Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:
Notulen van het verhandelde voor den kleinen Raad der vrije Kolonien gedurende de maand October 1831


Zaturdag den 1 October 1831

Alle leden zijn tegenwoordig.

Artikel 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van Kolonisten.
Verschenen zijn:
- A. Hoogmoed van Kolonie no.3 verzoekt om met verlof  te gaan met zijnen zoon Andries naar ís-Gravenhage voor den tijd van 14 dagen. Is toegestaan voor eerstgenoemde, doch voor den zoon niet omdat hij benoodigd is bij het aardappelrooijen.
 Kleinee van Kolonie no.3 verzoekt met verlof te gaan naar ís-Gravenhage voor den tijd van 14 dagen. Is toegestaan.
- Gallee van Kolonie no.3 verzoekt verlof voor zijnen vrouw naar Amsterdam voor den tijd van 14 dagen om hare ouden zieke vader te bezoeken. Is toegestaan.
- Elisabeth van Waveren ingedeelde bij Hendrik Jacobs, van Kolonie no.2 verzoekt om met verlof te gaan naar Monnickendam voor den tijd van 14 dagen, hebbende de toestemming harer besteders vertoond. Is toegestaan.
- De vrouw van de Kolonist B. Maas van Kolonie no.3 verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van 14 dagen om familiezaken te verevenen. Is toegestaan.
- Vrouw Van Os van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Tiel voor den duur van 14 dagen. Is toegestaan.
- Samuel de Lange en de weduwe Zuidhoorn, beide van Kolonie no.3 verzoeken met elkander in het huwelijk te treden, de eerste is oud 49 jaren hebbende drie kinderen bij zich, waarvan de oudste 14 jaren en de jongste 7 jaren oud is. De andere is oud 45 jaren en heeft twee eigen kinders bij zich, de eene oud 14 en de andere 12 jaren. De Raad oordeelt dat dit een goed huisgezin uit kan maken waarom ze dit huwelijk aan de Permanente Commissie voorsteld.

In de kantlijn: De Lange uit de contributie Rotterdam heeft nog drie kinderen te huis; de weduwe Zuidhoorn op contract van het Algemeen Armbestuur te Rotterdam heeft twee kinderen.
In de kantlijn: De Directeur kan zich hiermede wel vereenigen.

- De Kolonist F. van Hemert van Kolonie no.3 verzoekt om met verlof te gaan naar Dortrecht en Bommel voor den tijd van 14 dagen. Is toegestaan.

Artikel 2. Zijn ingekomen de opgaven van de mestmakerij in de verschillende Kolonien en zijn die bevonden als volgt:

Kolonie no.1. Hensbergen geen mest gemaakt, al het achterstallige van de vorige week bijgewerkt, uitgezonderd bij Augustein. Den Onderdirecteur opgedragen te zorgen dat het achterstallige in het begin der volgende week in het gelijk komen.

Kolonie no.2. Burks het achterstallige bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen.

Kolonie no.3. van Acker voer mest te min gemaakt; Brans verminderd van 60 op 40 voer mest, zonder vermelding waar dezelve gebleven is. Van Dinter en Van der Kooi het achterstallige nog niet bijgewerkt, waarom de Raad goedvindt beide in de volgende week ieder 6 pond brood te korten. De Onderdirecteur last gegeven het achterstallige te doen bijwerken en aan de inhoudingen van brood in de volgende week gevolg te geven.

Artikel 3. De maandelijksche opgave van den staat des werks op de hoeven, die ingekomen zijn nagezien hebbende, is bevonden dat er de volgende gebreken zijn.

Kolonie 1. De Rapporten teruggezonden; zijnde dezelve niet goed opgemaakt, daar de twee eerste op een zeer klein stukje papier zijn gesteld en die van wijk no.3 niet behoorlijk is ingevuld.

Kolonie 2. Alles in orde bevonden.

Kolonie 3. Brinkman het aschhok niet in orde; voor het overige alles in orde bevonden. Het rapport van den wijkmeester de Nekker teruggezonden, omdat hetzelve niet op een behoorlijk stuk papier gesteld: De Onderdirecteur last gegeven om het gebrekkige te doen herstellen en de gebrekkige rapporten te doen vernieuwen.

Artikel 4. Zijn ingekomen de schoollijsten van de vorige week en, bevonden dat de ouders der schuldigen zijn beboet. Dezelve aan den Adjunct-Directeur van het schoolwezen zenden. Die van deze week ingekomen beoordeelden aan de Onderdirecteur afgegeven ter beboeting van de schuldigen en die van den schoolonderwijzer Uhl: teruggezonden omdat dezelve niet naar het model is opgemaakt met last om dezelve maandagmorgen terug te zenden.

Zaturdag den 8 October 1831

Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van den Onderdirecteur Faaken, welke met voorkennis van den Adjunct-Directeur naar Dwingelo is om koeijen te koopen.

