Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen Raad in de gewone Kolonien gedurende de maand Maart 1836



Zaturdag den 5 Maart 1836

Alle leden zijn tegenwoordig

Art. 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

E. Bakema van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Eenrum, voor den tijd van acht dagen.
Is toegestaan.

W. van der Heijden van kolonie no 1, verzoekt een voorschot op kleeding van É 11.50.
Het huisgezin bestaat uit 7 zielen, heeft in het vorige jaar
genoten voor
É 47.50
En gestort
É 32.89
Dus meerder genoten
É 14.61
De Raad oordeelt dit verzoek te moeten toestaan, daar de verstrekking gedurende een geheel jaar gering geweest is en geeft mitsdien de OnderDirecteur last dit aan het huisgezin te verstrekken.

Roelof van der Woude van kolonie no 3, oud 22 jaren, verzoekt een verlofpas voor den tijd van drie maanden om te gaan dienen te Groningen.
Is toegestaan.

De vrouw van Bouke Faber van kolonie no 3, verzoekt een verlofpas voor hare dochter Dina Elisabeth, oud 15 jaren, om te gaan dienen te 's Gravenhage, onder toezicht van hare famille.
Is toegestaan.

Schikkedans van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

Art 2.  Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. Cohen, Hoffmann en Pennink geen mest gemaakt, voor het overige geen aanmerkingen. De OnderDirecteur wordt last gegeven om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.
Kol 2. Geene aanmerkingen.
Kol 3. Overst, van der Weerd en Atsma het achterstallige niet bijgewerkt.


Art. 3. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er geen brood is behoeven te worden ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.




Zaturdag den 12 Maart 1836

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den Adjunct-Directeur en den OnderDirecteur van kolonie no 2, eerstgenoemde is ziek en laatstgenoemde heeft van zijn achterblijven geen kennis afgegeven.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

Pieter Hentz van kolonie no 1, verzoekt dat zijne zoon Johannes, oud 22 jaren, welke vroeger tot het huisgezin heeft behoord en ontslagen is omdat hij in de gewone Maatschappij dienstbaar was, wederom in de sterkte mag worden opgenomen.
De Raad oordeelt dit verzoek gunstig aan de Permanente Commissie te moeten voorstellen, kunnende nog zeer goed in het huisgezin van dienst zijn.

F. Mandos van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Schiedam, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Doede Klazes de Vries van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Blokker bij Hoorn, met zijne vrouw voor den tijd van veertien dagen, om een erfenis af af te halen.
Is toegestaan.

Cornelis Stelling van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Enkhuizen, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.


Art 2. De OnderDirecteur Schuurer komt binnen.


Art 3. Verder komen binnen:

Jan van der Weerd van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Workum, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

F. Beuman van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Workum(??) voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

H. Willemsen van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Arnhem, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Kinkelaar van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Arnhem, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Wouter Jansen van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Nijkerk, voor den tijd van veertien dagen.
Is toegestaan.

Art 4.  Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. Cohen, Hoffmann en Penning het achterstallige nog niet bijgewerkt en de wed. Veen deze week geen mest gemaakt, voor het overige geen aanmerkingen. De OnderDirecteur is last gegeven om zorg te dragen, dat het achterstallige in de volgende week wordt bijgewerkt.
Kol 2. Geene aanmerkingen.
Kol 3. Al het achterstallige bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen..

Art 5. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er geen brood is behoeven te worden ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.



Zaturdag den 19 Maart 1836

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van den Adjunct-Directeur, welke door ziekte is achtergebleven.

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

J.H. Kok van kolonie no 3, verzoekt dat zijnen zoon Hendrik, oud 27 jaren, wederom in de sterkte van het huisgezin, waartoe hij voor ruim zeven jaren heeft toebehoord, doch door dienstbaarheid is ontslagen, mag worden opgenomen.
De Raad stelt dit verzoek ten gunstigste aan de Permanente Commissie voor, daar man en vrouw oud zijn en hij dus in het huisgezin van dienst kan wezen.

D. van Dinteren van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar 's Gravenhage voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

A.C. Hgendoorn van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar 's Gravenhage voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Hazenberg van kolonie no 3, verzoekt verlof voor haren man om voor den tijd van 14 dagen naar Rotterdam te gaan.
Is toegestaan.

Jan van der Wolde, van kolonie no 3, oud 28 jaren, zoon van den kolonist van dien naam, verzoekt uit de kolonien te mogen worden ontslagen, daar hij voornemens is in het huwelijk te treden met Catharina, dochter van den kolonist Taatgen, oud 22 jaren, welke mede haar ontslag verzoekt.
De Raad oordeelt dit verzoek ten gunstigste aan de Permanente Commissie te moeten voorstellen, daar zij beiden wel in staat zijn om in de gewone Maatschappij hun onderhoud te verdienen.

De weduwe Steenmetz van kolonie no 1, verzoekt dat hare dochter Willemina, oud 19 jaren, welke in de maand Mei 1835 is gaan dienen en daarvoor uit de koloniŽn was ontslagen, wederom in de sterkte van het huisgezin mag worden opgenomen.
Daar er in het huisgezin vele kleine kinderen zijn, oordeelt de Raad dat zij in hetzelve wel van dienst kan zijn, waarom zij dit verzoek ten gunstigste aan de Permanente Commissie voorstelt.

