B



Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Bijna volledige transcriptie met - cursief - aantekeningen bij:

Notulen van het verhandelde bij den kleinen Raad der gewonen kolonien gedurende de maand February 1831



Zaturdag den 5 February 1831

Wegens het buijige en regenachtige weder zijn er geene kolonisten voor den raad verschenen.


Zaturdag den 12 February 1831

1. Jansen, kolonist van de 1e klasse in Willemsoord, klagende dat hem te veel werd ingehouden, en wel inzonderheid van de verdiensten met zijn paard, die hij noodig had, ter voeding van hetzelve en ter ondersteuning van zijn huisgezin.
Overwegende dat deze kolonist, ook volgens zijn zeggen, wel eenen zoon heeft, die op het land werken kan.
Is besloten, dat hem van verdiensten des paards, voortaan, niet zal worden ingehouden; zoo hij zorgt, dat er anders genoegzaam ter inhouding verdiend worde.

2. Clinge, verlof, toegestaan

3. Vrouw Steinmetz, verzoekende 6 pond brood meer.
Het huisgezin bestaat uit 8 zielen.
Aan andere huisgezinnen van gelijke sterkte, wordt 48 pond brood gegeven, daarom zal ook haar dit meerdere verstrekt worden.

4. Cornelis Smit, kolonistenzoon kol 3, verzoekt ontslag. (in kantlijn gunstig advies van de directeur)

5. Jan Smit, oud 18 jaren, broeder des vorigen, wil 3 maanden buiten de kolonie werken.
Deze jongeling, geene bepaalde dienst hebbende, is zijn verzoek afgewezen en hem gezegd om bij het ontslag zijns oudsten broeders nog eenigen tijd bij zijne ouders te blijven.

6. van Dalen, verzoekende eenigen turf, als hebbende verleden zomer geene gelegenheid gehad die te graven.
De kleine raad vindt het okÚ..

7. Vrouw Poot, van kol 1, verzoekende dat de wijkmeester gelast mogt worden, om van de uitbetalingen van Geersema, wekelijks, een vijfstuiverskaartje voor haar in te houden, om zoodoende te komen aan hare 31 stuivers, welke zij van dien buurman te goed had.
De raad vindt geene vrijheid dit verzoek toetestaan, doch zullende Faaken Geersema tot betaling aanmanen.

8. Vrouw Jansen, van kol 2, klagende over de zwakheid van haar huisgezin, het verlies van eene koe en de geringe wekelijksche uitbetaling.
Is besloten haar voor deze week 50 centen voorschot te geven.

(get.) J.H. van Wolda



Zaturdag den 19 February 1831

1. verlof Bolletje, verlof Amsterdam, toegestaan

2. Arie Matena, van kol 3, oud 21 jaren, vraagt zijn ontslag van de kolonie.
Zijn vader overleden en hij alzoo kolonistenwees geworden zijnde, zal zijn verzoek nog niet worden aangevraagd, wijl hij van geene dienst of heenkomen voorzien is.

3. Helena Meijer, verlof Ommerschans, teneinde aldaar hare familie te bezoeken.

4. t/m 7. Verlofvragers, w.o. vrouw van der Korst, toegestaan.

8. Hoogmoed, van kol 2, verlangende zijne jongste koe van de directie te koopen, ten einde die den volgenden zomer in de wei te doen en dan te slagten.
Is niet toegestaan, geweigerd.

9. Hendricus Oremus, voorzoon van vrouw de Kruif, van kol 1, wil 3 maanden dienen
Is uitgestelde, en den jongen gezegd, dat, indien hij dienen zoude, zijn vader of zijne moeder, hier zelf in den raad moest komen.

10. Vrouw van Ooyen, van kol 2, klagende dat de spinbaas van Puffelen haar telken male van hare verdiensten inhield, ˛mdat hij volgens zijn zeggen, het gewigt van garen niet weder binnen kreeg.
Is besloten hierop den spinbaas te hooren

11. Lagcher, wil een buis voor zijn zoon

12. Vrouw Goossens, 8 dagen Kolderveen, tot het bezoeken van haren zieken vader.

13. Vrouw van der Sluis, van kol 2, verzoekende een wollen deken, daar zij dezen winter veel koude leed.
Haar is voor eenigen tijd een wollen deken verstrekt, men zal haar nu een paar noppen dekens geven.

14. wed van Driel, met haar kind ingedeeld bij van Diest, wil van daar naar Thomas Baas. Toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda



Zaturdag den 26 February 1831

1. vrouw van Geit, verlof, toegestaan

2. Walthers, verlof voor dochter om met vrouw van Geit mee te gaan, toegestaan

3. KallÚ, van kol 3, verzoekende 8 dagen verlof naar Amsterdam om aldaar eene groenschuit te verkoopen, welke aldaar nog lag en hem in eigendom toebehoorde.
Is toegestaan

((NB: groenschuit = schuit van een groentekoopman.))


4. Surstedt, verlof, toegestaan

5. Vrouw La Tour wil dat dochter Sara Maria van der Heide sinds 7 maanden dienstbaar in Zeeland, waar zij bestendig ziekelijk was, en 4 weken ontslagen, terug komt.
De raad vindt geene vrijheid om in dit verzoek te treden.

6. Vrouw Kruiif, van kolonie 1, verzoekende eene verlofpas voor drie maanden voor haren (voor)zoon Hendrik Oremus, oud 18 jaren, welke dienen zoude bij hare familie wonende te Werkhoven, provincie Utrecht.
Het huisgezin kan den zoon ontberen, is derhalve toegestaan.

7. Wibier, kol 1, verzoekende nu te mogen werken en tuinieren op de hoef des boekhouders, die hem verleden herfst door de directie beloofd was.
Hij zal wachten tot aan het einde der maand april 1831, wanneer het nieuwe huis van den boekhouder welligt begonnen zal zijn te bouwen.

8. van Os, wonende als vrijboer op eene der boerenplaatsen te Groot Wateren, waar hij het niet langer als zoodanig houden kon, verzoekende derhalve terugplaatsing naar de gewone koloniŰn, met het voorregt om zijn uitgezaaide graan te behouden en zijne mest aan de Maatschappij te verkoopen.
Na hierover reeds den Heer Directeur gehoord te hebben is besloten, hem aanstaanden maandag met zijn huisgezin in de gewone kolonien terug te doen plaatsen, kunnende in de andere verzoeken niet worden getreden.

9. Elzing, van kol 2, verzoekende
a. Daar zijn tuin door langdurige bebouwing met dat product, geene aardappelen meer geven wilde en daarom nu met winterrogge bezaaid is, zijne gewone tuinaardappelen te mogen telen op zijn land.
b. 6 pond brood meer voor zijn huisgezin, groot 10 zielen, hetwelk tegenwoordig 48 pond brood ontving.
Beide wordt door de kleine raad toegestaan

10. Vrouw Kinkelaar, verlof, uitgesteld

11. Vrouw Volkering, verlof, uitgesteld

12. Engel Arkel, verlof naar Hekendorp tot het vragen van zijn ontslag, toegestaan

(get.) J.H. van Wolda