Artikel 1. Voorstellen, verzoeken en klagten van Kolonisten.
Verschenen zijn:
- Anne Smals, bestedeling van het Gouvernement in Kolonie no.3 verzoekt voor zes dagen verlof naar Sneek om zijne familie te bezoeken. Is toegestaan, uit hoofde genoemde persoon zich goed gedraagt.
- Vrouw Kramer van Kolonie no.2 verzoekt om met verlof te gaan naar Holthen bij Deventer voor den tijd van 8 dagen om de noodige papieren te halen uit het voltrekken van zijn huwelijk. Is uitgesteld, omdat de verzoeker het noodige reisgeld ontbreekt, zullende hij nu eerst daarom schrijven.

Artikel 2.
Zijn ingekomen de opgaven van de mestmakerij in de verschillende Kolonien en zijn dus bevonden als volgt:
- Kolonie no.1. Hensbergen komt nog twee voer mest tekort, Augustijn het achterstallige nog niet bijgewerkt: verder geene aanmerkingen. Den Onderdirecteur zal last gegeven worden in het begin der volgende week het achterstallige het gelijk te doen brengen.
- Kolonie no.2 .Wiederholt geen mest gemaakt, verder geene aanmerkingen. Den Onderdirecteur last gegeven te zorgen dat het achterstallige met de volgende week worde bijgewerkt.
- Kolonie no. 3. Van der Kooi, Van Dinter en Van Acker het achterstallige bijgewerkt; de vermindering bij Brands van de vorige week is gebleken dat eene verkeerde opgaaf van den wijkmeester is geweest. Homrich geen mest gemaakt, verder geene aanmerkingen. Den Onderdirecteur last gegeven het achterstallige van Homrich te doen bijwerken.

Artikel 3.
De ontbrekende maandelijksche opgaven van den toestand der hoeven zijn gedeeltelijk ingekomen, nagezien en bevonden als volgt:
- Kolonie no.1, wijk no.1 geene gebreken;
- Kolonie no.2, wijk no.1 geene gebreken. De Adjunct-Directeur zal zelf onderzoeken wat de reden is dat bij Kolonie no.1 de rapporten van wijk  no. 2 en 3 niet zijn ingekomen.

Artikel 4.
Zijn ingekomen de schoollijsten van de vorige week en bevonden dat de ouders der schuldigen zijn beboet. Dezelve aan den Adjunct-Directeur van het schoolwezen zenden. Die van deze week ingekomen beoordeeld en aan den Onderdirecteur afgegeven ter beboeting van de schuldigen.

Zaturdag den 15 october 1831

Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van den Onderdirecteur Schurer, welke van zijn achterblijven geen kennis heeft gegeven aan den Adjunct-Directeur.

Artikel no.1. Voorstellen, verzoeken en klagten van Kolonisten.
 Verschenen zijn:
- Jozeph van der Lucht van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Vlaardingen voor den tijd van veertien dagen. Is toegestaan.

Artikel no.2.
De Onderdirecteur Schurer verschijnt na het openen van de Raad.

Artikel no.3.
Verder komen voor:
- Impijn van Kolonie no.2 verzoekt om met verlof te gaan naar Haarlem voor den tijd van veertien dagen. Is toegestaan.
- Pieter Elsing en J. Beun, beide van Kolonie no.2; eerstgenoemde verzoekt ontslag voor zijnen zoon Gerhardus Johannes, oud 20 jaren en laatstgenoemde voor zijnen dochter Lena, oud 21 jaren. De Raad oordeelt dit verzoek aan de Permanente Commissie te moeten voorstellen.
- Bolletje van Kolonie no.3 verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam. De Raad oordeelt dit te moeten weigeren om de drukken werkzaamheden; doch heeft hem voorgesteld om eerst honderd roeden land te bemesten op zijne hoeve, hetwelk hij heeft geweigerd als zoude hij dit niet alleen kunnen verrigten waarom hem het verlof finaal is geweigerd.

Artikel no.4.
Zijn ingekomen de opgaven van de mestmakerij in de verschillende Kolonien en zijn die bevonden als volgt:
- Kolonie no.1. Hensbergen het achterstallige van vorige week bijgewerkt. Augustijn het achterstallige nog niet bijgewerkt, verder geen aanmerkingen. Den Onderdirecteur last gegeven het achterstallige Maandag te doen bijwerken.
- Kolonie no.2. De Vries geen mest gemaakt wegens ziekte, het achterstallige bij Wiederholt van de vorige week bijgemaakt. Verder geen aanmerkingen.
- Kolonie no.3. het achterstallige van Homrich is gebleken  dat in de vorige week eene verkeerde opgaaf van den wijkmeester is geweest; verder geene aanmerkingen.

