Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen Raad in de gewone Kolonien gedurende de maand November 1836



Zaturdag 5 November 1836

Alleen is tegenwoordig de secretaris. De adjunct-directeur bevindt zich te Veenhuizen, de Onderdirecteur Faaken is ziek en de Onderdirecteur Schurer wordt zoo door eigene als door koloniale werkzaamheden verhinderd de vergadering bij te wonen, zijnde de secretaris de reden van het afwezig blijven van den Onderdirecteur van kolonie no 2 niet bekend.

Bijgeschreven in de kantlijn, vermoedelijk door een lid van de permanente commissie: In het besluit tot instelling van de raad is niet voorzien in onvoltalligheid van de raad. Met de secretaris zijn er 5 leden.

Art 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

De huisvrouw van Arnold van kolonie no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Amsterdam, voor den tijd van acht dagen, hebbende zij door het overhaaste vertrek van daar, eenige goederen achtergelaten, welke niet dan door haar zelve kunnen ontvangen worden.
Is toegestaan, onder nadere approbatie der Adjunct-Directeur.


Art 2.  De onderdirecteur van kolonie no 2 komt binnen.


Art 3. Verder komt binnen:

Inpijn van kolonie no 2, verzoekt op voorschot een pijen buis voor den bij hem ingedeelde Boudewijn Schraaf.
De Raad oordeelt in dit verzoek niet te kunnen treden, doch oordeelt hem een buis te moeten doen verstrekken, in mindering van het tegoed van Inpijn, daar genoemde wees gedurende 2 jaar slechts 9,95 van dat huisgezin genoten heeft.

De vrouw van ter Hulscher van kolonie no 2, verzoekt verlof voor hare twee kinderen, Gerrit en Janna, voor den tijd van veertien dagen, om naar Deventer te gaan.
Is toegestaan.


Art 4. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er bij Broekhuisen, Leffef, Franken en de wed. ?? ieder drie Nederlandse. pond brood is ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en ter beoordeling en beboeting aan de Onderdirecteurs afgegeven.


Zaturdag 12 November 1836

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den OnderDirecteur Schurer, welke geen kennis heeft gegeven van zijn achterblijven.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

Baghus van kolonie no 3, verzoekt verlof voor zijnen zoon voor den tijd van vier dagen, om naar Veenhuizen te gaan.
Is toegestaan.

Vrouw Goosems van kol no 2, verzoekt op voorschot voor haar ingedeelde Hilletje Toornstra, een borstrok en een paar schoenen, vroeger van haar verbrand zijn bij Souverijn, alwaar zij tijdens het verbrandden van het huis was ingedeeld.
Is toegestaan.

Vrouw Hendriks, van kolonie no 1, verzoekt een verlofpas voor hare dochter Meintje, oud 26 jaren, voor den tijd van drie maanden, om te gaan dienen te Vledder.
Wordt toegestaan.
Verzoekende zij almede, dat hare dochter Roelofje, welke door dienstbaarheid uit de kolonien was ontslagen, en nu, door ziekte, wederom terug gekomen is, opnieuw in de sterkte van het huisgezin mag worden opgenomen.
De Raad oordeelt, dat aan dit verzoek gunstig gevolg kan worden gegeven, daar de toestand van het bedoelde meisje van dien aard schijnt te zijn, dat zij, vooreerst althans, voor geen dienst in de gewone Maatschappij geschikt is.

Vrouw Boersma, van kolonie no 2, verzoekt een voorschot op kleeding van 9.
Het huisgezin bestaat uit zeven zielen, heeft gedurende een jaar
genoten voor
94.81
En gestort
48.37
Dus meerder genoten
46.44
De raad kan aan dit verzoek niet voldoen, daar ieder lid van het huisgezin meerder dan voor 13.- ontvangen heeft; doch den onderdirecteur wordt opgedragen de behoefte nader te onderzoeken.

A. Brinkman, van kol no 1, verzoekt met verlof te gaan naar Utrecht voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

Art 2. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er geen brood is behoeven te worden ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en aan de Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.



Zaturdag 19 November 1836

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn;

Kranendonk van kolonie no 1, verzoekt verlof voor zijne vrouw voor den tijd van veertien dagen, om naar Hattem te gaan.
Is toegestaan.


Art 2. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er bij Brohle, Pennings, Perein, Verboom, Smies, Nak, Verbeek, A.A.Kleinman, Hensbergen, Augustijn, Broekhuizen, van den Hoef, wed. Pennink, Kalbe, Heidt, Jacobs, Vogelzang, Hoogmoed, Poelstra, Toepoel, Elsing, Leonard, wed. Kruidt, van Oijen, ter Hulscher, Brada, Letterie, Stoffels, de wed. Wiederholt, Doodhage en Jansen ieder 3 Nederlandse pond brood is ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en ter beoordeling en beboeting aan de Onderdirecteurs afgegeven.


Art 3. Nog komt binnen:

Hoomoed, van kolonie no 3, welke verzoekt om met verlof te mogen gaan naar Rotterdam met zijnen zoon Albertus, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan



Zaturdag 26 November 1836

Alle leden zijn tegenwoordig.

Art 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn;

Stoffels van kolonie no 2, verzoekt met verlof te gaan naar Zwolle voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

M.J. Polak van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Groningen voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

Bremer van kolonie no 3, verzoekt met verlof te gaan naar Groningen voor den tijd van tien dagen.
Is toegestaan.

Art 2. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden dat er bij Steenmetz, Barning, ??, Spel, den Ouden, van Embden, Lodewijks, Visser, Mailly, Machielsen, Steenwinkel, en Kuiper ieder drie Nederlandse. pond brood is ingehouden. Dezelven zullen aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen, en ter beoordeling en beboeting aan de Onderdirecteurs afgegeven.


Art 3. De mest en maandelijksche rapporten, niet behoorlijk opgemaakt en ingezonden zijnde door de wijkmeesters, zullen die in de notulen van de volgende week worden opgenomen.

Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad
T.H.P. van Marle