Willem Kroese(??), van kolonie no 3, verzoekt om met verlof te gaan naar Harlingen voor den tijd van 8 dagen.
Is geweigerd, uit hoofde der menigvuldige werkzaamheden.

H. Volgering van kolonie no 2, verzoekt verlof voor zijne vrouw voor den tijd van 14 dagen om naar Rotterdam te gaan.
Is toegestaan.

H. Pompe van kolonie no 2, verzoekt verlof voor zijne vrouw voor den tijd van 14 dagen om naar Wassenaar te gaan.
Is toegestaan.

H. Rietberg van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Kampen voor den tijd van 3 dagen.
Is toegestaan.

C. Verhoeks, oud 22 jaren, en A.A. Batist, voordochter van de vrouw van Leffef, oud 22 jaren, beiden van kolonie no 1, verzoeken uit de koilonien te mogen worden ontslagen, daar zij voornemens zijn in het huwelijk te treden.
De Raad oordeelt dit verzoek aan de Permanente commissie te moeten voorstellen.

In de kantlijn bijgeschreven: Daar deze jongelieden nog zoo jong zijn, voorts van verschillende godsdienst zijn en het uitzigt op een bestaan wel niet ruim zal wezen, moet, naar het mij voorkomt, in dit verzoek worden geweigerd, althans getracht het huwelijk voor als nog te ontraden, vK.

((NB: Kansloze missie van directeur Van Konijnenburg, het huwelijk vindt 3 juli 1836 te Vledder plaats.))


P. van der Windt van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Vlaardingen voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

Wesseling van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Monnickendam voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.


Art 2.  Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. Al het achterstallige bijgewerkt, voor het overige geen aanmerkingen.
Kol 2. Wed. Elstrodt twee voer te kort gemaakt, verder geene aanmerkingen.
Kol 3. Het rapport van den wijkmeester De Nekker niet afgewerkt zijnde, is hetzelve aan den OnderDirecteur terug gegeven, met de vermaning om in het vervolg voor zulke stukken beter zorg te dragen. Op de overige zijn geene aanmerkingen.


Art 3. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er geen brood is behoeven te worden ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.


Art 4. Is ingekomen een brief van de Burgemeester van Koog aan de Zaan, welke namens de Armvoogden aldaar, verlof verzoekt voor Jan en Arie Schouten, voor den tijd van 14 dagen, om betrekkingen aldaar te bezoeken.
Het verlof van beiden wordt toegestaan, en aan de OnderDirecteur van kolonie no 3 de pas uitgereikt.



Zaturdag den 26 Maart 1836

Alle leden zijn tegenwoordig

Art. 1 Voorstellen, verzoeken en klagten van kolonisten

Verschenen zijn:

H. Kuiters van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Dordrecht, voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

J. Seelenhorst van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar 's Gravenhage, voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

H. Raaphorst van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Leijden, voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

Jannetje Bakker van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Ruinen, voor den tijd van 5 dagen.
Is toegestaan.

Adriaan de Kok, voorzoon van de huisvrouw van den kolonist Lagcher van kolonie no 2, oud 22 jaren, verzoekt uit de kolonien te mogen worden ontslagen, daar hij voornemens is buiten dezelve in het huwelijk te treden.
De Raad oordeelt dit verzoek gunstig aan de Permanente Commissie te moeten voorstellen.

Christoffel van Essen van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Bolsward, voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Plot van kolonie no 2, verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam, voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

Vrouw Landsbach van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam, met hare dochter Margaretha, voor den tijd van 14 dagen.
Is toegestaan.

J. Meijer van kolonie no 1, verzoekt om met verlof te gaan met zijnen zoon Johannes naar Harlingen, voor den tijd van drie dagen.
Is toegestaan.

Art 2.  Zijn ingekomen de mestrapporten van de verschillende kolonien van deze week, welke bevonden zijn, als volgt:
kol 1. Geene aanmerkingen.
Kol 2. Het achterstallige van de wed. Elstrodt bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen.
Kol 3. Geene aanmerkingen.


Art. 3. Zijn ingekomen de maandelijkse opgaven van den staat des werks om en bij de huizen, welke bevonden zijn als volgt:
Kol 1. Augustijn en Meijer om het huis niet schoon. De kolonisten zijn aangezegd dit te herstellen.
Kol 2. Geene gebreken.
Kol 3. Laverman, van Bruchem, de Vries en Zwak de greppen om het huis niet schoon. De kolonisten zijn aangezegd dit te herstellen.


Art 4. Zijn ingekomen de lijsten der afwezig geweest zijnde schoolkinderen van de vorige week en bevonden, dat er geen brood is behoeven te worden ingehouden. Dezelve zullen aan den Adjunct Directeur voor het schoolwezen worden gezonden.
Die van deze week ingekomen en aan den Onderdirecteurs afgegeven ter beboeting.

Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad
J.H.P. van Marle