Artikel no. 5.
Zijn ingekomen ontbrekende maandelijks die rapporten van den vorigen maand van den staat der hoeven bij Kolonie no.1 en Wijk no.2 en3 welke bij den Onderdirecteur waren blijven liggen en bevonden dat op dezelve geene aanmerkingen te maken zijn.

Artikel no. 6. Zijn ingekomen de schoollijsten van de vorige week en bevonden dat de ouders der schuldigen zijn beboet, uitgezonderd van Kolonie no.1 welke den Onderdirecteur door zijne afwezigheid in de vorige week te laat in handen zijn gekomen. Dezelve aan den Adjunct-Directeur van het schoolwezen zenden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteur afgegeven ter beboeting van de schuldigen.

Zaturdag den 22 October 1831

Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van den Onderdirecteur Schurer welke zonder voorkennis van den Adjunct-Directeur is achtergebleven.

Artikel no.1. Voorstellen, verzoeken en klagten van Kolonisten.
Verschenen zijn:
- Vrouw Hogenberg van Kolonie no.2 verzoekt dat hare dochter Jannetje welke den 25 Augustus 1830 is ontslagen wederom in de sterkte mag worden opgenomen. De Raad oordeelt dit gunstig aan de Permanente Commissie te moeten voorstellen uit hoofde het een klein huisgezin is waarin zij zeer goed van dienst kan zijn.
In de kantlijn: Vrouw Hogenberg heeft nog een zoon
In de kantlijn: De  Directeur heeft hierop geene bedenkingen.

- Boole van Kolonie no.2 verzoekt om meerdere uitbetaling van zijnen verdiensten tot betaling van de accijns van zijn varken. De Raad geeft hem te kennen dat hieromtrent in de betaalstaat geene verandering kan gemaakt worden, maar geeft last aan den Onderdirecteur om zooveel voorschot aan Boole te geven dat hij de accijns kan voldoen.

Artikel no.2.
De Onderdirecteur Schuurer verschijnt na het openen van de Raad.

Artikel no.3.
Verder komen voor:
- Jan van der Weert van Kolonie no.3 verzoekt om verlof om naar Kampen te gaan voor den tijd van 14 dagen. Is uitgesteld totdat de rogge in de grond zal zijn.
- Antonia Meijer, ingedeelde bij A.O. Kleinman van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Veenhuizen, voor den tijd van vier dagen om hare moeder, welke ziek is, te bezoeken.
- Vrouw Roseboom van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Groningen voor de tijd van 8 dagen. Is toegestaan.
- Arie van Bruchem van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Zaltbommel voor den tijd van acht dagen. Is toegestaan.

Artikel no.4.
Zijn ingekomen de opgaven van de mestmakerij in de verschillende Kolonien en zijn die bevonden als volgt:
- Kolonie no.1. Augustijn het achterstallige bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen.
- Kolonie no.2. Smit twee voer mest te min gemaakt, De Vries het achterstallige van vorige week nog niet bijgewerkt, voor het overige geene aanmerkingen. De Onderdirecteur last gegeven het achterstallige in het begin der volgende week te doen bijwerken.
- Kolonie no.3. Van Welsum geen mest gemaakt, verder geene aanmerkingen. Den Onderdirecteur last gegeven het achterstallige van Van Welsum in het begin der volgende week te doen bijwerken.

Artikel no.5.
Zijn ingekomen de schoollijsten van de vorige week en bevonden, dat de ouders der schuldigen zijn beboet. Dezelve aan den Adjunct-Directeur van het schoolwezen zenden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteur afgegeven ter beboeting van de schuldigen.

Zaturdag den 29 October 1831

Alle leden zijn tegenwoordig.
Artikel no.1. Voorstellen, verzoeken en klagten van Kolonisten.
Verschenen zijn:
- Vrouw de Bruin van Kolonie no.2 verzoekt met verlof te gaan naar Gouda voor den tijd van 14 dagen. Is toegestaan.
- Lucassen van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Amsterdam voor den tijd van acht dagen. Is toegestaan.
- Weduwe Grollee van Kolonie no.3 verzoekt om met verlof te gaan met hare zoon Antonie naar Amsterdam voor den tijd van 14 dagen. Is toegestaan, hebbende hij de toestemming van zijne besteders vertoond.
- Kooistra van Kolonie no.1 verzoekt om met verlof te gaan naar Leeuwarden voor den tijd van 8 dagen, om de noodige papieren te halen tot het aangaan van een huwelijk. Is 14 dagen uitgesteld.
In de kantlijn: Kooistra is uit contributie Leeuwarden, heeft zes jonge kinders, waarvan het oudste, een meisje, in 1817 is geboren.
Ook verzoekt gemelde Kooistra om in het huwelijk te mogen treden met eene weduwe Van IJsveen, in de nabijheid van de Kolonie welke drie kinderen heeft, waarvan de oudste 12, de tweede 8 en de jongste 5 jaren is. Daar Kooistra zelf reeds zes kinderen heeft en de weduwe aan de Kolonie geheel vreemd is, maakt de Raad zwarigheid dit verzoek gunstig bij de Commissie voor te dragen, het nogtans aan haar overlatende hierin zoodanig te beschikken als zij zal vermenen te behoeven.
In de kantlijn: De Directeur advijseert daartegen.

