naar Amsterdam te gaan, en voor haren zoon Jan oud 17 jaren, voor den tijd van drie maanden om zich voor den zeedienst te engageren.
Beide verzoeken toegestaan.

art. 2.
Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week, en bevonden er bij Gerritsma .10 en bij Ekhart .20 is moeten worden ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en ter beoordeeling en beboeting aan de Onderdirecteurs afgegeven.

art 3.
Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien voor deze maand, en bevonden dat ieder hun getal voeren mest heeft aangemaakt.

art. 4.
Zijn ingekomen de maandelijksche opgaven van den Staat des werks in en bij de huizen, waarop geene gebreken zijn bevonden.

Voor eensluidend afschrift
de Secretaris van den kleinen raad,
T.H.P. van Marle