Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Klein stukje van:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen Raad in de gewone Kolonien gedurende de maand Augustus 1837



(...)

Zaturdag 12 Augustus 1837

(...)
De vrouw van J. W. de Vries van kolonie no1 verzoekt dat hare dochter Aafje, oud 19 jaren, welke vroeger tot het huisgezin heeft behoord, doch door dienstbaarheid in de gewone maatschappij was ontslagen, wederom in de sterkte van het huisgezin mag worden opgenomen.
De Raad is tegen deze en soortgelijke opnemingen, op grond dat kolonisten, over het algemeen, de gewoonte hebben om meestal in een tijd van het jaar dat het minst kunnen gemist worden, onbezonnen en ligtzinnig, in spijt van alle daartegen geopperde bedenkingen drie maandelijks verlof nemen, en niet zelden, na van de eene dienst in de andere zijn overgegaan, spoedig terug keren. De Raad is uit dien hoofde van oordeel, dat het in hun eigen belang is om de weder opneming moeijelijk te maken, ten einde daardoor zoo veel mogelijk te bewerken, dat zij eenmaal een dienst bekomen hebbende, dezelve meer getrouw zullen waarnemen, bij de gedachte, dat zij geen thuiskomen, althans niet zoo gemakkelijk meer hebben, waarop maar al te dikwijls gesteund en degeene waarbij zij dienstbaar zijn, bij de minste onnodig toegevoegd wordt. Aafje de Vries kan bovendien in het huisgezin haren ouders wel gemist worden.

(...)

Zaturdag 26 Augustus 1837

(...)
Art. 4. Zijn ingekomen de opgaven van den staat den werks om en bij de huizen, welke bevonden zijn, als volgt. Kol no1. geen gebreken. Kol no.2 van Essen de greppen om het huis niet schoon. Kol no.3 Pothuis de greppen om het huis almede niet schoon. De kolonisten zijn aangezegd het gebrekkige te herstellen.