- Marten Gerritsma van Kolonie no.2, oud 18 jaren verzoekt om eenen verlofpas voor den tijd van drie maanden om te gaan dienen te Noordwolde. Is toegestaan.
- Jeltje Merks Verf, ingedeelde op Kolonie no.1 bij Ladru verzoekt om met verlof te gaan naar Heerenveen, voor den tijd van vier dagen om een zieken neef van haar te bezoeken. Is niet toegestaan daar zij zich reeds vroeger aan desertie heeft schuldig gemaakt.
- Jurrien Maatje, oud 21 jaren, zoon van de Weduwe Maatje van Kolonie no.1, verzoekt om te mogen huwen met Helena Maria de Wals oud 25 jaren, dochter van den Kolonist de Wals van Kolonie no.1 en tevens in de Kolonie te mogen blijven bij eenen brief aan de Permanente Commissie gericht.
In de kantlijn: Het gezin van Maatje is overgenomen van wijlen de Subcommissie Appingedam en dat van de Wals van die te Geertruidenberg.
De raad brengt dat verzoek bij de Commissie over, toevoegende dat op het gedrag der jongelieden niets nadeeligs valt aan te merken.

Artikel no.2. Zijn ingekomen de opgaven van de mestmakerij in de verschillende Kolonien en zijn die bevonden als volgt:
- Kolonie no.1. Geene aanmerkingen.
- Kolonie no.2. Dirksen schijnt vijf voer mest minder te hebben dan de vorige week, dat  zeker eene verkeerde opgave van den wijkmeester zijn zal. Smit en De Vries het achterstallige nog niet bijgewerkt. De Onderdirecteur last gegeven om het achterstallige in het begin der volgende week te doen bijwerken en de opgave van de mest bij Dirksen te onderzoeken.
- Kolonie no.3. Het achterstallige van Van Welsum van de vorige week bijgewerkt; verder geene aanmerkingen.

Artikel no.3.
Zijn ingekomen de maandelijksche opgaven van den staat des werks op de hoeven en  bevonden als volgt:
- Kolonie no.1. De Weduwe Smit, Verbeek, Zandtwijk, Hendriks, Mulder, Kok, Haaseloop, Geertsma, van Os, Poot, Penning, Faarenkamp, Boon, Van Rooijen, Versluis, allen het aschhok niet in orde. Hofman geen vonder op het voetpad. Bakema, Jansen Mei en Anne Kleinsman de greppen om het huis niet in orde.Van Os, Gunther en Rochel de gierton in stukken. De Onderdirecteur last gegeven het gebrekkige te doen herstellen en daarvan in de volgende week rapport te doen.
- Kolonie no.2. Geertsma het aschhok niet digt, is aangezegd om daarvoor te zorgen. Leenhout en Stoffels de giertonnen niet in orde. De Onderdirecteur neemt op zich het gebrekkige te doen herstellen. Het rapport van den Wijkmeester van Heest is niet ingekomen, waarover genoemde wijkmeester zal worden onderhouden.
- Kolonie no.3. J. de Vries het aschhok niet goed gedekt. De Onderdirecteur neemt op zich hiervoor  zorg te dragen, verder geene aanmerkingen.

Artikel no.4.
Zijn ingekomen de schoollijsten van de vorige week en bevonden, dat de ouders der schuldigen zijn beboet. Dezelve aan den Adjunct-Directeur voor het schoolwezen zenden. Die van deze week ingekomen, beoordeeld en aan den Onderdirecteur afgegeven ter beboeting van de schuldigen.

Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de kleinen Raad,
P. van Marle.

Bijlage bij de zitting van 29 oktober 1831:

Frederiksoord, den 26 October 1831

Weledele Heren,
Dewijl de natuur zijn loop heeft en hebben wil, zo moet ik U Edelen bekend maken dat ik kennis gekregen heb aan de dochter van de Kolonist Jacobus van der Wals en verzoeke des U Edelen toestemming om in het huwelijk te treden en tevens  was mijn verzoek ook om in de Maatschappij waarin ik thans geplaatst ben te zeggen in de colonie geplaatst te mogen blijven, hetzij als Kolonis of op een andere manier. Zooals U Edelen dit het beste schikt en in die verwachting dat U Edelen daarom werk van maken zult, blijve ik met alle nedrigheid U allerbereidwilligste Dienaar,
J. Maatje.